Zonder EU-verdragen geen vrede en voorspoed

`Laten we dat succesnummer nog maar eens uit de kast trekken`, moet Harry van Bommel (SP) hebben gedacht toen hij zijn artikel van 15 januari schreef. Pogingen van een groep Europese lidstaten om de weg naar een beter functionerende EU weer in te slaan, hadden ook op een andere manier begroet kunnen worden dan Van Bommel deed. Dat de EU met 27 lidstaten op een andere manier georganiseerd zal moeten worden, is iets waar vriend en vijand het wel over eens zijn. De belangrijkste aanzet daartoe stond in de grondwet. Deze was verre van perfect en het afwijzen zou gebruikt moeten worden om tot een beter verdrag te komen. In Nederland heeft de grondwet slechts tot totale verlamming geleid. Het kabinet komt niet verder dan te verklaren dat de deze `dood` is en tegenstanders als de SP proberen elke poging vooruit te komen direct in de kiem te smoren. De argumenten van Van Bommel zijn vooral semantisch en emotioneel. Het beeld van een plotseling van bovenaf opgelegde structuur is volstrekt verkeerd. De grondwet was slechts een extra stap in een lang proces van verdragen van Rome, via Maastricht, Amsterdam en Nice terug naar Rome. De enige fout is dat men zich nooit heeft gerealiseerd dat de bevolking daarbij nauwer betrokken had moeten worden. Dan was men niet zo geschrokken van die laatste, mislukte, stap. Het bontst maakt Van Bommel het met de mededeling dat `goede Europese samenwerking vrede en voorspoed heeft gebracht voor een paar honderd miljoen Europese burgers en dat daar geen grondwet voor nodig was`. Dat klopt, maar wel veel verdragen die ook grondwet genoemd hadden kunnen worden. Eén ding weet ik in ieder geval zeker: als politici als Van Bommel het in vroeger voor het zeggen hadden gehad, waren die eerdere verdragen er nooit gekomen en die vrede en voorspoed dus ook niet. Laten we met die wetenschap uit het verleden wél vooruit gaan kijken.

    • G.J.M. Gerbrandy