Gretigheid kan PvdA opbreken

Gelukkig wordt het regeerakkoord nu niet geschreven door fractiecommissies, vindt Frits Korthals Altes. Joop van den Berg meent dat alternatieven te snel zijn geëlimineerd.

Formeren is elimineren: met het uitschakelen van ten dele theoretische, ten dele ook uitvoerbare alternatieven begint de kabinetsformatie. Dat is een heel precies werk, waarin de rol van de eerste informateur cruciaal is. Zijn werk richt zich niet op het bijeenbrengen van partijen, maar op het stuk voor stuk uitsluiten van ongewenste alternatieven. Aldus moet de te vormen coalitie onontkoombaar worden gemaakt. Gebeurt dat niet, dan is het risico groot dat onderhandelende partijen voortdurend over hun schouders blijven kijken naar alternatieven. Voorts zal een te vroeg verwijderde partij naderhand aldoor – vaak met succes – verongelijkt de coalitie aan haar wangedrag herinneren. Zoals D66 deed vanaf 1989, toen het als potentiële partner was geweigerd door CDA en PvdA. Bei de verkiezingen van 1994 hebben beide daarvan de gevolgen ondervonden.

Grote kunstenaars van de eliminatie waren Jelle Zijlstra in 1967, die de PvdA afdoende had verwijderd voordat zij het zelf in de gaten had, en Jan de Koning in 1989 die de VVD overtuigde van het onvermijdelijke van de oppositie. De grote meester is en blijft Marinus Ruppert, de staatsraad die in 1972-73 langzaam maar zeker elk alternatief elimineerde waarvan de PvdA geen deel zou uitmaken. Maar ook het alternatief dat het rijk alleen liet aan PvdA en andere linkse partijen werd door Ruppert bekwaam onklaar gemaakt. Daarentegen schoof informateur Donner in 2003 de alternatieven zonder PvdA te snel en te gemakkelijk opzij. Gevolg: de mislukking van de coalitie CDA/PvdA.

Dit keer is informateur Hoekstra onmiskenbaar te gehaast geweest. Dat sluit niet uit dat het kabinet van CDA, PvdA en CU er komt. Het zal echter maximaal vier jaar last houden van de ‘uitsluiting’ van de SP, wat vooral ten koste zal gaan van de machtspositie van de PvdA. Niet alleen is Hoekstra te haastig geweest, de PvdA is weer eens te gretig. Ongeveer zoals in 1965 toen het kabinet-Marijnen uit elkaar was gevallen en de PvdA al te graag de plaats van de VVD en de CHU innam in het kabinet- Cals. Het genoegen duurde slechts kort. Al in 1966 sneuvelde het kabinet in de roemruchte Nacht van Schmelzer. Het risico voor de PvdA is nu ernstiger. De SP is een aanzienlijk gevaarlijker concurrent dan de kleine linkse partijen, CPN en PSP, in 1966. Alleen een wonderbaarlijk hoog tempo van formeren en een uitgesproken sociaal gericht regeringsprogramma kunnen de PvdA nu behulpzaam zijn. Maar vooral zal het moeten komen van overtuigend sociaal-democratisch leiderschap in de coalitie.

De PvdA zal, nu de SP en GroenLinks niet meedoen, nauwelijks een overtuigend pleidooi meer kunnen voeren voor een premier uit haar kring. Dat is jammer, want het zou haar zeer hebben geholpen, zoals dat ook het geval is geweest in 1948 en 1994. In 1948 verloor de PvdA de verkiezingen en bleef zij kleiner dan de KVP, maar niettemin werd Willem Drees premier, wat van eminent belang zou blijken, niet alleen voor de PvdA maar voor het land als geheel. In 1994 verloor de PvdA dramatisch, maar kon zij haar drama compenseren met het premierschap van Wim Kok.

Is premier Balkenende werkelijk zijn eigen onvermijdelijke opvolger? Waarom de PvdA niet gecompenseerd voor het opofferen van SP en Groen Links? Zover zal het niet komen. Moet Wouter Bos dus vicepremier worden en tevens minister van Financiën? Het CDA zou het wel willen en Bos zelf misschien ook wel. Wie de vergelijking maakt met Wim Kok, die immers via Financiën in 1994 in het Torentje terechtkwam, moet wel voorzichtig zijn. Kok heeft drie keer langs de afgrond gereden en veel geluk gehad er nooit in te zijn gevallen. Wie herinnert zich niet de WAO-crisis in 1991, de zware verkiezingsnederlaag in 1994 en Koks gewaagde informatiepoging in datzelfde jaar? Het liep allemaal goed af, maar het had ook anders kunnen gaan. Heel wat slechter verging het Anne Vondeling in 1965-1966. Ook hij werd vicepremier en minister van Financiën, maar het werd een fiasco, ook als gevolg van de spanningen tussen de katholieke premier Cals en diens eigen KVP.

Er is geen garantie dat Bos het lot van Kok zal delen en niet dat van Vondeling.

Prof. dr. J.Th.J. van den Berg is emeritus hoogleraar parlementaire geschiedenis in Leiden en hoogleraar parlementair stelsel in Maastricht. Hij was van 1992 tot 1996 lid van de Eerste Kamer voor de PvdA.