Nog altijd de beste timing

Gisteravond trad in een afgeladen Theater Carré in Amsterdam ‘Europe’s First Lady of Jazz’ Rita Reys op. Voor een groot publiek kreeg zij opnieuw haar oeuvre- Edison uitgereikt.

Rita Reys met bassist Ruud Jacobs in Carré Foto Lex van Rossen 19-01-2007, Amsterdam, Carré. RITA REYS FOTO LEX VAN ROSSEN Rossen, Lex van

„Waar is mijn stoel?” roept de zangeres richting coulissen na afloop van haar achtste song. Het publiek dat zich toch al heeft verbaasd over haar geloop en gedans begint murmelend met haar mee te leven. Natuurlijk! Een artieste van 82 jaar oud, die moet op het podium toch kunnen zitten.

Als de stoel gebracht en iedereen tevreden is, wenkt ze naar gitarist Martijn van Iterson, grofweg half zou oud als zij, en zegt uitnodigend: „Zo jongen, ga maar lekker zitten.”

Het is Rita Reys ten voeten uit, altijd bereid om een beetje te spelen, met het publiek en de ‘mannen’ van de band. Onder die mannen van de band haar zwager Ruud Jacobs (68), die nog altijd fantastisch stuwend contrabas speelt, saxofonist Ferdinand Povel, slagwerker Joost Patocka en op piano de even jonge Peter Beets die steeds meer op wijlen Pim Jacobs gaat lijken als hij grijnzend achterom kijkt.

De speelsheid van Rita Reys blijkt ook nog steeds uit de manier waarop ze schijnbaar doodgezongen songs nieuw leven weet in te blazen. Zoals ‘Fly me to the Moon’ en zelfs ‘Summertime’, waar duizenden platenversies van bestaan. Frasen inkorten of juist verlengen, listig spelen met een handjevol woorden, het zijn die dingen die duidelijk maken dat Rita Reys de timing, het kenmerkendste element van de jazz, nog altijd tot in de finesses beheerst. Hierdoor kan ze het zich permitteren om sprongen te maken die geen andere jazzmusicus in Nederland durft te wagen.

‘Europe’s First Lady of Jazz’ toont zich extra speels als ze nog eens de Edison voor haar hele oeuvre krijgt, die ze op 22 december vorig jaar al in kleinere kring ontving. Dit alles met het oog op de dvd die van het optreden wordt gemaakt. Terwijl Hans van Willigenburg haar heldendaden opsomt maakt Rita rare gebaren naar het publiek als een doventolk op een dolle avond.

Behalve speels toont ze zich sportief als ze na twee toegiften en veel bloemen van ‘de dvd-techniek’ hoort dat er dingen zijn misgegaan. Nadat ze hardop heeft vastgesteld dat dit niet aan haar lag, gaat ze er nog eens tegenaan in ‘When Sunny gets Blue’. In de andere song, ‘I didn’t know what Time it was’, raakt ze halverwege verstrikt in haar woorden. Maar geen nood: met een tekstvel voor zich op de grond zingt ze de song welgemoed opnieuw.

„Zo lang ik leef, wil ik blijven zingen”, verklaarde de zangeres eerder op de avond. Gezien haar prestatie in Carré mag men zich daarover verheugen. Van de Nederlandse jazz-zangeressen is Rita nog altijd de meest professionele.