Schaalvergroting maakt heilige tortilla duur

De maatschappelijke onrust loopt op in Mexico, nu de prijs van maispannekoekjes snel stijgt. De Mexicanen merken de gevolgen van de toegenomen vrijhandel.

De prijs van maispannekoekjes is binnen een week met 25 procent gestegen. In Mexico leidt dat tot heftig nationaal debat. De tortilla vormt een belangrijk deel van het nationale dieet, en vooral arme Mexicanen eten er dagelijks stapels van. De regering van de begin december aangetreden president Felipe Calderón staat inmiddels onder grote politieke druk op te treden tegen de prijsstijging.

Behalve dat 97 procent van de bevolking dagelijks tortilla’s eet, is het debat ook fel omdat mais in de Mexicaanse psyche semiheilig is. Pas nadat de nomadische volkeren in Meso-Amerika 6.000 jaar geleden stopten met rondzwerven en mais gingen verbouwen, ontstonden de grote beschavingen van bijvoorbeeld de Azteken en de Maya’s. In hun culturen ging mais gelijk staan aan het leven: in de meeste scheppingsverhalen ontstaat de mens uit mais.

„De maisteelt geeft een gevoel van autonomie, een zekere zekerheid”, vertelt Marco Buenrostro telefonisch vanuit Mexico-Stad. Hij schrijft sinds elf jaar een culinaire column in het linkse dagblad La Jornada. Volgens hem voelt men de huidige prijspiek niet alleen in de portemonnee, „maar is het een harde klap voor onze hele nationale cultuur”.

In 2003 was Buenrostro in het Museum voor Volkskunst betrokken bij de expositie ‘Sin Maíz no hay País’ (Zonder mais is er geen land). De tentoonstelling vertelde hoe ook na de komst van de Spanjaarden het tijdsbesef bepaald bleef door de cyclus van het planten, oogsten en bewerken van mais. Hoe allerlei ceremonies en tradities rond mais levend bleven. En hoe de milpa (‘akker’ in het Nahuatl, een inheemse taal in Mexico) een centrale rol in boerengemeenschappen bleef spelen.

Maar de expositie vestigde ook de aandacht op het verdwijnen van de kleinschalige maisteelt. Twee miljoen kleine boeren zagen zich de laatste twaalf jaar gedwongen hun milpa te verlaten.

De schaalvergroting en boerenvlucht hangen nauw samen met de huidige hoge prijzen, vertelt Gonzalo Funjal vanuit Madrid. Hij is onderzoeker bij de Spaanse tak van de hulporganisatie Oxfam. In 2003 publiceerde hij een rapport over de goedkope – want door de overheid gesubsidieerde – mais die Amerikaanse boeren op de Mexicaanse markt dumpen.

Fanjul verklaart waarom de prijs nu ineens zo kan stijgen. Allereerst is de internationale maisprijs sinds juli met 30 procent gestegen. Dat komt vooral doordat in de VS steeds meer mais wordt gebruikt voor de biobrandstof ethanol. Verder stegen in Mexico zelf de kosten voor bewerking en vervoer wegens de hoge benzine- en elektriciteitsprijzen.

Veel belangrijker echter, zegt Funjal, zijn de langetermijngevolgen van de Amerikaanse maisdumping gebleken. „De prijs daalde fors, kleine boeren gingen failliet en migreerden massaal naar de stad of de VS. Hun aanbod daalde, terwijl de vraag blijft toenemen door de bevolkingsgroei.” Maisverwerkende bedrijven in Mexico gingen bovendien samenwerkingen aan met Amerikaanse leveranciers. De markt concentreerde zich rond enkele grote ondernemingen. „Deze bedrijven hamsteren hun voorraden en drijven de prijs zo nog verder op.”

Dit alles is weer het directe gevolg van de Mexicaanse toetreding tot de Noord-Amerikaanse vrijhandelszone NAFTA, in 1994. Het land werd gedwongen zijn markten te liberaliseren. Het staatsfonds Conasupo, dat zich bezighield met de distributie van voorraden ten behoeve van het platteland, moest worden opgeheven. En hoewel Conasupo corrupt was, zorgde het er wel voor dat de maishandel niet in handen kwam van enkel monopoliepartijen.

De huidige prijsexplosie leidt daarom tot nieuwe kritiek op de NAFTA, onder andere van de verliezende, linkse presidentskandidaat Andrés Manuel López Obrador. Maar ook El Universal, een kwaliteitskrant die normaal weinig antikapitalistische geluiden laat horen, is kritisch. „Als de wetten van de markt de roofzucht niet kunnen voorkomen, dan moet de staat optreden, om het kapitalisme te redden van de kapitalisten”, waarschuwde het dagblad vorige week in een hoofdartikel.

Het is de vraag wat de overheid kan doen. Vorige week kondigde de minister van Economie aan de importquota voor tariefvrije mais op te rekken met 650.000 ton. Maar, berekende de krant Milenio, die extra mais eten de Mexicanen binnen veertig dagen op. Donderdag drongen de drie grote partijen in het Congres, waaronder president Calderóns eigen rechts-conservatieve PAN, aan op strafrechtelijke maatregelen tegen prijsopdrijvers. Vakbonden hebben hun salariseisen al opgeschroefd. Boerenorganisaties hebben voor eind deze maand een protestmars aangekondigd.

Oxfam-onderzoeker Funjal adviseert Calderón de bedrijven tot meer transparantie te verplichten. Maar columnist Buenrostro is daar pessimistisch over. „Deze president heeft [in de roerige deelstaat Oaxaca, red.] laten blijken, dat hij heel goed is in het gewelddadig onderdrukken van volksopstanden. Maar of hij zijn achterban, het bedrijfsleven, even hard aanpakt? Ik betwijfel het.”

    • Merijn de Waal