Randstad die geen stad wil worden

Redacteur NRC Handelsblad

Laatst wilde ik van het NS-station Zoetermeer-Oost lopen naar het hoofdkantoor van Bouwend Nederland. Dat kan niet. Hemelsbreed is het een wandeling van tien minuten. Het staal-en-glazen paleisje van de bouwwerkgevers staat als een baken in de polder, maar het is niet de bedoeling dat je er naar toe loopt. De omgeving is zo volgerommeld dat ik uiteindelijk via veel asfalt en vangrails op een talud terechtkwam dat leidde naar de goedereningang. De garage is de menseningang. Welkom in de Randstad Holland.

Zoetermeer was ooit deel van het Groene Hart. Nederland moest wonen en werken en daar was ruimte. Iedere groeigemeente zijn bedrijventerrein. Vroeger wond ik me op over ongestuurde dozenbouw. Toen de eerste weilandwinkels aan de horizon verschenen leek dat een Amerikaanse import die we konden missen als kiespijn. Nu staan op Tweede Kerstdag lange files op de snelwegen bij de Ikea’s van Delft en Amersfoort. Als dat is wat we willen, laten we het vooruitgang noemen.

Vergeleken met de onafzienbare auto- en winkelwoestijnen van Las Vegas, Dallas, Los Angeles, Washington en Houston is de Randstad vrij overzichtelijk, groener en gezegend met een compacter spoorweg- en busnet. Het aardige van die Nederlandse metropool, dacht ik bij terugkomst uit Amerika, is dat ie een stuk of vier, vijf stadskernen heeft waar het prettig toeven is. Kortom: de voordelen van een wereldstad gecombineerd met enige kleinschaligheid.

Maar zo eenvoudig is dat niet, valt nu te lezen in het ene na het andere rapport. De Randstad zakt weg in de toptien van grootstedelijke gebieden. In dit deel van Nederland, dat een vijfde van het oppervlak beslaat, waar 42 procent van de mensen woont en driekwart van de Nederlandse export wordt geproduceerd, is de economische groei de laatste tien jaar achtergebleven bij dynamischer Europese metropolen als Dublin en Stockholm. Rotterdam is niet meer de eerste haven in de wereld – een begrip dat altijd al vrij willekeurig leek.

Openbaar vervoer en research and development in de Randstad zijn onderontwikkeld, schrijft nu de OESO, de denktank van industrielanden. In een gedegen en overigens door een Nederlander geschreven rapport. Het beleid is te zeer gericht geweest op het uitbouwen van Nederland als doorvoerplatform (‘high volume hub’). Voorbeelden: de Betuweroute en de Tweede Maasvlakte. Nuttiger zou het volgens de OESO zijn om het meer te zoeken in werk met een hogere toegevoegde waarde. Voor containers heb je niet zo veel kenniswerkers nodig.

In een mooie lezing in 2005 vatte de vroegere secretaris-generaal van het ministerie van economische zaken, L.A. Geelhoed, alle uitdagingen waar de Randstad Holland voor staat, al samen. „Een metropool op zoek naar zijn bestuur” heette dat verhaal, dat zocht naar wegen om het succes van Holland, plaats van samenkomst van tolerant, innovatief talent uit de hele wereld in de zestiende en zeventiende eeuw, weer tot bloei te brengen. „Het geleidelijk interen op het kapitaal aan mogelijkheden van ‘onze metropool’ is een beleidsresistent proces’. Wat men bestuurlijk ook verzint, de boel loopt gestaag verder vast in een moeras van onbedoelde effecten.

En de opstand blijft uit. We aanvaarden dat er een paar keer per week honderden kilometers file staan, dat ieder dorp nog een bedrijventerrein aanlegt, juist vanwege de leegstand op de vorige toplocatie, ook zonder openbaarvervoerverbinding. Geholpen of althans niet tegengehouden door de bestuurders, die het algemeen belang dienen. Slechts mondjesmaat worden nieuwe wijken of kantoorgebieden aangesloten op nieuw openbaar vervoer. Dat is al jaren zo. Maar nu broeit er iets van verzet. Voorlopig op papier.

De Randstad is mode. Daarin zit een patroon. In korte tijd worden vier, vijf, zes, soms tientallen rapporten aan De Kwestie gewijd. De congresindustrie volgt. En dan verloopt het tij. Dat besefte ook de Commissie Versterking Randstad onder leiding van oud-premier Kok, die deze week rapporteerde. Nieuw kabinet, zet met spoed de neuzen in één richting en vorm binnen drie à vier jaar een ‘stevige Randstadprovincie’, was de boodschap. Springen of wegzakken in de polderstroop.

De commissie erkent dat al veel is gezegd en geschreven over al die langs elkaar heen werkende gemeentes en provincies. Daarbij vallen onvermijdelijk termen als ‘bestuurlijke drukte’, noodzakelijke ‘opschaling’ (schaalvergroting) en de oorzaak van het kwaad: „Het ontbreekt de Randstad aan bestuurlijk ownership” – niemand is verantwoordelijk. Achter dit verbale stijfsel gaat de eeuwige zoektocht schuil naar het waarom van de collectieve krachteloosheid. De club van Kok ziet zichzelf vooral als een hoogwatercommissie: nu ophouden met ‘het Praathuis Nederland’ en één krachtige bestuursconstructie van de juiste omvang optuigen.

Analytisch en qua oplossingsdetaillering veel rijker was het in september uitgebrachte rapport van een commissie onder leiding van oud-Unilevertopman Burgmans. Die club, met onder anderen oud-informateur Hoekstra, oud-ANWB-directeur Nouwen (die actief is voor kilometerbeprijzing) en bijzonder hoogleraar grootstedelijke vraagstukken Paul Scheffer, schetst een optimistisch actieprogramma om van de Randstad een dynamisch en soepel functionerend centrum van bedrijvigheid te maken, zonder te grote verschillen in welvaart of ‘erbij horen’.

Het aardige van deze en nog een stapeltje rapporten is dat het nieuwe kabinet werkelijk alles kan weten over kansen en knelpunten van dit hart van Nederland. De Randstad, die vroeger Randstad Holland heette, is voor buitenlanders hetzelfde als het hele land. Alleen merken zij eenmaal op bezoek intuïtief dat de werkelijkheid wat achterblijft op de wereldfaam. Rembrandt is al zo lang dicht en bij het Centraal Station van Amsterdam vliegen de brokstukken door de lucht. Maar het is niet te laat om te kiezen voor ‘de wedergeboorte van een oud succes’ en te zeggen: Holland heeft het weer.

Twee kanttekeningen bij de groeiende consensus. Natuurlijk moeten regering en parlement knopen doorhakken en er op toezien dat die nieuwe Randstadprovincie er komt en kan functioneren. Niet zoals minister Remkes (Binnenlandse Zaken) suggereren dat het nu aan de lagere overheden is om hun eigen eensgezindheid in daden om te zetten. Een levende Randstad is landsbelang.

En verder: bijna alle rapporteurs zwijgen over het democratisch gehalte van de nieuwe doenersprovincie. Resultaten zullen helpen, maar zonder legitimatie geen beter bestuur.

opklaringen@nrc.nl

    • Marc Chavannes