De Pers: ‘Gratis, niet goedkoop’

Nog een halve dag en dan verschijnt het eerste nummer van het nieuwe dagblad De Pers. Uitgever Cornelis van den Berg gelooft in gratis kwaliteit.

Treinreizigers krijgen morgenochtend niet alleen Spits en Metro aangeboden, maar ook de nieuwe ‘kwaliteitskrant’ De Pers. De krant wordt verspreid op een beperkt aantal NS-stations in de Randstad. In de loop van de week groeit het aantal uitgiftepunten op stations. Verder vindt de verspreiding plaats op bedrijventerreinen en in stadscentra – ook buiten de Randstad. Binnen enkele weken moet De Pers ook verkrijgbaar zijn bij supermarkten en tankstations. „De distributie moet langzaam groeien”, zegt uitgever Cornelis van den Berg een paar dagen voor de lancering van de krant. „Dat is zelfbescherming. Je moet niet alles direct willen neerzetten.’

De Pers kreeg de afgelopen maanden veel aandacht in de media. Van het tv-programma De Wereld Draait Door tot het Grafisch weekblad en van Nieuwe Revu tot De Journalist. Van den Berg was liever in alle rust begonnen met z’n nieuwe krant. „Pas op onze eerste dag van verschijnen was ik graag de discussie over de toekomst van de dagbladen aangegaan.”

De mislukte samenwerking van PCM Uitgevers en investeerder Marcel Boekhoorn bracht het nieuwe dagblad in het centrum van het nieuws. PCM en Boekhoorn zouden eerst samen een gratis krant beginnen, maar de uitgever van onder meer NRC Handelsblad en de Volkskrant trok zich terug. Boekhoorn ging solo verder, legde miljoenen euro’s op tafel, kocht een dream team van verslaggevers en ziet morgen het eerste nummer verschijnen. Hij onderzoekt op dit moment of hij een schadeclaim indient tegen PCM.

De belangrijkste vraag in alle verhalen over De Pers luidt: hoe denken ze geld te gaan verdienen met een gratis kwaliteitskrant? Kwaliteit is immers duur, die moet de lezer betalen. Het antwoord van Van den Berg zit in de slogan van de krant: ‘Gratis, maar niet goedkoop’. „Lezers én adverteerders zijn meer geïnteresseerd in een gratis krant die uitgaat van oude journalistieke waarden dan in een openbaar vervoer-krantje.”

Hij wijst op het idee achter Metro, het gratis-dagbladconcern waarvoor hij werkte in Nederland. „Het plan van Metro was om in een groot aantal landen gratis kranten te beginnen. Zo’n wereldwijd netwerk zou de perfecte partner zijn voor internationale bedrijven met wereldwijde reclamecampagnes. Metro moest kranten maken waaraan zo min mogelijk aanstoot genomen kon worden.”

Het heeft Metro daarna altijd verbaasd dat concurrenten precies dezelfde soort kranten neerzetten, aldus Van den Berg. De Nederlandse editie van Metro verscheen in 1999 en tegelijkertijd kwam De Telegraaf met Spits. Ook met bijna alleen kort nieuws, gericht op een jonge lezers.

Een concurrerende gratis krant moet zich volgens Van den Berg concentreren op dingen die Metro en Spits laten liggen. „Zoals eigen nieuws en gedegen onderzoek.” Dat vinden (hoger opgeleide) lezers belangrijk en daarvoor hebben adverteerders geld over, denkt Van den Berg. Hij ziet op termijn drie soort dagbladen ontstaan. Betaalde kranten zoals NRC Handelsblad en het Financieele Dagblad worden nicheproducten. Simpele, gratis openbaar-vervoerkranten zijn er „voor de verveelmomenten in de trein”. En er komen gratis kwaliteitskranten als De Pers. „Ik zie geen toekomst voor grote betaalde massakranten.”

    • Jan Benjamin