Hervormer met zachte stem

De Egyptisch-Zwitserse denker Tariq Ramadan gaat het integratiedebat in Rotterdam aanzwengelen. Zijn omstreden pleidooi voor verzoening van islam en Europa wint terrein.

„Als de paus tegen abortus is, zegt iedereen: ‘Ach, de paus’. Als Ramadan het zegt, breekt de hel los.” Foto AFP portrait du porte-parole de l'Islam en Europe Tariq Ramadan, pris le 14 novembre 2003 à Ivry-sur-Seine, lors d'une conférence de presse organisée à l'occasion du Forum social européen. Tariq Ramadan a obtenu ce jour une totale reconnaissance des altermondialistes et imposé les musulmans au sein de leur mouvement. AFP

‘Als ze mij hadden gepolst over de benoeming van Tariq Ramadan aan de Erasmus-universiteit, had ik gezegd: goed idee.”

Demissionair minister van Integratie Rita Verdonk (VVD) vernam half december uit de krant dat de Zwitserse islamitische filosoof gasthoogleraar ‘Identiteit en Burgerschap’ zou worden. Ze kent hem. Sterker nog: toen Ramadan een paar jaar geleden in Frankrijk als ‘gevaarlijke fundamentalist’ werd gebrandmerkt en de VS hem zijn visum afpakten, nodigde zíj hem uit voor een dîner pensant. „Ik ken de verwijten tegen hem”, zegt ze. „Hij is niet de meest liberale man die je je kan indenken. Maar hij is géén fundamentalist. Zijn boodschap is dat de islam en de Europese cultuur niet strijdig zijn. Hij zegt: respecteer de wet, respecteer de regels van Nederland, en intussen kun je gewoon moslim zijn. Hij adviseerde mij om de vertrouwensbreuk met moslims te herstellen. Om een betere relatie op te bouwen, met dialoog en meer respect. Het was een interessante avond.”

Dat Verdonk zo over Ramadan te spreken is (wat overigens wederzijds is), mag sommigen verbazen. Maar ook in andere landen wordt er steeds positiever over hem gedacht. De storm rond de 44-jarige Ramadan, die ruim tien jaar heeft gewoed, lijkt te gaan liggen. In Frankrijk nodigen ministers hem weer uit. Franse en Zwitserse tv-programma’s, die hem vroeger castten als ‘wolf in schaapskleren’, voeren hem nu op als deskundige die zinnige dingen inbrengt in het integratiedebat. In Groot-Brittannië, waar hij sinds april 2005 visiting professor is in Oxford en lid was van een taskforce die premier Blair adviseerde over strategieën om radicalisering van moslims te voorkomen, heeft hij een solide reputatie. Vorig jaar riep het blad Time hem uit tot één van de honderd meest innoverende personen van de 21ste eeuw. En in november koos The European Voice in Brussel hem als ‘niet-EU-burger van het jaar’.

„De controverse ligt achter me”, stelt Ramadan opgelucht vast, met het zachte stemgeluid dat hem eigen is. Om er bezorgd aan toe te voegen: „Rakel die alsjeblieft niet op.” Maar wie Ramadans doopceel wil lichten en zijn rehabilitatie wil verklaren, kan er niet omheen. Daarbij: wat hij anno 2007 zegt over de positie van moslims in de Europese maatschappij en over de islam, is hetzelfde als wat hij in zijn eerste boeken, lezingen en interviews verkondigde. Anders dan David Goodhart, de oprichter van het gezaghebbende Britse blad Prospect, suggereert, is hij géén „radicalere vernieuwer geworden met de jaren”. Niet híj lijkt veranderd, maar de Europese maatschappij.

„Er is een stille revolutie gaande”, zegt Ramadan, die het laatste jaar 22 Europese landen bezocht, vaak op uitnodiging van de overheid. „Overal zie ik moslims maatschappelijk meer betrokken raken. Sommigen vinden dat eng. Logisch: we moeten ons allemáál aanpassen aan de nieuwe realiteit. Dat vergt tijd en geduld. Maar ik merk dat de obsessie met integratieproblemen afneemt. Europeanen hebben niet zo’n zin meer om alleen te luisteren naar lieden die daar veel lawaai over maken.”

