Don’t tell mama, I’m for Obama

Hillary Clinton wil de eerste vrouwelijke president van de VS worden. Barack Obama de eerste zwarte. Kunnen ze eigenlijk winnen? Over de gevaren van een historisch gevecht.

Barack Obama (Foto Reuters) Senator Barack Obama (D-IL) listens during a news conference about ethics reform with other Democratic Senators in the Capitol in Washington January 18, 2007. Two weeks after the U.S. Senate convened with Democrats and Republicans vowing to work together for the public good, they bitterly split on Wednesday over how to clean up the scandal-rocked U.S. Congress. REUTERS/Kevin Lamarque (UNITED STATES) REUTERS

WASHINGTON, 22 JAN. - In het fluistercircuit op Capitol Hill zeggen sympathisanten van senator Barack Obama het zo: ‘Don’t tell mama, I’m for Obama’. Met ‘mama’ is Hillary Rodham Clinton (59) bedoeld, die afgelopen zaterdag, vijf dagen na Obama, bekendmaakte dat zij een gooi doet naar de Democratische kandidatuur voor de presidentsverkiezingen van november 2008.

De typering is tekenend voor haar huidige kracht – ze ligt in peilingen onder Democraten een straatlengte voor op alle concurrenten – maar legt evengoed haar achilleshiel bloot. Clinton zal de komende maanden door haar tegenstanders, vooral medewerkers van Obama, worden weggezet als representant van oude politiek: repressief, ideologisch, polariserend – een progressieve George W. Bush.

En Obama zelf, zo weten insiders in Washington, gaat er een klassieke generatiestrijd van maken. De 45-jarige zwarte senator uit Chicago, die in een paar maanden een ware Obamamania veroorzaakte en nu Clintons belangrijkste tegenstander is, zal zich opwerpen als een nieuwe Kennedy: charismatisch, jong, pragmatisch, wars van de polarisatie die het klimaat in de Amerikaanse hoofdstad al jaren vergiftigt.

Het heeft voor Clinton iets unfairs. Haar kandidatuur, benadrukken medestanders, wordt alleen aangevallen op haar stijl. Terwijl ze een historische doorbraak heeft bereikt: ze is immers de eerste vrouw die een serieuze kans maakt op het presidentschap. Maar omdat Clinton al twee jaar de belangrijkste Democratische kandidaat voor 2008 is, is dat nieuwtje er al weer af.

Bovendien keren de media zich in een voor Clinton zorgelijke intensiteit af van de voormalige first lady. In de video waarmee ze zaterdag op het internet haar kandidatuur aankondigde presenteerde zij zich ongebruikelijk zachtaardig. Het beantwoordt aan haar belangrijkste zwakte, vertelden politieke strategen gisteren, en die werd dit weekeinde in het satirische Saturday Night Live dan ook genadeloos gepersifleerd. In het programma ontstak ze in blinde woede toen de kandidatuur van Obama ter sprake kwam – don’t tell mama.

En het is maar de vraag of een vrouw in de VS kán winnen. Opiniepeilers zeggen dat eendimensionale onderzoeken – waarin alleen wordt gevraagd of kiezers bezwaar hebben tegen een vrouwelijke president – geen goed beeld geven: mensen geven sociaal gewenste antwoorden. Dus vroeg USA Today ruim een jaar geleden ook of kiezers denken dat hun buren bezwaar hebben tegen een vrouwelijke president. De uitslag was weinig bemoedigend voor Clinton: 34 procent van de Amerikanen wil volgens het onderzoek geen vrouwelijke president. Het betekent, zeggen peilers, dat Clinton voor een vrijwel onmogelijke opdracht staat. Omdat vooraf vaststaat dat eenderde van het electoraat niet op haar stemt, is het alleen in een uitzonderlijke situatie mogelijk nog een meerderheid te winnen.

Een handicap voor Clinton is ook dat de media duidelijk meer sympathie hebben voor de kandidatuur van Obama. Op de website van The Washington Post stond vorige week een filmpje waarin vier politieke redacteuren hun licht lieten schijnen over actuele zaken. Een van hen schetste hoe het is om in de Senaat met Clinton en Obama te werken: Clinton schiet door de gangen en is bang voor verslaggevers. Maar wie Obama aanhoudt krijgt altijd antwoord. Ook als dat betekent dat tientallen journalisten hem omringen, en een vragensessie al gauw een uur kost, neemt hij voor iedereen de tijd, vertelde ze: de man is een natural.

En Clinton ligt van alle kanten onder vuur. Nadat ze vorig najaar bij de Congresverkiezingen overweldigend haar senaatszetel voor de staat New York continueerde, beschreef de progressieve Democratic Daily dat ze „een schandelijke 36 miljoen dollar weggooide” in haar campagne – onder meer aan bloemen, fotografie en gecharterde vluchten –, terwijl op voorhand vaststond dat ze niet kon verliezen. De enige vrouwelijke columnist van de progressiefste krant van het land, Maureen Dowd van The New York Times, noemt haar stelselmatig een calculerende opportunist met een boosaardige inborst. En partijgangers die de oorlog in Irak vanaf het begin afwezen, stellen haar beoordelingsvermogen steeds luidruchtiger ter discussie: zij steunde de oorlog immers.

Er zijn uitzonderingen. Het maandblad The Atlantic beschreef eind vorig jaar hoe Clinton in de binnenwereld van de Senaat is uitgegroeid tot een hoog gewaardeerde collega, die ook met conservatieve diehards compromissen weet te sluiten, aldus bijdragend aan een beeld dat de senator ook zelf graag van zichzelf verspreidt: een gematigde kandidaat met grote politieke vaardigheden.

Het is Obama’s belangrijkste zwakte. Hij is pas twee jaar senator en maakte nooit deel uit van een politiek bestuur, en dus zullen Clintons supporters daar, zeggen ze, de komende tijd een groot punt van maken. Obama gaat zich verweren door de waarde van de nieuwkomer te benadrukken: nieuwe generatie, andere benadering. Hij was tegen de oorlog in Irak. Hij wil puur pragmatisch opereren. En hij is de eerste zwarte kandidaat die, zeggen peilers, blanke kiezers geen schuldgevoel geeft. Maar Obama, zeggen diezelfde peilers, heeft uiteindelijk hetzelfde probleem als Clinton: Amerikanen zijn minder geneigd op zwarte kandidaten te stemmen dan ze in onderzoeken aangeven.

Commentatoren wezen er gisteren dan ook op dat de Democraten met een race tussen Clinton en Obama kunnen afstevenen op een geweldige anticlimax: terwijl de Republikeinen door de oorlog in Irak in decennia niet zo zwak hebben gestaan, sturen ze waarschijnlijk een kandidaat de arena in die al bijna op voorhand heeft verloren.

    • Tom-Jan Meeus