‘Succes is een golfbeweging’

In 2003 werd Jac Orie gekozen tot coach van het jaar en zijn ploeg domineerde de schaatssport. In Turijn haalde Marianne Timmer nog goud. Maar de ploeg van Orie is niet langer nummer één.

Jac Orie: „Toppers mogen egoïstisch zijn, maar ergens houdt het op.’’ Foto Sake Elzinga Heerenveen - 02-11-2005. Schaatscoach Jacques Orri. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

De 38-jarige schaatscoach van de DSB-ploeg zucht eens theatraal, als voetbaltrainer Leo Beenhakker op zijn somberste momenten. „Hou toch op met die vergelijkingen tussen ons en TVM. Daar word ik echt moe van. Het is zó simplistisch allemaal.”

Aan de vooravond van de WK sprint, dit weekeinde in Hamar, is de discussie aan Jac Orie niet besteed. Maar in de rest van de schaatswereld wordt met toenemende jaloezie gekeken naar het enorme succes van de TVM-ploeg. Gerard Kemkers werd onlangs gekozen tot coach van het jaar. Sven Kramer lijkt de nieuwe allroundheerser. Erben Wennemars, vorig jaar na een hevig conflict vertrokken bij Orie, is nog nooit zo populair geweest. Ireen Wüst en Renate Groenewold winnen volop. En ook buiten de baan domineert het verzekeringsconcern, in de groen-zwarte jassen waarin op de EK in Collalbo zelfs oud-topsportcoördinator Ab Krook viel te bewonderen.

„Zij doen het goed de laatste tijd”, geeft Orie toe. „Niets op aan te merken. Maar succes is altijd een golfbeweging. Of moet ik de cijfers van de laatste vier jaar er nog eens bij halen?” Het vroegere talent van de Haagse Uithof, dat als schaatser nooit de top haalde, nam in 2003 de Spaarselect-ploeg over van de Amerikaan Peter Mueller. Gianni Romme, Erben Wennemars, Marianne Timmer en Mark Tuitert regen onder Orie de internationale hoofdprijzen aaneen, hijzelf werd direct coach van het jaar. „Aan het begin van vorig seizoen kwam het Algemeen Dagblad met een verhaal waarin wij werden vergeleken met TVM, over de hele olympische cyclus tot dan toe. Die cijfers herinner ik me nog wel. Zestig grote overwinningen voor ons, dertig voor hun.”

Orie gold in die dagen als een innoverende succescoach, die in 2002 Gerard van Velde aan olympisch goud had geholpen met revolutionaire trainingsprogramma’s. Schaatsers liepen weg met zijn wetenschappelijke benadering, gestoeld op een studie bewegingswetenschap en vertaald in de taal van de ijsbaan, met sappige Haagse tongval bovendien. Op het hoogtepunt van zijn roem schafte hij zelfs het aloude rondebord af; daar had een schaatser toch niets aan tijdens een race. Sowieso viel Orie niet te betrappen op al te enthousiaste gebaren of kreten op de kruising. Meestal bleven de handen in de zakken.

„Coaches overschatten zichzelf”, vindt hij. „Je moet juist oppassen dat je niet te ver gaat. Je kunt het niet als een controlfreak allemaal sturen. Dat is gewoon niet zo! Je moet het ook niet willen. Het lichaam van een sporter zoekt z’n eigen weg. Als jij daar als coach te dicht op gaat zitten, te krampachtig, kan een sporter zich nooit helemaal lekker voelen. Ik kan voorwaarden scheppen, qua kracht, snelheid en mentale weerbaarheid. Zo zijn er een stuk of vijf factoren die je voor tachtig procent in de hand kunt krijgen. Dat is het optimale plaatje.”

Hoe hij het aandeel van de coach ook relativeert, het werk werd Orie in de zomer van 2005 wel te veel. „Ja, toen ging ik er bijna aan onderdoor. Ik was dat jaar 240 nachten niet thuis geweest, door vier jetlags heen geragd. Dat was nogal wat. Vermoeidheid zag ik tot dan toe als een lichamelijk probleem, wat ik vroeger had als ik hard trainde. Ik dacht dat het niet op kon. Juist omdat ik het zo leuk vind en altijd het onderste uit de kan probeer te halen. Het kon dus wél op.”

