Techniek zonder doel

Foto I-Stock I-Stock

Bedrijven die onderzoek doen, krijgen vaak het verwijt dat ze zich alleen richten op gebieden die zo snel mogelijk een commercieel product opleveren. Als die instelling zo’n vijftig jaar geleden hetzelfde was geweest, had de wereld het wellicht zonder laser moeten stellen; een techniek die nu nauwelijks meer is weg te denken. Lasertoepassingen zijn ontelbaar: van cd-spelers en scanners aan de kassa tot medische apparaten en lasergeleide projectielen.

De uitvinding van laser, een afkorting voor light amplification by stimulated emission of radiation, vond in 1958 plaats in het laboratorium Bell Labs, opgezet door het Amerikaanse telefoonbedrijf AT&T. Het werd ontwikkeld door wetenschappers Charles Townes en Arthur Leonard Schawlow, die hun vinding publiceerden in het wetenschappelijke tijdschrift Physical Review. In 1960 verwierf Bell Labs een patent op de techniek.

Veel plezier had Bell Labs er in eerste instantie niet van. Gordon Gould, een promovendus aan Columbia University, bestreed haar patent. In 1959 publiceerde ook Gould over laser en hij beschouwde zichzelf als uitvinder van de techniek. Nadat de US Patent Office zijn verzoek voor een patent had afgewezen, begon hij een juridische strijd die bijna dertig jaar duurde.

Bovendien wist niemand precies waar laser voor gebruikt zou kunnen worden. De techniek stond lang bekend als ‘a solution looking for a problem’. Pas in de jaren tachtig raakte het gebruik van laser wijdverspreid met de komst van cd-spelers en laserprinters.

en.wikipedia.org/wiki/Laser