Afvalsector wordt opgekocht

Afvalbedrijf AVR neemt Van Gansewinkel over.

AVR profiteert van de financiële armslag van zijn eigenaars: drie investeerders.

Met de overname van Van Gansewinkel door afvalconcern AVR valt de laatste grote zelfstandige particuliere afvaldienstverlener in Nederland in handen van investeringsmaatschappijen. Achter AVR zit een combinatie van Britse, Amerikaanse en Nederlandse investeerders.

Van Gansewinkel is sinds de oprichting in 1964 zelfstandig gebleven. Dat is bijzonder in een sector die inmiddels grotendeels gedomineerd wordt door grote internationale afvalconcerns. Het Franse Sita en het Britse Shanks behoren beide tot de grotere afvalbedrijven in Nederland. Zij volgden Amerikaanse bedrijven op die in de jaren tachtig van de vorige eeuw begonnen met het opkopen van Nederlandse afvalbedrijven.

„Vijftien jaar geleden gebeurde afvalinzameling en -verwerking nog sterk lokaal, later werd dat regionaal, nationaal en nu wordt het internationaal”, stelt André Donders, directeur van de Vereniging Afvalbedrijven.

De schaalvergroting betekent niet alleen dat internationale concerns zelfstandige afvalbedrijven opslokken, maar ook dat afvalbedrijven de hele afvalketen zijn gaan bestrijken, van inzameling tot verbranding.

Integratie van de afvalketen is precies wat AVR realiseert met deze overname. Van Gansewinkel is vooral actief in de inzameling van afval, terwijl AVR als particuliere afvalverwerker een bijzonder sterke positie heeft in de eindverwerking van afval. Met de drie afvalverbrandingsinstallaties in Rotterdam, Rozenburg en Duiven bezit AVR 40 procent van de afvalverbrandingscapaciteit in Nederland.

Voor het groeien door overnames zijn kapitaalkrachtige aandeelhouders nodig. Vooral nu investeringsmaatschappijen (private equity) de overnameprijzen opdrijven. AVR verruilde begin vorig jaar de gemeente Rotterdam als aandeelhouder voor een groep investeerders. „Het is logisch dat overheden nu uit afvalbedrijven stappen”, zegt Donders. „Als je hard wilt groeien, dan worden de risico’s op een gegeven moment te groot voor de belastingbetaler.”

Op zijn beurt verruilt Van Gansewinkel nu oprichter Leo van Gansewinkel (76 procent van de aandelen) en het management (5 procent) voor twee van de drie investeringsmaatschappijen die AVR voor 1,4 miljard euro kochten. Een participatiemaatschappij van ING Bank, dat de rest van de aandelen in Van Gansewinkel bezit, doet haar aandelen ook van de hand.

AVR liet na de overname door de private-equityfondsen weten hard te willen groeien. In het jaarverslag over 2005 stelt het bedrijf de omzet van 500 miljoen euro in de periode 2006-2009 te willen verdubbelen. Met de overname van Van Gansewinkel is dat in één klap gelukt. Van Gansewinkel behaalde vorig jaar een omzet van ruim 600 miljoen euro.

Van Gansewinkel stond sinds afgelopen zomer te koop ‘om zijn groeiambities te verwezenlijken’. Gegeven de beperkte financiële armslag van de aandeelhouders deed Van Gansewinkel tot nog toe vooral kleinere overnames. „Om echt grote sprongen te kunnen maken, zijn we gaan zoeken naar partijen die over een langere financiële polsstok beschikken”, zegt een woordvoerder van het bedrijf.

Van Gansewinkel ziet vooral groeimogelijkheden in Oost-Europa. Daar groeit de hoeveelheid afval nog, in West-Europa niet meer. Van Gansewinkel is net als de meeste grote Europese afvalbedrijven actief geworden in Oost-Europa en heeft daar, door overnames van bedrijven in Tsjechië en Zuid-Polen, inmiddels een positie op de afvalmarkt verworven.

    • Ben Vollaard