Verdonk zegt hetzelfde. „Na de these en de antithese komen we bij de synthese. De tolerantie van vroeger was pure onverschilligheid. Nu spreken we elkaar aan. Voorzichtig, maar toch.” Zijn rehabilitatie verbaast haar niet.

Tariq Ramadan werd op 26 augustus 1962 geboren in Genève. Zijn grootvader van moederskant was Hassan al-Banna, die in 1928 de Egyptische moslimbroederschap oprichtte – toen vooral een poging tot ‘inheems’ verzet tegen de Britse overheersing. Al-Banna werd in 1949 vermoord. Ramadans ouders vluchtten in 1954 naar Zwitserland, toen de socialistische Egyptische president Nasser alles in de ban deed wat religieus, westers en joods was. Het islamitische centrum dat Ramadans vader in Genève opzette, wordt nu gerund door Ramadans broer Hani, die nogal omstreden is in Zwitserland. Een andere broer is arts.

Ramadan studeerde Franse literatuur, filosofie, Arabisch en Islamitische Studies in Genève. Hij schreef dissertaties over Nietszche en zijn grootvader. Ook kreeg hij islamitische scholing aan de Al-Azhar-universiteit in Cairo, iets wat westerse veiligheidsdiensten later verdacht vonden.

„Deze grootvader”, zegt iemand die met hem studeerde in Genève, „is zijn grootste inspiratie. Hij ziet Al-Banna als islamitisch vernieuwer. Die rol voortzetten is zijn missie. Sommigen vinden Ramadan een beetje pedant. Maar je kan met hem lachen.” Thuis was de voertaal Arabisch, Ramadan spreekt ook vloeiend Frans en Engels. Tegelijkertijd skiede hij als de beste. Hij noemt zichzelf een typisch product van twee culturen. Hij en zijn Frans-Zwitserse vrouw, een lerares, hebben vier kinderen: de jongste is vijf, de oudste twintig. Als zij de islam zouden afwijzen, zei hij eens, „zou ik misschien triest zijn, maar ik blijf van ze houden en ze respecteren.” Hij gaf les aan een Geneefs lyceum en doceerde Islamitische Studies aan de universiteit van Freiburg. Hij heeft intussen meer dan twintig boeken op zijn naam staan.

Ramadan is zeer gelovig. Hij vindt dat de teksten in de Koran de leidraad moeten zijn van elke moslim. Maar de interpretatie van die teksten, zegt hij, moet aan de moderne tijd worden aangepast. Zo moeten islamitische vrouwen volgens hem een sluier dragen, behalve als dat bij wet verboden is of als ze daarmee riskeren een opleiding of baan mis te lopen. Maar „je mag een vrouw nooit dwingen zich te sluieren, al is ze moslim”. De doodstraf en het restrictieve erfrecht voor vrouwen vindt hij evenmin van deze tijd. Daarmee plaatst hij zich tegenover de meeste gezaghebbende schriftgeleerden in islamitische landen. Ook Arabische regimes, die Ramadan hevig bekritiseert, zijn geen liefhebbers van islamitische hervormers. Ramadan is persona non grata in Saoedi-Arabië en Tunesië.

Daarom moet die islamitische hervorming volgens Ramadan worden aangezwengeld door zelfbewuste moslims in Europese democratieën, waar vrijheid van meningsuiting heerst. Maar veel Europese moslims zijn niet zelfbewust. Ze voelen zich gediscrimineerd, gemarginaliseerd. Begrijpelijk, zegt Ramadan – maar ze hebben dat ook aan zichzelf te wijten: ze koesteren de slachtofferrol te veel. Dus roept hij ze op om actieve burgers te worden. Zich te emanciperen. Het ‘wij-zij’ denken te laten varen, dat tot sociaal-economische problemen leidt en veel moslims terugwerpt op oude, ‘veilige’ interpretaties van de Koran. Pas als moslims volwaardig meedraaien in de Europese maatschappij, vindt hij, kunnen ze een moderne, Europese islam van de grond tillen. Dat kan leiden tot religieuze vernieuwing én minder anti-westerse sentimenten in islamitische landen zelf. Een tekort aan ambitie kan de man niet ontzegd worden.

