‘Alle leerlingen hier hebben een woordenboek bij zich’

Het Amstellyceum in Amsterdam is een van de weinige scholen waar veel allochtone leerlingen hun diploma halen. Wat is het geheim? „Ze hebben heel veel aandacht nodig.”

Meltem Songun (18), van Turkse afkomst, wil tandarts worden. „Een eigen baan.” Foto Bas Czerwinski 22-01-2007, AMSTERDAM. LEERLING VAN HET AMSTEL LYCEUM Czerwinski, Bas

Meltem Songun (18) wil na het vwo tandheelkunde gaan studeren. „Dat was mijn vaders idee”, zegt ze. „Hij wil dat ik iets hoogs bereik.” In mei doet ze eindexamen. Ze haalt goede cijfers tot nu toe. „Ik wil graag tandarts worden, een eigen baan, een eigen inkomen.”

De andere vier scholieren in het klaslokaal knikken met haar mee. „Ik wil bedrijfswetenschappen gaan studeren en dan heb je een vwo-diploma nodig”, zegt Anjna Dhuney (17), van Hindoestaans/Surinaamse afkomst. „Ik wil rechten studeren, of psychologie”, zegt Inssaf Achtoun (17), van Marokkaanse afkomst. „Zonder diploma krijg je geen goede baan”, zegt ook havo-scholier Jaouad (17), van Marokkaanse afkomst. „Ik wil later piloot worden, bij de KLM”, zegt havo-scholier Omar (16). Ook hij is van Marokkaanse afkomst.

De vijf scholieren zitten op het Amstellyceum in Amsterdam, een school voor vmbo, havo en vwo. Het is een bijzondere school: vorig jaar slaagde de hele vwo-klas voor het examen. Een goede prestatie, zeker voor een school die tachtig procent zwarte leerlingen heeft.

In de rest van Nederland zijn leerlingen van allochtone afkomst vaak minder succesvol, zo blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag bekend maakt (zie kader). Scholieren en studenten van allochtone afkomst hebben een lager studierendement dan autochtonen, zo blijkt. Ook verlaten scholieren van allochtone afkomst vaker het onderwijs zonder diploma. De inzichten zijn niet nieuw. Het is wel voor het eerst dat ze met onderzoek worden gestaafd, zegt CBS-onderzoekster Chantal Melser.

De vijf scholieren van het Amstellyceum komen er door ‘hard te werken’, zo zeggen ze allemaal. De leerlingen zijn zonder uitzondering allemaal heel erg gemotiveerd, zegt rector Dick van Asperen. „Veel van hen worden gestimuleerd door hun ouders om iets te bereiken. Anderen zien bij oudere broers en zussen dat het halen van je diploma wérkt. Dat je er een baan mee krijgt.”

Volgens Nel Gils, docente Frans en coördinator van de bovenbouw, werken veel meisjes hard omdat ze weinig anders van hun ouders mogen. „Een leerlinge zei ooit tegen me ‘als ik huiswerk maak, hoef ik niet af te wassen’. Veel meisjes hebben hier veel te winnen.”

Vorig jaar ging het goed op het vwo, maar de twee jaren daarvoor slaagden veel scholieren juist níet. „Toen hebben wij als docenten gezegd, dat kunnen we niet op ons laten zitten”, zegt Gils. De leerlingen krijgen nu heel veel persoonlijke aandacht. Dat kan ook, omdat de klassen klein zijn op het Amstel. 6-Vwo heeft 14 leerlingen; 5-havo 17. Volgens rector Van Asperen is de geringe omvang van de school, totaal 525 leerlingen, de belangrijkste verklaring voor het succes van de leerlingen. „Docenten kunnen bij ons veel beter inschatten wat een scholier nodig heeft dan op een grote school.”

Het eerste streven is het wegwerken van de taalachterstand van de leerlingen, zegt Nel Gils. Thuis wordt amper Nederlands gesproken, zeggen de ondervraagden. „Laatst vroeg een scholier uit 5-havo me ‘wat is spottend?’. En een vwo-scholier ‘wat is bedekt?’. Daar moet je rekening mee houden”, zegt Gils. „Je moet overal op in gaan.” Dus is elke docent ook taaldocent, zegt Van Asperen. „In elke les leren we extra woorden, of hoe je een leerboek moet lezen, of een examenvraag. Iedereen heeft een woordenboek bij zich”, zegt Gils.

Wat ook goed werkt bij leerlingen van allochtone afkomst, zegt Hein Broekkamp, zijn rustige klassen. „Dat er goed orde gehouden wordt.” Broekkamp is onderwijskundige aan de Universiteit Utrecht en deed, in samenwerking met de lerarenopleiding van de Universiteit van Amsterdam, onderzoek naar effectieve leerstrategieën bij leerlingen in het voortgezet onderwijs. Wat ook belangrijk is voor leerlingen van allochtone afkomst, is heel duidelijk maken wat er van hen wordt verwacht. Scholen waar het programma verandert, bijvoorbeeld naar het nieuwe leren, leveren juist voor hen veel stress op. „Zij staan vaak wat minder nonchalant in dergelijke veranderingen.”

Het Amstellyceum houdt goed orde, zegt rector Van Asperen. De school heeft een aparte verzuimcoördinator ingesteld. Elke leerling die niet komt opdagen, wordt thuis gebeld. „Je moet er voortdurend bovenop zitten”, zegt Gils. „Als je het even laat versloffen, gaat het mis.”

Wat ook goed werkt op het Amstel, is de instelling van de ‘havo-kansklas’. Dat is een brugklas voor vmbo-ers, waar wordt lesgegeven uit havo-boeken. Als leerlingen goed presteren, kunnen ze het jaar erna instromen op de havo. „Bij ons halen veel leerlingen een hoger diploma dan het advies dat ze op de basisschool kregen”, zegt Van Asperen.

Volgens Jaouad is het eenvoudiger. „Je moet gewoon elk tentamen goed leren”, zegt hij. „En gewoon doorzetten”, zegt Inssaf. „En er steeds aan denken wat je kan bereiken”, zegt Anjna. „Dat je straks misschien je masters hebt en dan weer verder kan.” „Als ik het even niet zie zitten”, zegt Omar, „dan denk ik gewoon ‘nog maar een paar maanden te gaan’. Dat helpt ook altijd heel goed.”

„Je moet hier kansen creëren”, zegt Nel Gils. „Niet te snel zeggen ‘ze kunnen het niet’.”

Omar en Jaouad wilden niet met hun achternaam en foto in de krant.