Vriend en vijand

Wie moet je beter kennen, je vriend of je vijand? En wie is maatgevend voor je zelfkennis? De gelovigen willen handelen en leven zoals hun profeet of andere heilige figuren. „Bij het maken van tv-series over de imams en andere heilige personen zijn we succesvoller in het presenteren van enge vijandige personages die de heiligen hebben laten lijden, dan in het tonen van de heiligen zelf”, aldus een Iraanse tv-regisseur. Hij maakt tv-series voor de Iraanse staatstelevisie over het leven van imams en heiligen. In een interview uitte hij kritiek op de kwaliteit van zijn eigen producten. In alle totalitaire regimes is dit soort zelfkritiek altijd welkom. Immers, camera’s of pennen schieten tekort als het leven van de heiligen van het regime verteld moet worden.

De Iraanse regisseur zegt eigenlijk het volgende: „Ik begrijp de vijanden van de imams en profeten beter dan die heiligen zelf.” De vijand begrijpt hij dus beter dan de vriend (de heiligen). De staatskunstenaar kan ons precies vertellen wie en wat de vijand is, terwijl hij over de vriend (los van de vijand) niks zinvols kan zeggen. De derde shi’itische imam Hussein zou bijvoorbeeld zonder zijn vijand Yazied, zijn handlangers en meelopers, een onbegrijpelijke persoon zijn.

Het was de Duiste jurist en politiek-filosoof Carl Schmitt (188-1985) die het begrip vijand opnieuw zin en betekenis gaf. Het politieke moet, volgens Schmitt, in eigen fundamentele onderscheidingen gelegen zijn waartoe al het specifiek politieke handelen herleid kan worden.

Wat is dan dat specifieke criterium waartoe alle politieke handelingen herleid kunnen worden? Dat bevat in ieder geval geen morele, economische of esthetische criteria. Want die gelden in de ogen van Schmitt voor andere domeinen en niet voor het domein van politiek. Zijn antwoord luidt: „De specifiek politieke onderscheiding waartoe politieke handelingen en motieven kunnen worden herleid, is de onderscheiding van vijand en vriend.” Wie is dan die politieke vijand?

De vijand hoeft niet moreel slecht of esthetisch lelijk te zijn. Economisch gezien kan de vijand zelfs zeer nuttig zijn. Maar bestaat zo’n vijand? Nee. Het begrip vijand is geen autonoom eiland dat niet in verbinding staat met morele of ethische denkbeelden. De vijand daagt ons uit. De Schmittiaanse vijand is niet menselijk, hij is bijna een buitenaards fenomeen. Op aarde geldt: de vijand die niet gehaat wordt, is geen vijand.

Dat is juist het probleem van die Iraanse regisseur: omdat de vriend niet zonder zijn vijand ten tonele kan worden gevoerd, oefent de vijand de morele, esthetische macht uit bij het bepalen van een beeld van een heilige (een vriend).

De identiteit van iman Hussein is met geen pen te beschrijven zonder het gezag en handelingen van zijn vijand (Yazied). Overigens geldt hetzelfde voor de profeet Mohammed. Zijn verhaal is ook vervlochten met het verhaal van zijn vijanden en hun ongeloof. Zodra hier de vijand wordt losgelaten, begint het domein van de mystiek. En dit is een apolitieke en soms ook antipolitieke houding. In het aangezicht van de liefde verdwijnt de vijand. Liefde en mystiek stromen uit dezelfde bron.

Heb uw vijand lief! Deze uitspraak van Christus is ook volgens Schmitt verkeerd begrepen. Christus zou het niet hebben gehad over de politieke vijand. Daarom is Schmitt van mening dat niemand in de duizendjarige strijd tussen christendom en islam op de gedachte is gekomen om uit liefde voor de Turken Europa, in plaats van het te verdedigen, aan de islam uit te leveren.

De strijd tussen vriend en vijand brengt ons weer in Irak. De oorlog tussen vriend en vijand als basisstructuur van de Iraakse samenleving is het probleem van Irak dat niet zo maar valt op te lossen. De ernst van dit conflict moet ooit tot iedereen doordringen.

Naast de militaire pacificatie moet deze bloedige strijd tussen vriend en vijand uiteindelijk worden beslecht. Daarover horen we niets. Hoe moet daar een vorm van verzoening tot stand komen? De islamitische wereld kijkt helaas weer de andere kant op. En de politieke islam weet dat zodra de religie gereinigd wordt van het vriend- en vijandsprincipe, dit de depolitisering van de islam zou inluiden.

Zolang voor de moslims het begrip vijand maatgevend is, zal er een voortdurende bloedige strijd bestaan met als doel het elimineren van de vijand.

Ondanks de bloedige strijd tussen vriend en vijand in Irak, doen de islamitische wereld en de Verenigde Naties niks om het conflict ten minste onder controle te krijgen.

De Iraanse hoogste leider ayatollah Khamenei beweert zelfs dat de strijd tussen de shi’ieten en sunnieten door Amerika en Israël is ontketend. De leugens en manipulaties behoren tot de alledaagse kost in het Midden-Oosten. De onmacht van de islamitische leider heeft niet te maken met zijn persoonlijkheid. Het is de uitwerking van het principe vriend-vijand waarin islam is gefundeerd.

Een andere islam, een islam zonder vijand is de oplossing voor de islamitische wereld. Een islam zonder vijanden, een islamitische wereld zonder een vijandbeeld van de shi’ieten, sunnieten, Koerden, joden, christenen, ongelovigen en afvalligen.

De Amerikanen sturen nog eens 21.000 militairen om een einde te maken aan de Schmittiaanse toestand in Irak. Daarnaast zullen drie Koerdische brigade worden ingezet in Bagdad. Zou dit helpen? Ja, als er een wonder gebeurt. Volgens militaire deskundigen zijn alleen al voor Bagdad meer dan 100.000 militairen nodig. Dit kunnen de Amerikanen niet opbrengen. En als het binnen één jaar niet lukt dan zijn de Amerikanen ook weg. Naar alle waarschijnlijkheid zullen in Irak zonder de Amerikanen nog honderdduizenden doden vallen, totdat een internationale troepenmacht naar Irak gaat. Waarom stellen de Verenigde Naties de Iraakse kwestie niet in de Veiligheidsraad aan de orde? Waarom vraagt de secretaris-generaal van de VN niet aan de internationale gemeenschap om troepen te leveren voor Irak? Wat doen de VN? De doden tellen. Daar zijn ze goed in.