Die boodschap heeft Ramadan vooral in de Franse banlieues populair gemaakt. Veel immigranten weten niet hoe ze hun islamitische geloof en opvoeding met het leven van alledag moeten verzoenen. Hij is de eerste die hun vertelt dat die twee wèl kunnen samengaan. Zo klaagde een vrouw in Dreux dat ze niet naar activiteiten op de school van haar mongoloïde kind kon, omdat de wet hoofddoeken verbiedt. Ramadan antwoordde dat ze altijd de wet moest gehoorzamen, en dat Allah haar zou vergeven als ze de doek op school zou afdoen.

„Voor niet-moslims is zijn argumentatie moeilijk te begrijpen”, zegt Aziz Zemouri van de Franse krant Le Figaro, die in 2005 het boek Faut-il Faire Taire Tariq Ramadan? schreef. „Omdat hij wordt weggehoond als hij de Arabische wereld plompverloren vertelt dat de doodstraf moet worden afgeschaft, roept hij op tot een moratorium. In die periode kunnen Koranteksten kritisch worden bekeken, om te zien of een verbod mogelijk is. Niet-moslims snappen die strategie niet. ‘Wat nou moratorium?’, roepen ze. ‘Ben je voor, of ben je tegen?’” Minister van Binnenlandse Zaken Nicholas Sarkozy beschuldigde hem tijdens een tv-debat in 2003 van een double discours.

Dat verwijt krijgt Ramadan sindsdien van alle kanten: arabisten, feministen, zionisten, links, rechts. Toen hij Frans-joodse intellectuelen verweet dat ze partij trokken voor Israël vanwege hun afkomst, was het hek van de dam. „Wat Ramadans opponenten bindt”, zegt de Franse islamoloog Olivier Roy, die gepolst is over Ramadans benoeming in Rotterdam, „is angst. Angst voor de islam, voor de verandering van de status quo, voor de introductie van identiteit en religie in de politiek. De meesten verdiepen zich niet in zijn werk. Ze herhalen alleen wat anderen zeggen.”

Figaro-journalist Zemouri constateert: „Als de paus tegen abortus is, zegt iedereen: ‘Ach, de paus’. Als Ramadan het zegt, breekt de hel los.” Sommigen schreven boze boeken over hem. Zoals Caroline Fourest, die in Frère Tariq zelfs suggereerde dat hij een fundamentalistische voornaam heeft. Anderen hielpen om in 2004 Ramadans benoeming als hoogleraar aan de Amerikaanse Notre Dame-universiteit te dwarsbomen – toen zijn meubels al op de boot zaten, trok het Department for Homeland Security zijn visum plotseling in. Een uitleg kreeg hij pas onlangs: vóór 2002 had hij 600 euro gegeven aan een Franse organisatie die Palestijnen hielp. Maar die organisatie staat pas sinds 2003 op de zwarte lijst. Volgens Han Entzinger, de hoogleraar sociologie die meebesliste over Ramadans benoeming in Rotterdam, kan dit incident hem moeilijk worden nagedragen. „In de VS lijkt tegenwoordig bijna elke moslim verdacht.”

Sommige van Ramadans felste opponenten in Parijs willen wel praten, maar anoniem. Ze zijn erg emotioneel en voelen zich duidelijk miskend. „Als we niet optreden tegen die leugenaar”, zegt één van hen, „raken we onze burgerlijke vrijheden kwijt. Hij wil Europa islamiseren! Hij is een kei-, keiharde extremist! Waarom ziet niemand dat?” Een ander vertelt dat Ramadan terroristen ontmoet. Gevraagd naar bewijsmateriaal (veiligheidsdiensten hebben dit nooit hard kunnen maken) verlaat hij het café: „Ik vertrouw u niet.”

