Vrijspraak zelfdodingsconsulent

De Amsterdamse rechtbank heeft vanochtend zelfdodingsconsulent Ton Vink vrijgesproken van strafbare hulp bij zelfdoding. Tegen hem had het openbaar ministerie acht maanden cel geëist.

Vink was ervan beschuldigd de 53-jarige Mimi de Kleine te hebben geholpen bij haar zelfdoding op 9 juni 2004. Zij overleed door het innemen van een dodelijke hoeveelheid medicijnen.

De enige niet strafbare vorm van hulp bij zelfdoding is algemene informatie geven, morele steun verlenen en gesprekken voeren. Vinks hulp zou volgens de officier van justitie het karakter van een instructie hebben gehad. Hij adviseerde haar in brieven hogere doseringen in te nemen van de geneesmiddelen „om zeker te zijn van een snelle en zekere dood”.

Vink sprak in zijn brieven over „haar eigen pil van Drion”. De rechtbank stelt dat ‘nadere instructies’ van de hulpverlener een strafbaar karakter krijgen als ze zo worden gegeven dat de hulpverlener de zelfdoder „als het ware bij de hand neemt”. Dan is er sprake van eigen initiatief en regie van de hulpverlener over de zelfdoding.

De rechtbank sprak Vink vrij omdat de mogelijkheid bestaat dat de vrouw zoals Vink zelf ook zei, zelf het initiatief had genomen tot de verhoogde dosering. Vinks correspondentie is alleen de bevestiging van haar wens en niet zijn instructie. De rechtbank geeft Vink daarmee „het voordeel van de twijfel”.

Vink heeft altijd benadrukt dat hij zijn ‘cliënten’ zorgvuldig begeleidt. Maar de rechtbank neemt het hem zeer kwalijk dat hij alle aantekeningen van de gesprekken met Mimi de Kleine heeft weggegooid. Vink is volgens de rechters een overtuigingsdader, hij wist dat hem een mogelijke strafzaak te wachten stond en had de aantekeningen daarom moeten bewaren.

De rechtbank kan aan dit ‘standje’ geen consequenties verbinden. omdat niemand aan zijn eigen veroordeling hoeft mee te werken.