Ontspannen Lee de beste sprinter

Kyu-Hyuk Lee wint het WK sprint op de slotafstand.

Erben Wennemars rent zichzelf weer eens voorbij en eindigt als zesde.

Kyu-Hyuk Lee viert feest, terwijl Erben Wennemars zich afvraagt hoe het mis kon gaan. Foto Reuters Korea's Kyou-Huyk Lee (C) is congratulated by a team member after winning the men's World Sprint Speed Skating Championships as Erben Wennemars from the Netherlands reacts, in Hammar January 21, 2007. REUTERS/Jerry Lampen (NORWAY) Reuters

Door Maarten Scholten

Breeduit lachend onderging Kyu-Hyuk Lee een spontane omhelzing van Anni Friesinger, bij de persconferentie van beide wereldkampioenen sprint in de catacomben van het Vikingskipet. „We kennen elkaar al sinds het WK junioren van 1993”, sprak de stralende Duitse. „Als junior debuteerden we samen in de wereldbeker. Hij is zo vaak vierde geweest de afgelopen jaren, maar haalt nu eindelijk een grote overwinning. Hij heeft de titel echt verdiend.”

De 28-jarige Koreaan overwoog vorig seizoen nog met schaatsen te stoppen, na vierde plaatsen op het WK sprint en de olympische 1.000 meter. „Ik zat al bijna vijftien jaar bij de nationale ploeg, voelde constant druk en was moe van de stress.” Het vooruitzicht van een rustig na-olympisch seizoen hield hem op de been. „Dit seizoen rijd ik alleen voor mijn plezier”, nam hij zich voor. „Vroeger wilde ik altijd per se winnen. Nu is het echt heel anders. Ik heb veel gefeest, ben meer ontspannen. En we hebben nu meerdere goede schaatsers in de ploeg, het hangt niet meer alleen van mij af.”

Zonder het heilige moeten kwamen plotseling de successen. Lee won dit jaar wereldbekerwedstrijden op 500 en 1.000 meter. Hij begon als favoriet aan het WK sprint in Hamar. En daar was plotseling weer de spanning terug, op de eerste 500 meter. Een klein foutje in de bocht resulteerde in 35,11, drie tiende langzamer dan de winnende tijd van de Finse kanshebber Pekka Koskela. „Maar juist daardoor voelde ik me in mijn hart weer relaxed”, zei Lee na de eerste dag. „Ik wist dat 35,1 mijn minimum was, het kon alleen maar beter gaan.”

Halverwege het toernooi waren er nog drie serieuze kandidaten voor de titel: Koskela, Lee en Erben Wennemars, die zijn beste 500 meter van het seizoen reed. Alledrie wisten ze dat de spanning een cruciale rol ging spelen. „Ik ga geen studie maken van de tussenstand”, lachte Lee zaterdagavond. „Ik ga lekker ontspannen, mijn moeder bellen.” De Finse coach Janne Hänninen vertelde dat hij zijn pupil zou voorlezen uit een boek met de beste Finse moppen van 2006. „Pekka is een slimme jongen. Probleem is dat hij veel nadenkt over wat hij doet. Hij krijgt van mij de uitslag niet, dan gaat hij te veel rekenen.” Het meest verbeten was de ervaren Wennemars. „Op de 1.000 meter had ik vandaag moeite met de bochten, daar baal ik van. Morgen moet ik 1.07 rijden. Wat lachen jullie nou? Dat gaat gewoon gebeuren hoor! Ik rijd de tweede dag altijd beter dan de eerste.”

Uitgerekend de tweevoudig wereldkampioen sprint, tot nu toe bezig aan een sterk seizoen, was de eerste die ‘brak’. Op de tweede 500 meter opende hij langzamer dan ploeggenoot Beorn Nijenhuis en ook in de eerste bocht zat er geen macht achter zijn gehaaste slagen. „Ik rende mezelf weer eens voorbij en had grote problemen met de bochten”, erkende de 31-jarige sprinter, die uiteindelijk slechts zesde werd in het eindklassement. Om in één adem te ontkennen dat zijn laagste klassering ooit op het WK sprint te wijten was aan zijn allround-ambities dit seizoen. „Ik rijd hier drie goede afstanden, die 500 meter heeft echt niets met het allrounden te maken. Daar word ik heus niet slechter van.” Komende week probeert hij zich bij een skate-off te plaatsen voor het WK allround, over drie weken in Heerenveen. „Ik haal meer bevrediging uit een seizoen als dit, dan wanneer ik me zoals vorig jaar helemaal op één wedstrijd richt.”

Op de afsluitende 1.000 meter verloor Wennemars een direct gevecht met de ontketende Lee, die op dat moment achter Koskela tweede stond in het klassement. „Ik voelde geen stress”, zei de Koreaan na afloop. „Ik dacht: als ik het niet red, blijf ik tweede. En dat was ik ook nog nooit geweest.” Met een tijd van 1.08,69 moest hij alleen de Amerikaan Shani Davis voorlaten, die beide 1.000 meters won en daarmee het brons pakte.

Koskela, die drie afstanden lang aan de leiding stond, wist in de laatste rit wat hij moest doen: 1.09,03 rijden, precies zijn tijd van de eerste dag. Het was net te veel gevraagd voor de 24-jarige stylist uit Seinäjoki. „Lee knalde erin en Koskela weet dat hij dat niet kan”, zei Wennemars. „Dat heeft hem onder druk gezet.” De Fin verloor zijn race van Nijenhuis, die een sterk WK afsloot met de vijfde plaats, en finishte in 1.09,17, goed voor zilver.

Na Ki-Tae Ba in 1990 en Yoon-Man Kim in 1995 is Kyu-Hyuk Lee de derde Koreaanse wereldkampioen sprint in de geschiedenis. Direct na het WK in Hamar, dat in Korea rechtstreeks op tv was, doet ‘Pipo’ (zijn bijnaam) mee aan de Asian Games. Van druk zal hij na het veroveren van zijn eerste grote titel geen last meer hebben. „Ik ga door tot de Spelen van 2010”, lachte hij, ontspannener dan ooit.