Nog maar vier hoogbejaarden spreken Yaaku

Gaby van Caulil

Traditioneel Nederlands gezin in actie. Foto Spaarnestad Gezin 's avonds aan de koffie, en gezellig onder de lamp in gesprek aan de eetkamertafel. Moeder stopt onderwijl de sokken. Vader heeft een blad voor zich liggen en de zoon leest een boek, Oude Tonge, Zeeland, 1953. Spaarnestad

‘Talen verdwijnen meestal door een gebrek aan eigenwaarde”, vertelt Maarten Mous, hoogleraar Afrikaanse talen in Leiden. „In Afrika en de beide Amerikaanse continenten leven honderden volkeren die hun oorspronkelijke taal niet meer spreken. Ze zijn overgestapt op de taal met een hogere economische waarde, de taal van het machtigste volk.”

Hoog op de lijst van bedreigde talen staat het Yaaku. De Yaaku-stam in Kenia heeft haar taal in de jaren dertig van de vorige eeuw ingeruild voor het Maasai. De Yaaku zijn een volk van nog ongeveer tweehonderd jager-verzamelaars in het Mukogodo-bos ten westen van Mount Kenia. Ze ruilen van oudsher wilde honing voor vlees en melk van de Maasai, veenomaden in Kenia. Maar de militair veel machtiger Maasai bepaalden de condities van de handel. De Yaaku voelden zich ondergeschikt en zijn langzaam Maasai geworden. De Yaaku houden nu vee, kleden zich als Maasai en spreken hun taal.

Als een taal uitsterft, verarmt de cultuur – taal en cultuur vormen een onlosmakelijk geheel. Bovendien is iedere uitgestorven taal een verlies voor de wetenschap. Mous: „Als onbekende talen uitsterven, kunnen taalkundigen geen volledig beeld vormen van de mogelijke grammaticale structuren. Vergelijk het met een bioloog die geen vissen kent en dus nooit zal weten dat het ook mogelijk is met kieuwen te ademen.” De kieuwen van het Yaaku zijn de vele enkelvoud- en meervoudvormen. Het Nederlands kent één enkelvoudvorm en drie meervoudvormen: -s, -en, en -eren. Het Yaaku kent wel vijf enkelvoudvormen en vijftien meervoudvormen, waarmee sprekers extra betekenis kunnen toekennen aan het zelfstandig naamwoord. Neem het woord keden dat hout en boom betekent. De vervoeging geeft aan of een enkele boom wordt bedoeld (kedén) of een groep bomen (ke’eme), een bossage, een tak, een stam, een splinter of hout in het algemeen. „Uit de grammatica en het lexicon is bovendien de verwantschap met andere volkeren te achterhalen’’, aldus Mous. „Ook geven woorden ons informatie over de geschiedenis en cultuur van de sprekersgroep – denk aan termen voor de jacht, planten- en dierennamen, religieuze en geografische begrippen. Het Yaaku kent bijvoorbeeld vele termen voor honing verzamelen.”

Op de rand van de teloorgang willen de Yaaku hun taal proberen te redden. De Keniaanse overheid werkt aan een nieuwe grondwet die de mogelijk biedt om land in eigendom te verwerven. De Yaaku strijden voor erkenning van hun leefgebied, dat sinds 2004 ook door de Maasai wordt geclaimd. De Yaaku moeten zich van de Maasai onderscheiden om staande te houden dat ze een apart inheems volk zijn dat het Mukogodo-bos eeuwenlang heeft beheerd.

Met hulp van Mous en zijn Leidse collega’s proberen de Yaaku hun oorspronkelijke taal nieuw leven in te blazen. Mous is in januari 2005 bij de Yaaku geweest. Hij heeft vier mensen gevonden die het Yaaku spreken. Hij heeft gesprekken in de oude taal opgenomen, zodat hij een woordenlijst kan maken en de grammatica kan beschrijven. Maar Mous is pessimistisch over de toekomst. „De vier mensen die nog Yaaku spreken zijn rond de negentig jaar oud. De jongere generatie kent nog wel Yaaku-woorden maar kan er geen zinnen van maken. Bij de Yaaku zijn we te laat.”

    • Gaby van Caulil