Een bom in het bos

Omgewaaide bomen uit je eigen bos hoef je van de gemeente niet op te ruimen. Dat is beter voor de natuur. Maar geldt dat ook als het er meer dan honderd zijn?

...en vanuit hetzelfde standpunt op 19 januari 2007. Blankesteijn, Herbert

Toen ik deze zomer het bos kocht dacht ik: dit wordt leuk als het gaat stormen. Dan ga ik hier rondlopen, genietend van het natuurgeweld. En dan zie ik een boom omvallen. De natuur in actie, daar doe je het als westerling met een tweede huisje voor.

Mijn bos ligt in de Achterhoek. Donderdag wilde ik werkelijk erheen. Ik moest eerst even langs Amsterdam, waar ik om acht uur ’s avonds weg kon. Ik trek me weinig aan van waarschuwingen, maar de A2 was geblokkeerd en op de A1, het alternatief, stonden verschillende files. Dus ging ik, met bloedend hart, naar huis.

Vrijdagochtend ging de telefoon. De buurman van het Achterhoekse bos. Langs de grens met zijn weiland (honderd meter) waren ‘alle’ bomen omgewaaid, zijn weiland in. Wat ik daaraan dacht te doen. Hij wist niet of mijn huisje er nog stond want hij ‘kon daar niet komen’. Er was inmiddels al een e-mail van de gemeente, met het advies dat bij stormschade in een bos niet alle bomen hoeven worden opgeruimd. Dat is beter voor de natuur. Wat over wegen en paden belandt, of bij de buren, mag natuurlijk wel weg.

Twee uur autorijden lang kon ik me afvragen of het huis nog heel zou zijn, en wat ik verder zou aantreffen. Toen ik aankwam, sloeg eerst de opluchting toe. Tussen fier overeind staande eiken door kon ik zien dat het huis intact was. Toen ik mijn auto wilde parkeren, kwam de verbijstering.

Normaal parkeer ik naast een flinke larixplantage. Die plek was er niet meer. Verschillende omgevallen sparren en larixen versperden de weg en één larix had met zijn wortels een flink stuk pad mee omhoog genomen. Een ander hing dreigend boven het huis, zijn top in een eik verstrikt.

Om over de barricaden heen te kijken moest ik uitstappen. Excuses voor het cliché, het leek of er een bom was ontploft. Een windhoos of zoiets heeft een open plek gecreëerd van zo’n vijftig meter in doorsnee (om een uur of negen ’s avonds, volgens de buurman). Het is me een weekend lang niet gelukt het aantal omgevallen larixen te tellen. Daarvoor moet je ertussendoor lopen en dat gaat niet. Het zou trouwens levensgevaarlijk zijn want er hangen er nog talloze scheef onder alle hoeken tussen nul en negentig graden. Het aantal slachtoffers onder de larixen schat ik op honderd. Vijf eiken hebben het niet overleefd, drie meegesleept door andere omwaaiende bomen, één over de volle lengte gespleten. Beide delen wiegen nu onafhankelijk van elkaar in de wind.

Als ik hier donderdagavond had gelopen, was ik gegarandeerd geplet. Intussen is het geen ramp, integendeel. De gemeente wil allochtone bomen (‘exoten’) graag kwijt; eigen bomen eerst, zoals eiken en berken. Ik wilde wel meehelpen maar zelf omzagen stuitte me tegen de borst. Nu heeft de natuur flink wat van die duffe gepluimde telefoonpalen opgeruimd en verwacht ik snel de eerste berken en lijsterbessen. En het hout levert me waarschijnlijk een leuke financiële meevaller op.

    • Herbert Blankesteijn