Begrijpelijke keus voor beslotenheid

Gelukkig wordt het regeerakkoord nu niet geschreven door fractiecommissies, vindt Frits Korthals Altes. Joop van den Berg meent dat alternatieven te snel zijn geëlimineerd.

De huidige informatie in beslotenheid met betrokkenheid van slechts de fractievoorzitters en enkele vertrouwelingen uit oogpunt van democratisch gehalte, is minder duister dan de formaties van de laatste tientallen jaren waarbij fractiecommissies van de betrokken partijen met elkaar over passages van een te sluiten regeerakkoord onderhandelden, vaak tot in details om latere verrassingen te voorkomen.

De regeerakkoorden waarvan de hoofdstukken door onderhandelende fractiecommissies zijn geschreven, plachten voor kabinet en regeringsfracties vaak meer een keurslijf dan een stramien te vormen. Tijdens de formatie werd het beleid voor de komende vier jaar door Tweede Kamerleden bepaald: de controleurs van het beleid bepaalden het beleid. Uit democratisch oogpunt, is kritiek gerechtvaardigd. Want als de controleurs regeren, controleert niemand degenen die regeren. Het gaat dus om meer dan het klassieke dilemma quis custodiet ipsos custodes – wie bewaakt de bewakers –, maar om het ontbreken van bewakers, omdat deze aan het regeren zijn geslagen. Bij die gang van zaken wordt de leer van de trias politica vergaand losgelaten. Men kan zich met recht afvragen of dat alles zich niet afspeelde in een donkere kamer van de democratie. Want ook die fractiecommissies vergaderden in beslotenheid, al kon het verloop van de onderhandelingen door de optredende lekkages wel gereconstrueerd worden. De daarna aangezochte ministers verbonden zich ertoe dat beleid uit te voeren. De controle door de Tweede Kamer bestond, voor zover het de regeringsgezinde fracties betrof, mede uit het nagaan of het gevoerde beleid wel in overeenstemming was met het afgesproken beleid.

Nu de uitkomst van de verkiezingen na de eerste informatieronde blijkt te zijn dat CDA, PvdA en CU gezamenlijk een kabinet moeten vormen, is de keuze voor beslotenheid begrijpelijk. Er zullen op de terreinen financieel beleid, bekostiging gezondheidszorg, belastingpolitiek (hypotheekrente, financiering AOW), vreemdelingenbeleid (pardonregeling) en ontslagbescherming grote tegenstellingen overbrugd moeten worden; jarenlang opgebouwd wantrouwen moet worden overwonnen.

De keerzijde is dat bij het zichtbaar worden van het resultaat, teleurstellingen bij de betrokken Kamerfracties en de kiezers onvermijdelijk zullen zijn. Langzaam wennen aan de gedachte dat concessies gedaan moeten worden, is er nu niet bij. Daarom is het ook niet verwonderlijk dat het doorhakken van knopen nog even op zich lijkt te laten wachten.

Ik zou mij kunnen voorstellen dat, als eind volgende week over een aantal hete hangijzers een beginselakkoord is bereikt en mede daaruit blijkt dat tussen de fractievoorzitters een vertrouwensbasis bestaat, over het verdere regeringsprogramma wordt gesproken met de tegelijkertijd aan te zoeken kandidaat-ministers. Dat brengt de verantwoordelijkheid voor het regeringsprogramma terug waar deze behoort: bij het kabinet zelf. Dat zou betekenen dat ook in het vervolgtraject de rol van fractiecommissies van de beoogde regeringspartijen beperkt blijft tot beoordeling van door kandidaat-ministers bereikte onderhandelingsresultaten, op het ogenblik dat het gehele onderhandelingsresultaat in de vorm van een regeringsprogramma openbaar wordt gemaakt. Het dualisme tussen regering en volksvertegenwoordiging, het middel bij uitstek tegen donkere- en achterkamers, is dan weer hersteld. Al in 2003 kreeg het dualisme meer kansen dan daarvoor, omdat werd volstaan met een programgrondslag op hoofdpunten. Het verdient aanbeveling die lijn door te trekken.

De vervolgfase zou geleid kunnen worden door de huidige informateur, maar ook door een formateur. Dat laatste brengt mee dat artikel 139a van het Reglement van orde de Tweede Kamer de gelegenheid biedt de informateur uit te nodigen om informatie te verschaffen over wat dan ter tafel ligt, maar vermoedelijk nog geen geheel programma vormt. Uit oogpunt van openheid toe te juichen, maar misschien riskant als de vertrouwensbasis nog broos is. Bovendien gaat er dan een kleine week verloren alvorens de (in)formateur voor de volgende fase kan worden aangewezen.

Frits Korthals Altes is minister van Staat en was in 2003 samen met staatsraad mr. R.J. Hoekstra informateur voorafgaand aan de vorming van het kabinet-Balkenende II.

    • Frits Korthals Altes