Retour Den Haag-Brussel

Sombere senatoren

Sombere gezichten in de rooksalon van de Eerste Kamer, vorige week dinsdag. De concept-kandidatenlijst voor de PvdA-fractie in de Eerste Kamer was bekend geworden. En dat kwam hard aan. Ervaren senatoren als Ed van Thijn, Willem Witteveen en Rudy Rabbinge staan onverkiesbaar of keren niet terug op de lijst. Klaas de Vries, oud-minister, oud-Tweede Kamerlid, bedankte voor de eer om op een onverkiesbare plaats te gaan staan. Een lobby van partijleider Wouter Bos mocht niet baten.

Vernieuwing in de PvdA is nodig, ook in de Eerste Kamer, zegt partijvoorzitter Michiel van Hulten. Goede senatoren die maar één periode hebben gehad, mochten meestal wel blijven. „Maar een fractie moet ook bestaan uit nieuwkomers”, zegt hij. „Ed van Thijn werd Ed van Thijn doordat hij er een tijdje heeft gezeten. Die kans moet ook aan jongeren worden geboden.”

Omdat bovendien de helft van de kandidaten vrouw moest zijn, was er maar plaats voor „één mannelijke nieuwkomer op een verkiesbare plaats”. Dat werd niet Klaas de Vries (63), maar Peter Rehwinkel (42). Van Hulten: „Er is gekeken naar de portefeuilles. De fractie had grote behoefte aan een kenner van het staatsrecht, zoals Peter.”

Klaas de Vries besloot zich niet te kandideren. Maar er zijn ook strijdbare kandidaten die hopen dat het PvdA-congres op 10 februari een einde zal maken aan het onrecht dat hun is aangedaan. Wim van der Noordt bijvoorbeeld. Vorig jaar was hij nog de tegenkandidaat van lijsttrekker Han Noten, nu staat hij op plaats 37. „Ik ben er heel pissig over”, zegt hij. „Vorig jaar heeft eenderde van de PvdA-leden op mij gestemd, die mensen wordt nu het zwijgen opgelegd.” Dat de helft van de verkiesbare kandidaten vrouw moet zijn, noemt Van der Noordt „belachelijk”. „Het gaat erom of je goed bent. Niet of je toevallig een piemeltje hebt.”

De kandidaten zijn bovendien „allemaal dezelfde types”. „Ze zijn geselecteerd op hun belezenheid. Ik noem het eerder belegenheid. Er zitten nauwelijks ondernemers tussen, zoals ik.” Van der Noordt heeft met twee andere onverkiesbare kandidaten afgesproken dat ze op het congres als driemanschap zullen optrekken, zodat meer afdelingen hun stem zullen geven. (GV)

Wie stemde niet?

Een kleine twintig procent van de 12.264.503 kiesgerechtigden heeft op 22 november vorig jaar de gang naar de stembus niet gemaakt. Bureau Interview-NSS maakte vorige week in hun Politieke Barometer bekend waarom de bijna 2,5 miljoen niet-stemmers niet zijn gaan stemmen. Uit onderzoek blijkt dat de helft van de niet- stemmers al meer dan drie maanden voor de verkiezingen had besloten niet te gaan (zie grafiek hieronder).

Een greep uit de onderzoeksresultaten: vrouwen bleven vaker thuis dan mannen, jongeren vaker dan ouderen. Onder mensen met een religieuze achtergrond was de opkomst hoger dan onder niet-gelovigen, en mensen met een lagere opleiding bleven eerder thuis dan de hoger opgeleiden. Maar liefst 90 procent van de gepensioneerden ging naar de stembus, tegenover 71 procent bij werklozen en werkzoekenden. „En om even een open deur in te trappen”, schrijven de onderzoekers, „van de politiek zeer geïnteresseerden is slechts 6 procent niet gaan stemmen terwijl dit bij de politiek ongeïnteresseerden maar liefst 59 procent is.”

Overigens was de opkomst voor de Tweede Kamerverkiezingen sinds 1989 niet meer zo hoog geweest: 80,35 procent. De opkomst in de grote steden was gemiddeld genomen lager dan op het platteland. Rotterdam (70,87 procent) en Den Haag (71,51 procent) kenden de laagste opkomst. Rozendaal (93,45 procent), Ameland (93,57 procent) en Schiermonnikoog (94,32 procent) de hoogste opkomst. (EK)