Hrant Dink en Europa

De moord op de gerenommeerde Turks-Armeense journalist Hrant Dink zou een scène uit een roman van Orhan Pamuk kunnen zijn. In Sneeuw, Pamuks meesterwerk over de Turkse identiteit, wordt de directeur van een lerarenopleiding om een hoofddoekkwestie neergeschoten. In een beklemmende dialoog tussen moordenaar en vermoorde komen de levensgrote verschillen van inzicht naar buiten tussen Turken onderling, in dit geval over het secularisme. De vermoedelijke moordenaar van Dink, een jongeman van zeventien jaar, is net zo verbeten als de dader die Pamuk aan het woord laat. Volgens CNN heeft de jongen na zijn aanhouding gezegd dat hij Dink na het vrijdaggebed had neergeschoten. „Ik las op internet dat hij (Dink) zei ‘ik kom uit Turkije, maar Turks bloed is vies’ en daarom besloot ik hem te doden.”

Dink werd vrijdag op straat in Istanbul neergeschoten. Naar eigen zeggen werd hij bedreigd om zijn opvattingen over de Turks-Armeense kwestie, een splijtende ruzie over de volkenmoord op Armeniërs door Turken. De zaak stamt uit de tijd van het Ottomaanse Rijk en culmineerde in de Eerste Wereldoorlog, toen de christelijke Armeniërs partij kozen voor de Britten en de Russen. De Turken, die bondgenoten van Duitsland waren, besloten als straf hiervoor in 1915 tot deportatie van de Armeniërs. Tijdens marsen naar de uithoeken van het rijk zijn circa anderhalf miljoen mensen omgekomen. Het algemene historische inzicht hierover luidt dat er sprake was van genocide. Hetgeen Turkije ontkent. De kwestie ligt binnenlands gevoelig en is ook een hinderpaal voor het Turkse lidmaatschap van de Europese Unie.

De moord op Dink haalt alle wonden weer open. De journalist was niet alleen een potentieel doelwit voor fanatieke eenlingen die het internet misbruiken om hun gelijk te halen. Dink kan ook slachtoffer zijn van een samenzwering die tot doel heeft het land te verstoren. Turkije is een seculiere staat waarin gelovige en niet-gelovige moslims in wankel evenwicht samenleven; een land ook met grote minderheidsgroeperingen, zoals de Koerden en de Armeniërs. De sleutel tot de machtsbalans ligt bij het leger, dat het erfgoed bewaakt van Atatürk, ‘vader der Turken’ en stichter van het moderne Turkije. Er zijn krachten genoeg die van democratisering en verwestersing niets willen weten. Een groep extremistische nationalisten is bereid tot het uiterste te gaan om de ‘Turkse eer’ te verdedigen.

De tragiek is dat Dinks citaten over het Turkse bloed zo nooit zijn bedoeld. Hij streed onversaagd voor het vrije woord. In die zin leek hij op Orhan Pamuk. Ook hij kwam onlangs in moeilijkheden door uitspraken over de genocide op de Armeniërs. Door de moord op Hrant Dink is de stabiliteit van Turkije weer aan de orde. Een instabiel islamitisch land op Europa’s zuidoostflank is een naargeestig vooruitzicht. De EU-lidstaten en het bestuur van de Unie moeten zich afvragen hoe ze Ankara kunnen steunen in de strijd tegen ontwrichting van de Turkse staat. Rust in Turkije is een Europees belang.