„Ik kijk er liever niet op terug. Ineens kun je een aantal dingen niet meer die je als normaal beschouwt, zoals eten en slapen. Ik sliep hooguit nog drie uurtjes per nacht! Op een gegeven moment voel je je zo belabberd. Dan kreeg ik het Spaans benauwd en dacht: zal het ooit weer beter gaan? Ik kon niet mee op een belangrijk trainingskamp in Calgary, er kwam maar geen gang in. Toen heb ik voor een back-up gezorgd, door Jakko-Jan Leeuwangh bij het team te halen. Pas na zes weken begon ik me wat beter te voelen.”

Bijkomend probleem was dat juist in die periode de belangrijkste schaatser van de ploeg, Erben Wennemars, zijn eigen weg begon te volgen. Begin oktober ging hij bijvoorbeeld eerder dan de rest naar Inzell om extra te trainen. „Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik de grip op de groep kwijt was”, zegt Orie. „Maar je merkte inderdaad wel dat Erben toen al zijn eigen dingen deed. Volgens mij had dat niets met mijn tijdelijke afwezigheid te maken. Het is gewoon zijn olympische cyclus. In het jaar van de Spelen gebeuren er bij hem altijd dit soort dingen, dat staat los van de trainer. Kijk naar 2002, toen gebeurde bij Peter Mueller precies hetzelfde met Erben.”

Werd Wennemars alleen gedreven door zijn zucht naar olympische roem, of ook door extra druk omdat de sponsor ermee ophield? Orie: „Die vraag moet hij maar beantwoorden. Dat de sponsor na het olympisch seizoen zou stoppen, was voor het team natuurlijk geen voordeel. Ik wil een goed gevuld team, daarom haalde ik er altijd jonge mensen bij. Maar op dat moment had ik geen enkele concurrentiepositie meer. Wat kon ik jonge schaatser bieden? Kom lekker bij ons schaatsen, wij hebben alleen geen sponsor. Ik was er zelf wel van overtuigd dat het goed zou komen, maar daarmee haal je geen talenten binnen.”

Zo werd uitgerekend het olympisch seizoen 2005-2006 een breekpunt in het succesverhaal van de ploeg-Orie. „Romme zat aan het einde van zijn carrière, Tuitert had een rotstart van het seizoen, er was domme pech voor Simon Kuipers, die geblesseerd raakte.” En de coach zette Wennemars, die zich op de NK sprint niet plaatste voor de WK, in de aanloop naar Turijn pardoes uit de ploeg. „Toppers mogen egoïstisch zijn, maar ergens houdt het op. Ze kunnen tot een bepaalde grens gaan. Er is de afgelopen jaren niet één schaatser geweest, die niet wist waar mijn grenzen lagen. Als ze daarover heen stappen is het gewoon klaar.”

Over de precieze oorzaak van de breuk hebben coach en schaatser zich tot nu toe niet uitgelaten. Wel vertelde Wennemars na hun laatste gesprek fijntjes aan de media dat Orie zich daarbij liet begeleiden door een psycholoog. „Schei toch uit!”, reageert de Haagse coach fel. „Zo zat het helemaal niet. Ik nam naar dat gesprek wel een psycholoog mee, maar die was daar zeker niet voor mij.”

Intussen is het met Wennemars behoorlijk goed gekomen. Voor TVM schittert hij dit seizoen niet alleen als sprinter, maar ook op de NK allround. Om na afloop steevast de geweldige samenwerking bij zijn nieuwe ploeg te roemen. „Dat is niets nieuws, doet hij elke keer als hij in een nieuwe situatie terecht komt”, zegt Orie. „Als ik eerlijk ben, had ik wel verwacht dat hij dit jaar zo hard zou rijden. Erben is natuurlijk een goede schaatser, met een enorme basis. Als hij het allemaal op een rijtje heeft, kan hij gewoon heel hard schaatsen. Niets op af te dingen. Ik heb drie heel mooie jaren met hem gehad. Dat het uiteindelijk fout liep is jammer, maar voor mij is het klaar.”

