Waarom? Waarom?

Sinds anderhalf jaar heeft NRC Handelsblad twee keer per week een wetenschapspagina, op dinsdag en donderdag, naast de wekelijkse bijlage op zaterdag. Waarom horen we zo vaak dat dit zo’n goed idee is? Hendrik Spiering

Verbazingwekkende foto’s van Mars. Het blauwe puntje midden rechts op de detailfoto onder is het Amerikaanse Marswagentje Opportunity aan de rand van de Victoriakrater. Op de grote foto van de 800 m. brede krater is die plek links boven (op ‘tien uur’). (foto’s nasa) Mars' Victoria Crater at Meridiani Planum is seen in this image taken by NASA's High Resolution Imaging Science Experiment (HiRISE) camera in this picture released October 6, 2006. The crater has been a long-term destination for the Mars Rover mission for the past 21 months, and is now being explored by Mars Rover Opportunity. FOR EDITORIAL USE ONLY REUTERS/NASA/JPL/Caltech/Handout REUTERS

Het verhaal van de wetenschapspagina’s begon eenvoudig, op de achterbank van een auto, jaren geleden alweer. Waarom is er eigenlijk wel een dagelijkse kunstpagina, maar geen dagelijkse wetenschapspagina? Dat vroeg de adjunct-hoofdredacteur naast me zich ineens af. ‘‘Jullie hebben toch ook een bijlage, net als kunst, waarom niet ook een pagina. Kunst èn Wetenschap! Allebei belangrijk genoeg.” Inderdaad.

Sinds anderhalf jaar verschijnt er dus twee keer per week een wetenschapsredacteur op de dagelijkse ochtendvergadering van NRC Handelsblad, om te vertellen wat er nu weer is ontdekt. Nieuwsberichten, achtergrondverhalen, korte berichten – het is een pagina zoals de redacties binnen- en buitenland ze ook maken. Alleen bij ons stuit de lezer op heel ander nieuws. Een uitgestorven gewaand zoogdier teruggevonden en weer ontsnapt, een nieuwe theorie over donkere materie in het heelal, een ervaren chirurg in een groot hospitaal snijdt het veiligst, dolfijnsprongen boven water zijn gebarentaal, geen hoger cholesterol door Senseo, griepprik verlicht longontsteking, het nut van maagstenen voor een dino, nieuwe ruimtesonde vertrekt naar Venus, enzovoorts, enzovoorts. Na slepend formatienieuws, ernstige klachten over het onderwijs, eindeloze oorlogen in Irak en elders en een licht aantrekkend beursklimaat, vormen deze praatjes een welkome afwisseling van het patroon, zo lijkt het. Zelfs het smelten van de Noordpool wordt dan ontvangen als positief nieuws.

En belangrijker: ook lezers vinden deze nieuwspagina’s over wetenschap in NRC Handelsblad en nrc.next aangenaam – tenminste, dat zeggen ze in enquêtes en schrijven ze in brieven aan ons.

Maar waarom? Waarom is het allemaal zo leuk?

Misschien is het antwoord belangrijk voor de toekomst van de krant. Maar het zou ook een sleutel kunnen zijn tot de rol van wetenschap in de samenleving, dat ook het kernthema vormt van de Academische Jaarprijs.

Ja, natuurlijk is wetenschappelijk nieuws een stukje vakantie in de krant, even naar de sterren kijken, weg van het treurige nieuws. En de pagina is door opmaak, snellere toon, lengte van de stukken ongetwijfeld toegankelijker dan de wekelijkse bijlage – die gaat meer de diepte in (al schrikken we op de dagkrantpagina ook nergens voor terug, hoor).

En er is gewoon belangstelling. In Amerika doen de kranten niet veel meer aan wetenschap, zo zegt communcatiemanager Karl Bates in het stuk over de universitaire publicitaire machines, eerder in deze special, terwijl „er een enorm publiek is dat er wel pap van lust”. Dat geloof ik ook. Onze lezers met die belangstelling worden op hun wenken bediend met de wetenschapspagina’s als tussendoortje en de wetenschapsbijlage als hoofdgerecht op het uitgebreide NRC-menu.

Maar waarom lust dat publiek er wel pap van? Is het toch puur amusement, grappige weetjes? Allicht ook. En wetenschap als amusement hoort bij de misschien groeiende trend om soms maling te hebben aan wetenschap, soms grappig, maar in wezen een quantité negligable vergeleken bij de eigen ervaringen en gevoelens. Wetenschappelijk oordeel, ja, dat is toch ook ook gewoon maar een mening?