Het is ook Salika Wenger, een atheïstische en communistische parlementariër in Genève en zelf migrantenkind, opgevallen dat veel kritiek op Ramadan van links komt. Logisch, zegt zij: „Hij gaat de wijken in. Beréikt die verschoppelingen. Dat moeten wíj doen. Maar wij zijn salonsocialisten geworden. Dus geven we hem uit jaloezie de volle laag. Zo maken we hem beroemder dan Omar Sharif!”

Toen Ramadan tijdens een debat van het Rode Kruis in Genève over hulpverlening in 2004 minutenlang werd uitgescholden door een man die hem „steun aan Bin Laden” verweet, bleef hij stoïcijns. Toen deze bezoeker met slaande deuren vertrok, pakte Ramadan kalm de draad weer op. „Mijn antwoord”, zei hij na afloop, achter een kop thee in een café, „interesseert hem toch niet”.

In Oxford wachtte hem een ander klimaat. Afgezien van wat gesputter van de extreem-rechtse British National Party en kranten als The Sun, was Ramadans benoeming onomstreden. Yunus Samad, een socioloog aan Bradford University, vindt dat niet vreemd: „Moslims in Frankrijk zijn vooral Arabieren. Veel Britse moslims zijn Aziaten uit Pakistan of Bangladesh. Daardoor speelt het Arabisch-Israëlische conflict hier minder een rol als je praat over ‘moslimidentiteit’. Het debat is hier minder beladen.” Sinds de aanslagen in Londen in 2005, zegt Samad, verandert dat. Maar Ramadan heeft die aanslagen veroordeeld. „De algemene indruk is dat hij een conservatief, maar gematigd islamitisch denken vertegenwoordigt. En als hij zegt dat Blair verkeerd bezig is in Irak, zegt hij wat de meeste Britten denken.”

Ramadan zoekt vaak Britse moslims op (nog een constante in zijn leven: als je hem belt, is hij altijd onderweg). „Ik ben een fan”, zegt David Goodhart van Prospect. „Hij probeert mainstream moslims mee te krijgen op zijn hervormingstocht. Hij zegt dat ze zich niet moeten afsluiten. Wie kan daartegen zijn? Voor hoog opgeleide jongeren is hij een voorbeeld. Hij is eloquent en ziet er goed uit – die mooie, lange vingers! Als we Ramadan niet hadden, moesten we hem uitvinden.”

Ramadan is vaak in Nederland geweest voor debatten en spreekbeurten. Zijn benoeming was het idee van de Rotterdamse wethouder Orhan Kaya van Participatie en Cultuur (GroenLinks). Kaya wil de Zwitser wederom inzetten voor integratiedebatten in de wijken. „Toen Kaya ermee aankwam”, zegt Dick Douwes, islamoloog en decaan aan de universiteit, „twijfelden sommigen. Mensen googelen, hè, en komen wilde verhalen tegen.” Daarom legde Douwes vier hardnekkige aantijgingen voor aan buitenlandse experts: dat Ramadan antisemiet zou zijn en voorstander van steniging, dat hij tot de Moslimbroederschap zou behoren en aan ‘double-speak’ zou doen. Zij zagen geen problemen. Volgens Entzinger was het feit dat de gemeente – die de wisselleerstoel betaalt – een kandidaat voordroeg (wat de onafhankelijkheid van de wetenschap kan bedreigen), intern „een zwaarder punt van aarzeling dan de persoon van Ramadan zelf. Veel studenten zijn verheugd over zijn komst.” Misschien komen zij straks bij de colleges Rita Verdonk tegen. Want die heeft besloten: „Ik ga zeker een keer.”