Van Gaal?

Louis van Gaal neemt zijn kritiek op de bondscoach niet terug en dreigt de belangenvereniging van voetbalcoaches te verlaten. Hoe wordt tegen zijn gedrag aangekeken?

Foppe de Haan, voorzitter belangenvereniging Coaches Betaald Voetbal (CBV), waarvan Van Gaal medeoprichter is: „Naar mijn opvatting is hij niet te ver gegaan (Van Gaal noemde Marco van Basten geen goede bondscoach in het weekblad Sportweek, CBV berispte Van Gaal, red.). Inhoudelijk mag hij wat zeggen. Maar hij heeft wel mede de spelregels [over loyaliteit onder CBV-leden] bedacht. Door de veranderingen in de mediawereld, met allerlei praatprogramma’s om het voetbal heen, moeten we nadenken over de gedragscode. Moeten trainers heel voorzichtig zijn in hun uitlatingen of moeten ze heel open dingen kunnen zeggen met een eigen verantwoordelijkheid? Ik neig naar het laatste. Dat Van Gaal ook tv-analist is, is onverstandig. De kans bestaat dat je mensen kwetst. Hij praat daar ook over zijn eigen AZ-spelers. Zelf zegt hij dat het beter is dat daar iemand zit met verstand van voetbal. Hij heeft ook wat te vertellen, wordt gerespecteerd. Hij heeft een visie die hij ten koste van alles wil uitdragen. Dat achtervolgt hem een beetje.”

Barry Hughes, oud-coach van Sparta, waar Van Gaal als speler actief was: „Louis brengt zichzelf in een moeilijke positie omdat hij ook tv-analist is. Als hij niks te maken had met het trainerschap, kon hij zeggen wat hij wilde op tv. Als actieve trainer is het moeilijk om kritiek te uiten op de bondscoach of eigen spelers. De reactie van Van Basten [die zei dat Van Gaal zich als bondscoach niet kwalificeerde voor WK 2002] vond ik sterk. Het was gewoon waar. Louis kennende vindt hij zoiets verschrikkelijk. Ik heb hem als speler meegemaakt en kon goed met hem overweg. Maar het is geen trainer die veel vrienden maakt. Collegialiteit onder voetbalcoaches is ook moeilijk. Het is een eenzaam vak en het draait om winnen van elkaar. Louis heeft zich bewezen als coach. Hij gaat zijn eigen weg en vecht voor zijn visie. Hij kan arrogant en eigenwijs overkomen. Ik ben het met hem eens dat hij zijn uitspraken niet terugneemt. Hij meent wat hij zegt.”

Cor van der Geest, judocoach: „Coaches moeten voorzichtig zijn met over elkaar discussiëren in de pers. Maar als het over de inhoud en het spel gaat, mag Van Gaal wat zeggen. Hij is een instituut. Om Van Gaal monddood te maken omdat het niet collegiaal zou zijn, gaat te ver. Je moet je wel afvragen of het zinvol is bepaalde uitspraken te doen. Een situatie zoals met Ron Jans (trainer FC Groningen, door Van Gaal neerbuigend behandeld tijdens persconferentie, red.), dat moet je niet doen. Het was ook frustratie. Ik heb zelf ook wel eens iets gezegd waarvan ik achteraf spijt had. Iemand die nooit iets zegt, zegt ook niets verkeerds.”

Eddy Poelmann, voetbalcommentator Sport 1: „Collegialiteit onder voetbalcoaches geldt tot op zekere hoogte. Mensen moeten tegen een stootje kunnen. Je moet onderscheid maken tussen het zakelijke en persoonlijke. Inhoudelijke kritiek moet kunnen. Maar het gaat ook om de toonzetting van de muziek en Van Gaal is geen begenadigd componist. Hetzelfde geldt een beetje voor zijn benadering van journalisten. Hij laat zich niet altijd handig en diplomatiek uit. Hij heeft een imagoprobleem dat hij zichzelf aandoet. De combinatie trainer-analist moet kunnen. Er zijn veel trainers die dat doen. Je moet je wel realiseren of je het jezelf niet al te lastig maakt als clubtrainer met internationals.”

Henk Gemser, oud-schaatscoach: „Ik had me als coach voorgenomen niet groot te worden ten koste van anderen. Het verbaast me dat Van Gaal deze opmerkingen maakt. Als je collega’s diskwalificeert, reageren die niet onverschillig. Het heeft ook te maken met zijn karakter. Misschien heeft hij er behoefte aan zo te functioneren in een vijandige omgeving. Zijn werk als tv-analist? Toen ik bestuurslid werd van NOC*NSF besloot ik te stoppen als schaatsanalyticus bij de NOS om botsende belangen te vermijden.”