Professor Wagenaar: Kees B. slachtoffer van geheugenmissers

Foute herinneringen worden niet alleen opgeroepen als proefpersonen zomaar een vraag krijgen voorgelegd, zoals de vraag over de moord op Pim Fortuyn. Bij verhoor door de politie worden ze ook opgeroepen bij getuigen. Sugge3stieve vragen zoals 'zag u hoe de dader wegrende' moedigt de constructie van beelden aan, die een getuige vervolgens in zijn geheugen kan plaatsen als zijnde waar gebeurd. In het boek Witness for the Defence beschrijft geheugenexpert Elizabeth Loftus hoe ernstig het leven van onterecht veroordeelden wordt geruïneerd. Ook al worden ze naderhand op vrije voeten gesteld en krijgen ze financiële compensatie, ze kunnen ernstige psychiatrische problemen ontwikkelen en verslaafd raken aan drank of drugs.

Professor dr. Willem Albert Wagenaar, cognitief psycholoog aan de Universiteit van Leiden, is specialist op het gebied van foutieve herinneringen binnen de rechtsgang. „Dat we foutieve herinneringen produceren is vanuit de wetenschap meer dan voldoende bewezen. De grote vraag is waarom de politiek er geen rekening mee houdt. Je zou simpelweg in de wetgeving moeten vastleggen dat een verhoor geregistreerd wordt via een voicerecorder. In de meeste landen is dat wettelijk verplicht, waarom in Nederland dan niet?

„Voormalig minister Donner van Justitie heeft dat onlangs nog op allerlei manieren tegengehouden. De agent die het verhoor afneemt mag alles doen wat hij wil, bovendien staan de vragen die hij stelt niet in het proces-verbaal. Dan is registratie van wat er gezegd is, toch wel het minste. Bovendien kun je niet klagen als er iets misgaat, want er is geen wet die het verhoor regelt. De bekentenis van Kees B. die de Schiedammer parkmoord heeft gepleegd, is gedaan op 9 en 10 september. Op 4 oktober, dus bijna een maand later, is die bekentenis opgetekend op grond van aantekeningen. En omdat de verbalisant dat zelf ook wel wat raar vond, heeft hij de datum maar verandert in 18 september. Dat staat allemaal in het rapport van mr. F. Posthumus. Wat moet je met een bekentenis die uit het hoofd komt van een verbalisant die nog valsheid in geschrifte pleegt ook? Maar mede op grond daarvan werd Kees B. wel ten onrechte veroordeeld.”