Friesinger is in haar hart allrounder

Anni Friesinger was een klasse apart bij het WK sprint in Hamar. Maar om wereldkampioen te worden hoefde de Duitse geen sprintsters te verslaan. De allrounders zijn bij de vrouwen ook de besten op de sprint.

Anni Friesinger en Ireen Wüst na de afsluitende 1.00 meter. Foto AP Gold medal winner Germany's Anni Friesinger, bottom, and silver medal winner Ireen Wust of Netherlands react after finishing their women's 1000 meters race during the second day of the World Sprint Speed Skating Championships at the Hamar Olympiahall Vikingskipet in Norway, Sunday Jan. 21, 2007. (AP Photo/Matt Dunham) Associated Press

Hamar, 22 jan. - Zelfs bij een WK voor de sprintsters domineerden de drie allrounders die het gezicht van het internationale vrouwenschaatsen bepalen. Anni Friesinger won met ruime voorsprong, Cindy Klassen – die in Hamar de schaats-Oscar kreeg uitgereikt voor haar prestaties van vorig seizoen – eindigde na een paar maanden sabbatical als derde.

Tussen beide ‘vrouwelijke Eric Heidens’ reed de 20-jarige Ireen Wüst bij haar debuut direct op het podium. „Ik heb het gevoel dat ik dichter bij Anni en Cindy ben gekomen”, constateerde ze.

Met haar eerste wereldtitel op de sprint voegde Friesinger een nieuwe parel toe aan haar rijk gevulde kroon: vijf keer Europees kampioen, drie wereldtitels allround, negen keer goud bij de WK afstanden, twee gouden medailles op Olympische Spelen. „In mijn hart ben ik een allrounder, maar dat maakt deze titel alleen maar mooier”, vond de kampioene. „Ik heb Anni aan het begin van het seizoen gevraagd wat ze liever wilde”, zei haar coach Gianni Romme. „Een EK of een WK sprint, dat ze nog nooit had gewonnen. Die keuze was voor haar niet moeilijk.”

Volgens Romme, die zelf begin dit seizoen met schaatsen stopte, schuilt de grote winst erin dát Friesinger eindelijk de keuze durfde te maken om vorige week het EK in Collalbo links te laten liggen. „In het verleden heeft ze de fout gemaakt om te veel te willen doen. Dat heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat ze aan de Olympische Spelen van Salt Lake City en Turijn een bittere nasmaak heeft overgehouden. Daarom heb ik haar gezegd: een EK én een week later een WK sprint, dat kan bijna niet. Vooral omdat Anni de motivatie heeft om overal waar ze start super te willen rijden.”

In het Vikingskipet toonde Friesinger, in 2004 achter Marianne Timmer al eens tweede op het WK sprint, vooral dat haar 500 meter dit seizoen is verbeterd. In oktober reed ze in Inzell haar eerste sprint tot eigen verrassing in 38,6. In Hamar ging het nog sneller. „Solide races, genoeg om het op de 1.000 meter af te maken”, vond Romme. Zeker omdat haar landgenote Jenny Wolf was gevallen op de eerste kilometer, nadat ze op de 500 meter in een baanrecord van 37,88 meer dan een halve seconde voorsprong had genomen.

Met de val van Wolf was de rol van de pure sprintsters helemaal uitgespeeld. De Koreaanse Sang Hwa Lee, die dit seizoen al een paar 500 meters won, en de Chinese toppers gaven de voorkeur aan de Aziatische Winterspelen en zegden af voor het WK. Regerend kampioene en winnares van olympisch goud op de 500 meter, de Russin Svetlana Zjurova, is al het hele jaar geblesseerd. De Japanse specialisten Shinya en Osuga slaagden er niet in meer dan 0,2 seconde te winnen op Friesinger, die op haar beurt de andere allrounders ver voor bleef.

De Duitse alleskunner bouwde haar voorsprong op de 1.000 meter met twee afstandszeges verder uit. Opvallend was het sterke rijden van Wüst, een week na haar dramatische nederlaag tegen Martina Sábliková op het EK. Hoewel ze in Collalbo drie keer stierf (op 1.500, 3.000 en 5.000 meter) was in Hamar van vermoeidheid geen sprake. Persoonlijke records op de 500 en tweede plaatsen op de 1.000 meter leidden tot zilver. „Vorige week was die kleur een teleurstelling, nu is het absoluut winst.”

Ook de andere debutante, de 21-jarige Margot Boer, reed een sterk WK en werd zesde. Leeftijdgenote Annette Gerritsen werd zevende. Voor routinier Marianne Timmer draaide het toernooi uit op een teleurstelling. Door ziekte in de voorbereiding kwam de olympisch kampioene vol twijfels aan de start. Na de eerste dag moest ze zich erbij neerleggen dat verder schaatsen geen zin had. „Haar lichaam wilde niet, ze is gewoon te moe”, verklaarde coach Jac Orie.