Serviërs stemmen over hun isolement

Kan Servië zich het isolement in Europa nog langer veroorloven? Die vraag weegt zwaar bij de verkiezingen morgen. „Polen en Hongarije zijn de hervormingen meteen na 1989 begonnen, wij komen net uit de startblokken.”

In één van de balzalen van het presidentiële paleis in Belgrado zit Dusan Batakovic op een rood-pluchen stoel. Zijn houding straalt onverzettelijkheid uit. Anderen overtuigen is zijn beroep, zijn passie, en daarom heeft de Servische president Boris Tadic hem opgezadeld met de schier onmogelijke taak: Batakovic moet in de onderhandelingen over Kosovo het onderste uit de kan zien te halen. Kosovo moet binnen de grenzen van Servië blijven. „Kun jij je voorstellen dat Nederland zomaar vijftien procent van zijn grondgebied opgeeft?”

De Serviërs beschouwen Kosovo als de wieg van hun natie sinds hun voorouders in 1389 op Kosovo Polje (het Merelveld) ten onder gingen in de strijd tegen de Turken. Sindsdien is Kosovo voor iedere Serviër heilig land dat nooit opgegeven mag worden. Vandaar dat de Serviërs niets voelen voor het verwachte voorstel van de Verenigde Naties om Kosovo, dat na de oorlog tussen Servië en de NAVO in 1999 onder VN-bestuur kwam, ‘voorwaardelijke onafhankelijkheid’ te geven. Daarbij blijft Kosovo onder internationaal toezicht (zie ‘Verkiezingen vlak voor Kosovo-besluit’).

Servië zit al jaren in de hoek waar de klappen vallen, maar niets wijst erop dat het bereid is de handdoek in de ring te gooien. De EU houdt Servië op afstand, zolang generaal Ratko Mladic niet is uitgeleverd aan het Joegoslavië-tribunaal. Mladic is nog altijd vrij, ondanks enorme internationale druk op Belgrado. In 2006 splitste Montenegro, waarmee Servië nog een unie vormde, zich af. De reactie? Gelaten, maar trots. En nu het uur U is geslagen wat betreft Kosovo, staan wederom alle Servische hakken onwankelbaar in het zand. Servië heeft zich daarmee in een isolement gemanoeuvreerd.

Maar hoe lang kan het land zich die positie veroorloven? Met die vraag in het achterhoofd kiezen ruim 6 miljoen stemgerechtigde Serviërs morgen een nieuw parlement.

„Laten we hopen dat de pro-Europese partijen winnen,” liet EU-buitenlandcoördinator Javier Solana deze week weten. Zijn uitspraak is net zo gratuit als de doorsnee-belofte van willekeurig welke Servische partij. Twintig partijen hebben zich in de verkiezingsstrijd gestort. En allemaal beloven ze toenadering tot de EU. Maar de prijs die men bereid is te betalen wordt niet genoemd. In de kwestie-Kosovo is de onderhandelingsruimte in ieder geval miniem. „Kosovo opgeven, in ruil voor EU-toenadering?,” zegt Batakovic met een van pijn vertrokken gezicht. „Onbespreekbaar!”

Wat in de campagnestrijd wel bespreekbaar is, is de huidige economische situatie van Servië. Ook daar speelt de relatie met het buitenland een doorslaggevende rol, want Servië heeft hard buitenlandse investeerders nodig. „In landen als Polen en Hongarije zijn de hervormingen meteen na 1989 begonnen, wij komen nog maar net uit de startblokken,” zegt minister van Economische zaken Predrag Bubalo. „Maar het is een feit dat het internationale bedrijfsleven de weg naar Servië allang heeft gevonden.”

Met ruim 6 procent jaarlijkse economische groei wordt Servië in de regio al betiteld als een ‘tijger’. In 2006 bedroegen de buitenlandse investeringen vier miljard euro. En om het voor westerse ondernemers nog aantrekkelijker te maken voert Bubalo het tempo van privatiseren op. „We hebben buitenlands geld nodig om de verouderde productiecapaciteit en infrastructuur te vernieuwen,” zegt de minister.

Bubalo zou graag zien dat Servië nu ook het stabilisatie- en associatieverdrag met de EU tekent, waardoor het als officieel EU-kandidaat aanspraak maakt op pre-accessiegeld. Maar Brussel heeft die gesprekken opgeschort, zolang Mladic voortvluchtig blijft. Alleen al in 2006 liep Servië daardoor 340 miljoen euro uit de Brusselse kas mis. „Dat is een flinke domper”, geeft Bubalo toe. „Het is van levensbelang dat we snel de EU-onderhandelingen starten. Maar wat kan ik doen? Ga jij Mladic maar zoeken! Ik weet niet waar hij zit.”

De huidige situatie kan niet worden vergeleken met die in het Servië onder wijlen Milosevic, toen het land gebukt ging onder internationale sancties. De winkels waren leeg; in de hotels was geen buitenlandse ondernemer te bekennen. In het huidige Belgrado wemelt het van de handelsdelegaties. In de pas opgerichte Engelstalige krant The Belgrade Times wordt een column besteed aan Servische tafelmanieren voor tijdens de zakenlunch. Een tip: „Na vijf gangen en twintig flessen wijn mag u uw Servische zakenpartner aanspreken bij zijn voornaam.”

Volgens Bubalo gloort voor de Servische economie de toekomst. „We hebben de jaren van sancties ook overleefd. Op mentaliteit, op de Servische mentaliteit.”

Verderop in de stad, in het presidentiële paleis, schetst Kosovo-onderhandelaar Batakovic het mogelijke doemscenario. „Stel, de internationale gemeenschap stuurt aan op een onafhankelijk Kosovo. Het merendeel van de drugs voor de Europese markt komt uit Kosovo. Europa wordt dan een onbeheersbaar roversnest rijker.”

    • Tijn Sadée