Maar deze in essentie anti-wetenschappelijke houding heerst voornamelijk onder subgroepen van de samenleving. En als amusement is te veel van het wetenschapsnieuws toch ook te confronterend, daarvoor zet het ook te veel aan tot nadenken over de wereld en over jezelf.

‘Pak de trap is goed voor ambtenaren’ was de opening van de pagina, afgelopen donderdag, grappig, over het succes van gezondheidsvoorlichting op een provincie- en een gemeentehuis. Ook een slankmakende spiegel bleek tot gezonder leven aan te zetten. Maar terwijl je het leest en lacht, denk je ineens: hoe leef ik eigenlijk? Berichten over nieuwe inzichten over of geneesmiddelen voor ernstige ziekten hebben al best veel lezers – en hun doktoren – op andere gedachten gebracht, en misschien zelfs soms hun leven gered, als we sommige brieven mogen geloven.

En wat kan ons al die verre sterrenstelsels schelen, kun je denken. Maar ze vormen inmiddels wel een niet meer te negeren onderdeel van de wereld en de ruimte waarin wij leven. De wetenschapsberichtgeving houdt dat beeld levend en verfijnt ook het bewustzijn ervan. Het totaal van de berichtgeving schetst de orde van het universum, van eencellige tot dinosaurus, van nanodeeltje tot zwart gat, van parasiet tot tumor.

Tenminste, de orde zoals wij die nu begrijpen, of proberen te begrijpen.

Zo stabiel is die orde niet. In een column in het Franse wetenschapstijdschrift La Recherche, onlangs gebundeld als Chroniques d’un amateur de sciences (2006), onderscheidt de wetenschapsantropoloog Bruno Latour drie betekenissen van de term ‘wetenschap’ of ‘wetenschappelijk’. Ten eerste wordt de term gebruikt als tegenstelling tot het gewone geklets, de nutteloze geruchten, tot wat Latour noemt: ‘de vage etalage van de subjectiviteit’. In deze betekenis heeft wetenschap het Laatste Woord, Het Gezag, ‘met dezelfde onvermijdelijkheid als een hogesnelheidstrein door een gehuchtje heen davert’, zo schrijft Latour. Roetsj, daar komt De Bestaande Orde!

Maar de tweede betekenis heeft een vrijwel tegenovergestelde lading. Dan gaat wetenschap over volkomen nieuwe dingen, waar we nog nooit van hadden gehoord, die we voordien nog nooit gezien hebben. Prionen, die ineens de levensgevaarlijke gekkekoeienziekte bleken te veroorzaken. Dit is het niveau van de ontdekking, het eureka!-gevoel dat wetenschapsvoorlichters terecht zo graag willen overbrengen op de jeugd. Hier ontstaan ook de interessantste discussies: is het wel nieuw? wat is het dan? hoe werkt het? wat hebben we er aan?

En de derde betekenis van ‘wetenschappelijk’ zoals die in het gewone taalgebruik bestaat, is volgens Latour simpelweg die van ‘een grote hoeveelheid verzamelde feiten, bewijzen, cijfers, data die achter een uitlating liggen, en waarop je je kan beroepen als iemand er aan twijfelt’. In feite gaat het hier om de logistiek van de wetenschap, de boekenplanken en harde schijven vol gegevens, en de methodiek, de ordening van die gegevens.

De eerste betekenis, van Orde, komt voort uit een lange strijd tegen de politieke ideologieën, denkt Latour: feiten moet je hebben, facts, nothing but the facts, zoals de fanatieke onderwijzer Thomas Gradgrind het uitdrukt in Dickens’ Hard Times. Maar dit bastion van gezond verstand wordt in feite voortdurend ondermijnd door de voortdurende verandering van gedachten in de wetenschap: de tweede betekenis.

Ik denk dat het goede nieuws is dat de tweede betekenis overheerst op de wetenschapspagina’s van NRC Handelsblad en in de initiatieven van de Academische Jaarprijs. Maar zeker ben ik daar niet van. Wetenschappelijk onderzoek zal dat moeten uitwijzen.

Hendrik Spiering is chef van de redactie Wetenschap & Onderwijs, NRC Handelsblad / nrc.next