Orie voelt zich niet beschadigd door de affaire. „In geen enkel opzicht. Misschien heb ik een verwrongen perceptie van wat de media melden, maar ik vond het wel meevallen. Uiteindelijk is het allemaal op z’n pootjes terecht gekomen. Ik ben enorm blij dat Marianne Timmer die olympische 1.000 meter heeft gewonnen. Dan kun je kwalijk zeggen dat de planning niet klopte. De hele aanloop is geweest zoals ik het van tevoren had voorspeld. Jammer voor de critici!”

Ook voor de coach was die 19de februari in Turijn een unieke ervaring. Ander dan anders gingen de handen uit de zakken en liet hij zich volledig gaan. „Dat zal best met de hele situatie van dat seizoen te maken hebben gehad”, zegt Orie. „Toen Marianne haar 1.000 meter had gereden, wist ik het zeker: podium. En toen werd ik zenuwachtig. Heel apart. Dat kwam zomaar op, had ik nog nooit meegemaakt. Het duurde zolang. Per se willen winnen, dat gevoel kende ik wel. Maar dit was meer. Al je nervositeit erin raggen. Het moet en het zal. Dan rijdt Friesinger als laatste van de concurrenten en gebeurt het gewoon. Ik zie nog die klok wegtikken. Pats! Die is binnen.”

Zelfs wetenschapper Orie, die het van dichtbij meemaakte, kan het mysterie-Timmer niet helemaal verklaren. „Ze zet iets in haar hoofd, daar begint het mee. Ik heb Marianne steeds weer horen vertellen dat ze nog zo graag een medaille wilde, tegen het ongelofelijke aan. Dan merk je dat er een ongekende drive achter zit. Ook al komt ze nonchalant en rustig over. Haar volgende kwaliteit is om in de aanloop hoofd- en bijzaken te scheiden. Alle ballast gooit ze overboord.”

„Dan zie je ineens ook de timing van het schaatsen anders worden. De focus wordt nog scherper. Dat merk je in gesprekjes, in de manier waarop ze in het team is. Scherper en scherper. Wat er dan in zo’n lichaam gebeurt, is zo’n complexe interactie. Van psychologie tot fysiologie hangt het allemaal nauw met elkaar samen. Zoiets is puur individueel bepaald, dat is niet na te bootsen. Het maakt dat Timmer altijd kan meedoen op het hoogste niveau. Ook nu, op de WK sprint. Als het begint te lopen, staat ze er ineens.”

Samen met de jonge Annette Gerritsen houdt Timmer dit seizoen de eer hoog van DSB, dat zich vooral vanwege haar aan de ploeg bond als sponsor. Van de dominante topploeg uit 2003 is weinig over. „In eerste instantie heb ik bewust voor een kleinere omvang gekozen”, zegt Orie. „Zo’n nieuwe situatie is complex genoeg. We hadden alleen de pech dat Tuitert en Kuipers geblesseerd raakten. Klets, klets, twee kopmannen weg. Dat hakt erin. Inmiddels hebben we gesprekken gehad met DSB en is duidelijk dat we gaan uitbreiden. Er moeten schaatsers bijkomen.”

Orie weet precies wat hij wil. „Een sprinter die wereldbekers rijdt, en een allrounder. Er is veel weggekaapt maar er blijft altijd talent. Kijk naar Carl Verheijen, wie had eind jaren negentig gedacht dat hij zover zou komen? Dat soort jongens zijn lastig te vinden, maar ze moeten er zijn. Ik heb een contract voor vier jaar. Voor ons wordt de kunst om het te krijgen zoals we willen. Voor andere ploegen gaat het erom het te houden zoals ze het nu hebben. Dat vind ik wel een leuke uitgangspositie.”

    • Maarten Scholten