Domheid en gevaar zijn één in Italiaanse Nachten

Toneel: Italiaanse Nacht, door Toneelgroep Oostpool, naar Ödön von Horváth. Vertaling: Rob Klinkenberg. Regie: Arie de Mol. Gezien: 20/1 Huis Oostpool, Arnhem. Tournee t/m 25/3. Info: 026-4437655 en www.oostpool.nl.

Een feestavond in een provinciestadje. De socialisten gaan er hun ‘Italiaanse Nacht’ houden, met spaghetti en andere grensoverschrijdende gerechten. De waard van het etablissement heeft echter tegelijk de rechts-radicalen geboekt, voor hun ‘Nationale Dag’. Dat wordt hommeles, natuurlijk.

Tot excessief geweld komt het niet in de zo lieflijk klinkende voorstelling Italiaanse Nacht van toneelgroep Oostpool. Maar de sfeer is dreigend. Alleen al het decor straalt grimmigheid uit. Men speelt gedeeltelijk achter stalen muren die aan gevangenishekken doen denken. Zij perken niet alleen de bewegingsvrijheid in, maar ook het denken.

Dwangmatig roepen de socialisten en de rechts-radicalen hun leuzen. „Weg met het Europa van de slappe knieën!”, joelt de extreem-rechtse leider. „Zolang hier een denktank is ter verdediging van de democratie [–] kan ons land rustig slapen!” koert de voorzitter van de socialisten.

Odön von Horváth schreef Italiaanse Nachten aan de vooravond van Hitlers machtsovername. Regisseur Arie de Mol en vertaler Rob Klinkenberg actualiseerden het Duitstalige stuk uit het jaar 1930 zo drastisch dat het is alsof we geen Beierse maar Nederlandse politici horen orakelen.

De satirische toon ontmaskert hen één voor één. Hun clichétaal klinkt oneindig dom – wat op zich ook een cliché is. Maar Toneelgroep Oostpool verbindt de domheid met gevaar. De domheid jaagt de polarisering aan en de polarisering brengt de democratie aan het wankelen.

Zoiets wil De Mol laten zien, en het verontrustende is dat de socialisten bij hem inderdaad slappe sussers zijn, terwijl de rechts-radicalen niets meer te bieden hebben dan rancune. Ze bewapenen zich en drukken hun pistolen tegen de slapen van de socialisten, die nog steeds menen zich met argumenten te kunnen verdedigen.

Het verwijt dat een van de personages uit aan het adres van de socialisten is terecht: zij hebben geen antwoord op het oprukkende geweld. De enige maatregel die zij nemen is de verwijdering van kritische types uit de partij. En zo stelt De Mol nogal wat aan de orde: de zwakte van geweld én van geweldloosheid; de kwetsbaarheid van de democratie en haar falende weerbaarheid; de bleekheid van de gevestigde politiek en de aantrekkingskracht van radicale groepen. Kortom: de verwarring van deze tijd.

Politiek theater is in. Toneelgroep Oostpool heeft dit jaar zelfs tot seizoen van het strijdtoneel uitgeroepen. En om maar meteen duidelijk te maken dat politiek toneel niet saai hoeft te zijn, gooit het Arnhemse gezelschap er heel veel muziek tegenaan – van Puccini-aria’s tot en met het Wilhelmus. Het grote, deels uit onervaren spelers bestaande ensemble zingt verrassend goed. Maar bij het praten is er wel degelijk een verschil tussen de oude rotten en de toneelschoolstudenten. Eigenlijk voldoen alleen coryfeeën als Juul Vrijdag en Remco Melles aan de normen van eersteklas theater.

De Mol, die al eerder met zijn eigen gezelschap ELS Inc. een sterke Horváth bracht, moet het hebben van swingende choreografieën, sprankelende zang en brutaal de-zaal-in-spelen Zijn spelers doen wat de gevestigde politici volgens hun opponenten steeds maar weer verzuimen: ze houden contact met het volk – pardon, het publiek.