Ik ben als een duif. Een beetje bang, maar vrij

De Turks-Armeense journalist Hrant Dink werd vrijdag vermoord.

Een samenvatting van het artikel dat hij schreef voor zijn krant Agos op de dag van de moord.

‘Toen er een onderzoek werd ingesteld naar hoe ik het ‘Turkendom’ had beledigd, maakte ik me geen zorgen. Het was immers niet de eerste keer dat er een onderzoek werd ingesteld. (...) Ik was volledig overtuigd van wat ik had geschreven en van mijn intenties. En als de openbaar aanklager de kans had gehad om de tekst van mijn opinieartikel in zijn geheel te bekijken, en niet die ene zin die op zich geen enkele betekenis had, dan zou hij hebben begrepen dat ik niet de bedoeling had ‘het Turkendom’ te beledigen’ en zou deze hele komedie voorbij zijn. Ik was zeker van mijzelf. Maar wat een verrassing! Er werd een aanklacht ingediend...

De kranten, tijdschriften en tv-programma’s die de zittingen versloegen, meldden allemaal dat ik had gezegd dat „het bloed van de Turk giftig is”. Met iedere publicatie groeide mijn reputatie als „de vijand van de Turk”. In de gangen van de rechtbank vielen de fascisten me fysiek aan en riepen racistische vloeken. Ze bestookten me onophoudelijk met beledigingen. Maandenlang regende het bedreigingen via de telefoon, e-mail en post – steeds maar meer en meer.

Ik heb dit alles geduldig ondergaan in afwachting van het vonnis dat me zou vrijspreken. Dan zou de waarheid zegevieren en zouden al die mensen zich schamen voor wat ze hadden gedaan.

Oprechtheid was mijn enige wapen. Maar toen het vonnis kwam, werd ik de bodem in geboord. Vanaf toen verkeerde ik in de meest onaangename situatie waarin een mens ooit kan zitten. De rechter had een beslissing genomen in de naam van „het Turkse volk” en had wettelijk laten vastleggen dat ik „het Turkendom had zwartgemaakt”. Ik had met alles kunnen leven, behalve dit. In mijn belevenis is het zwartmaken van een persoon op basis van welk onderscheid dan ook – etnisch of religieus – racisme, en dit was onvergeeflijk. (...)

Mijn computer staat vol met boze, bedreigende zinnen, gestuurd door dit soort burgers. Hoe echt zijn die bedreigingen? Om eerlijk te zijn, het is onmogelijk om dat te weten. Ondraaglijk is de psychologische marteling waaraan ik mezelf blootstelde. De vraag die gek maakt is: „Wat denken deze mensen over me?”

Helaas ben ik nu bekender dan eerst en ik voel dat mensen naar me kijken en denken: ‘Oh kijk, is dat niet die Armeense jongen?’ Ik voel me net een duif die de hele tijd geobsedeerd naar links en rechts kijkt, naar wat voor me gebeurt en wat achter me gebeurt. Mijn hoofd draait net zo beweeglijk en snel.

Wat heeft minister van Buitenlandse Zaken Gül gezegd? Of minister van Justitie Cicek? „Er is geen reden om Artikel 301 (beledigen van het Turk- zijn) te overdrijven. Is er ooit iemand echt om in de gevangenis gezet?” Alsof naar de gevangenis gaan de enige manier is om de prijs te betalen. Dit is de prijs. Dit is de prijs.

Wat mijn familie en ik doormaken, is niet gemakkelijk. Ik heb soms zelfs overwogen dit land te verlaten. (...) Maar het is niets voor mij om een ‘kokende hel’ te verlaten om naar een ‘hemel’ te rennen. Ik wilde deze hel in een hemel veranderen. We bleven in Turkije omdat dat was wat we wilden – en uit respect voor de duizenden mensen die mij steunden in mijn strijd voor democratie.

Ik leg mijn zaak voor aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Ik weet niet hoe lang de zaak zal duren, maar wat ik wel weet is dat ik in Turkije zal blijven wonen, totdat de zaak is afgerond.

2007 zal waarschijnlijk een nóg moeilijker jaar voor me zijn. De rechtszaken zullen doorgaan, nieuwe zaken zullen zich aandienen en God weet wat voor nieuwe vormen van onrecht ik zal moeten ondergaan...

Misschien zie ik mezelf als een angstige duif, maar ik weet ook dat mensen duiven met rust laten. Duiven kunnen in de steden leven, zelfs in menigten. Een beetje bang misschien, maar wel vrij.

    • Hrant Dink