Ongeprikkelde hersenen gaan dagdromen

DEZE FOTO OP VERZOEK VAN DE FOTOGRAAF NIET MEER GEBRUIKEN. Jonge dagdromer laat brein de vrije teugel. foto Nanda Beenen Beenen, Nanda

Dwalende gedachten ontstaan als vanzelf wanneer er even niets is dat je opperste aandacht nodig heeft. Maar hoe produceert het brein al die spontane beelden, stemmen en gedachten? Amerikaanse psychologen van het Dartmouth College in Hanover ontdekten dat dagdromen voortkomen uit een serie hersengebieden die actiever worden als het brein niet door prikkels van buiten wordt aangesproken. Dagdromen lijkt de basistoestand van het brein (Science, 19 januari).

De psychologen trainden twaalf vrouwen en zeven mannen om vaak af te dwalen met hun gedachten. Dat deden ze door hen drie dagen lang eenvoudige, monotone geheugentaken met letters en beelden te laten oefenen. Ze moesten bijvoorbeeld van rijtjes van vier letters de volgorde onthouden, en die vervolgens reproduceren.

Op dag vier deden de deelnemers de testjes weer. Ze kregen bekende testjes, nieuwe testjes, en tussendoor deden ze ook wel eens niets. Nu vroegen de onderzoekers op gezette tijden of ze ook irrelevante gedachten hadden, die niets met de taak te maken hadden. De deelnemers bleken het meest af te dwalen wanneer ze niets te doen hadden, gemiddeld bijna drie keer meer dan tijdens de taken met woorden of beelden die ze al vaker hadden gezien. Bij taken met nieuwe woorden of beelden dagdroomden ze het minst: gemiddeld ruim vier keer minder vergeleken bij het zalige nietsdoen.

Op dag vijf gingen de deelnemers in de fMRI-hersenscanner. Daarin moesten ze ook weer ofwel de ogen op een vast punt gericht houden en niets doen, of bekende taken doen, of nieuwe taken. De onderzoekers stelden vast dat er een heleboel gebieden in de hersenschors actief waren in het rustende brein. De activiteit nam af wanneer de deelnemers bekende testjes maakten, en vooral wanneer ze onbekende testjes voorgelegd kregen.

Dat er een basale hersenactiviteit bestaat, was al bekend. Zes jaar geleden lieten hersenonderzoekers zien dat de basistoestand van het brein niet volledige radiostilte is. Ook is het niet een chaotische, onvoorspelbare wisseling van lokale hersenactiviteit her en der. Er is een batterij duidelijk omschreven gebieden, die in het brein in rust een hoge activiteit laten zien, en zodra iets de aandacht vraagt, een lagere activiteit. De hersengebieden die nodig zijn voor dat wat de aandacht vraagt, zijn dan juist actiever.

De standaard hersenactiviteit hangt sterk samen met de mate waarin iemand dagdroomt, concluderen de psychologen. Grote kans dat die ook daadwerkelijk dagdromen voortbrengt. Maar het zou ook nog andere dingen kunnen aansturen. Bijvoorbeeld niet de dagdromen zelf, maar dat de dagdromer zichzelf bewust is van het feit dat hij dagdroomt.

Niki Korteweg

    • Niki Korteweg