De hamvraag is: wát toets je?

Meerdere eindexamens per jaar is eigenlijk heel logisch. Maar er zijn haken en ogen.

Zoals: wie mogen meedoen? En vooral: wat zijn de vragen?

Vorige week is een select groepje leerlingen, bij wijze van experiment, alvast begonnen met het eindexamen, vooruitlopend op de landelijke examens in mei. Als de proef slaagt, komen er misschien drie ‘examenmomenten’ voor alle scholieren in het middelbare onderwijs.

Wie zakt voor zijn eindexamen vmbo, havo of vwo, moet nu nog een jaar wachten op een nieuwe kans. Ook een vijfdeklasser op het vwo die best had kunnen slagen, zit een jaar vooral te niksen. Meer examens per jaar afnemen is dus een prima idee. Het is zelfs logisch: stel je voor dat je alleen in mei examen kon doen voor je rijbewijs!

Bovendien, het Nederlandse onderwijs gaat toch al met een slakkengang: acht jaar basis, zes jaar voortgezet, en dan misschien nog vier of vijf jaar hoger: dat is achttien of negentien jaar, een heel jongemensenleven!

Het zou ook een hele vooruitgang zijn wanneer het vervroegde examen ter vervanging van de schoolonderzoeken zou dienen. Want uit cijfers blijkt dat de resultaten van toetsen die door de school zelf worden afgenomen altijd enkele punten hoger uitvallen dan de centrale. Allicht, want scholen worden in Nederland beoordeeld op het percentage leerlingen dat slaagt. Niemand zou voorstellen om het rijexamen voor de helft te laten beoordelen door de rijscholen. Waarom gebeurt dat in het onderwijs dan wel?

Toch blijft de vraag: wie mag er allemaal meedoen aan het vervroegde examen? In eerste aanleg gaat om leerlingen die al eens gezakt zijn. Dat is een duidelijk criterium. Maar beter en eerlijker is het om iedereen toe te laten. Dan kunnen leraren en leerlingen zich ook in het laatste schooljaar aan eenduidige leerstof wijden. Ook is eventueel beroep en bezwaar alleen rechtvaardig, wanneer grote aantallen leerlingen het examen maken. Aan een paar leerlingen is niet af te lezen of de vragen toepasselijk en goed geformuleerd waren.

Uiteraard (Nederland, nietwaar) zijn examens op de middelmaat ingesteld. De helft van de leerlingen kan dus sneller. Wie ertoe in staat is, moet meteen examen doen. Voor de langzame helft heb je, als je eenmaal van de bollebozen af bent, dan ook nog meer aandacht, tijd en geld over. Maar als alle examens niet volledig centraal worden afgenomen en de toelating niet ruimhartig is, helpt de voorgestelde maatregel weinig. Het examen in januari zal dan voornamelijk in het voordeel van herkansers werken.

Zelfs als er wel aan de voorwaarden wordt voldaan, dan nog heeft een examen-per-kwartaal alleen zin als duidelijk is waarom er überhaupt een eindexamen is. Dat lijkt een oppervlakkige vraag: om kennis te toetsen, natuurlijk! Maar pas op: kennis vinden onderwijsdeskundigen vies. Joelend over ‘de freak met zijn krijtje’ hebben zij docenten die inhoud en feiten voorop stellen uit de scholen verdreven. Feitelijke kennis is vervangen door veel vagere ‘competenties’.

Maar juist feitenkennis is toetsbaar op een examen. Daarvoor kun je normen maken, zoals er normen en toetsen voor ons drinkwater zijn. Nu is ‘normen’ hier meestal een camouflageterm voor (religieuze) vooroordelen. Het toetsen van feitenkennis en, in mindere mate, praktische vaardigheden, is in ongenade gevallen, terwijl het juist essentieel is. De slappe rest, die in het onderwijs een hoofdrol heeft gekregen, kun je vergeten.

Helaas is Nederland geen kennisland, maar een kletsersland. Feiten zijn ondergeschikt en meningen ‘verdienen respect’. Examineren is hier bij voorbaat verdacht. Het gaat ten koste van de student, die weinig belang heeft bij examens die zijn kwaliteiten niet weerspiegelen. Meerdere examens per jaar, daar is niks mis mee, mits het centraal is en royaal wordt omgegaan met de toelating. Nu de uitbreiding van de examenstof nog.

Prof. Vincent Icke is hoogleraar theoretische sterrenkunde aan de Universiteit Leiden.

    • Vincent Icke