Gelikte markt met grassap en biologische sushi

De boerenmarkt in Amsterdam bestaat 20 jaar.

„De markt is professioneler en veel gelikter geworden.”

De vraag naar biologische producten is gestegen de afgelopen twintig jaar, en ook het aanbod op de markt is veranderd. Foto David Galjaard Galjaard, David

. Een jonge jongen speelt met zijn gitaar een vrolijk deuntje. Ouders manoeuvreren hun Bugaboo tussen de kraampjes door en toeristen zijn op zoek naar speciale kaas. Bij een kraam met biologische groenten geeft een oude man zijn boodschappenlijstje af. „Heeft u ook pastinaken?”

De grootste biologische boerenmarkt van Nederland op de Noordermarkt in Amsterdam, viert dit jaar haar twintigjarig jubileum. Van een klein alternatief initiatief, opgezet door de eigenaar van café Winkel aan de Noordermarkt die door middel van handel voor zijn deur meer klandizie wilde trekken, is de zaterdagse verkoop van biologische producten uitgegroeid tot een begrip.

De keuze op deze markt is dan ook ruim: van bijzondere producten als biologische sushi en grassap tot ‘gewone’ biologische voeding als vlees, brood, zuivel en groente en duurzaam geproduceerde kleding en crèmes. Dat was twintig jaar geleden wel anders.

Annet Nieuwenhuysen van Geitenboerderij Aarle-Rixtel herinnert zich de eerste boerenmarktdag in Amsterdam in juni 1987 nog goed. „Ik had geen idee wat ik moest verwachten. Ik had al wel eens op een braderie gestaan maar dat was nooit zo’n succes. We hadden maar vijftien Goudse kazen bij ons zonder enige diversiteit in jong of oud. Ze waren al snel uitverkocht.”

Tuinder Jaap van der Boon van biologisch tuinbouwbedrijf De Knotwilg uit Spierdijk moest in de begintijd knokken om zijn producten kwijt te raken. „Mede door de ramp in Tsjernobyl wilde de consument geen verse producten meer. De blikgroente was niet aan te slepen. Die eerste marktdag ging ik met tweehonderd gulden naar huis. Inmiddels is dit zo’n vierduizend euro.”

Niet alleen de vraag naar verse biologische producten, maar ook zijn assortiment is inmiddels behoorlijk veranderd. „In de begindagen had ik veel verschillende soorten kool en bieten. Eenvoudig eten en veel seizoensproducten. Ik denk dat ik toen met twintig à dertig producten naar de markt ging. Nu is dat het dubbele. En de kool is nu niet meer zo in trek. Mensen eten liever courgette.”

Tegenover de kraam van De Knotwilg schept André Dijkgraaf van kruidenteeltbedrijf het Blauwe Huis uit het Drentse Ruinerwold pesto en mierikswortelsaus met een soeplepel uit een bruine stenen pot. Volgens hem is het karakter van de markt zeker veranderd in de afgelopen twee decennia. Vroeger bracht de tuinder zijn zelf verbouwde groenten naar de markt en de bakker zijn zelfgebakken brood. Dat gebeurt nu nog steeds, maar wel in mindere mate.

„Nu zijn er ook veel handelaren die helemaal niet zelf produceren,” vertelt hij. „Als ik goed tel zijn er nu twintig boeren die met eigen geproduceerde waren komen en er vaak nog wat bij handelen en acht kraamhouders die niets zelf maken en hun producten enkel via handel verkrijgen. We hebben altijd geprobeerd het producentenkarakter hoog te houden en elkaar de producten te gunnen die we goed kunnen maken. De gewone kaasboer verkocht bijvoorbeeld geen geitenkaas. Dat is helaas een beetje door elkaar gaan lopen. Daarnaast is de markt veel professioneler en gelikter geworden.”

Tuinder Van der Boon beaamt dit: “Vroeger was het hier toch meer een rommeltje. Er staan meer grotere biologische bedrijven op de markt die ook wilden dat de markt afkwam van het geitenwollensokkenkarakter. Toch vind ik niet dat de markt echt elitair geworden is. Ik heb nog veel dezelfde klanten als twintig jaar terug.”

Nieuwenhuysen ziet dat iets anders. „We hebben steeds meer oudere mensen en studenten zien vertrekken. Waarschijnlijk is het te duur voor hen geworden om biologische producten te kopen. Nu komen er vooral mensen uit de grachtengordel, mensen die per se biologisch willen eten en toeristen.”

Ondanks de veranderingen genieten deze drie pioniers nog volop van hun uitstapje van het land naar de stad. Allemaal praten ze ook met een warm gevoel over hun producten, een liefde die uitstraalt op de sfeer van de markt. Van der Boon van De Knotwilg: „Waar ik trots op ben zijn mijn kruisbessen. In de jaren tachtig werden er veel kruisbessen ziek. Ik heb toen via stekken en verpotting de kruisbes kunnen behouden.”

Dijkgraaf van het Blauwe Huis heeft inmiddels verse kruiden en sauzen als specialiteit. „En we hebben verse verveine, dat vind je elders niet zo snel. Daarnaast kweek ik vijf soorten basilicum en munt. Dat zijn voor mij de krenten in de pap.”

Iedere zaterdag, 09.00-16.00, Noordermarkt, Amsterdam. www.boerenmarktamsterdam.nl

    • Elles van Gelder