Nieuw Nederlands Spelpeil

Studenten kunnen niet meer spellen, zo luidden universitaire docenten de noodklok, vorige week in ‘Ook de blondste leerlingen’ in het Zaterdags Bijvoegsel. Spelling blijkt een brandende kwestie: het artikel lokte een overweldigend aantal lezersreacties uit. Net als dat over de dilemma’s van moeders, ‘Liever moeder’. Daarom deze week ruim baan voor de lezer op deze pagina en op pagina 39.

Er bestaat in Nederland een rare tweeslachtige houding tegenover de spelling. Aan de ene kant is er fascinatie voor spelling, zoals die bijvoorbeeld blijkt uit de populariteit van het Nationaal Dictee, en ook uit de stortvloed van ingezonden brieven als er weer eens iets is met de spelling, zoals nu. Aan de andere kant demonstreert het onderwijs een totaal gebrek aan serieuze aandacht voor de spelling. Wie niet zelf de gevolgen daarvan dagelijks ervaart, weet dit nu dankzij onder meer het recente onderzoek onder Rotterdamse studenten.

In veel ingezonden brieven wordt nu beschuldigend gewezen naar het onderwijs. Toch is dat op het eerste gezicht vreemd, want kijk eens naar de Kerndoelen basisonderwijs die door het ministerie van Onderwijs in 2006 zijn vastgesteld. Kerndoel 8 luidt: „De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het schrijven van een brief, een verslag, een formulier of een werkstuk. Zij besteden daarbij aandacht aan zinsbouw, correcte spelling, een leesbaar handschrift, bladspiegel, eventueel beeldende elementen en kleur.”

Hoe typisch dit onderwijskunstige proza ook is, spelling wordt er wel in genoemd, zij het nogal terloops. Beter is Kerndoel 11, want daar staat expliciet onder meer: „De leerlingen kennen: regels voor het spellen van werkwoorden” (bedoeld is natuurlijk werkwoordsvormen). Ook in de kerndoelen voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs wordt spelling genoemd, maar daarna is het afgelopen.

De werkelijke oorzaak van de manco’s bij het spellen moeten we zoeken in de laat-maar-waaienmentaliteit die al sinds decennia in het onderwijs heerst. Een praktijk van vergoelijken, cijfers bijstellen en startpunten geven. Pamperen in plaats van peperen. Het ministerie van Onderwijs blijkt blind te zijn voor de gevolgen daarvan, anders zou het niet verder gaan met maar steeds meer zelfstandigheid geven aan de scholen. In de inleiding van het Kerndoelenboekje schrijft minister Van der Hoeven: „Ik vind het belangrijk dat scholen de ruimte krijgen om eigen keuzes te maken, keuzes die passen bij de school en de omgeving van die school. De nieuwe kerndoelen sluiten daar goed op aan. Scholen krijgen zo de ruimte om keuzes te maken die passen bij het eigen profiel.”

Waar al dat ‘gekeus’ toe leidt, is niet moeilijk te raden; lees anders de kranten maar. De meeste scholen kiezen voor een praktijk die niet in het belang van de leerlingen is. Het is toch een grof schandaal dat scholen zodanige ‘keuzes maken’ dat hun afgestudeerden niet kunnen aansluiten bij het vervolgonderwijs, overigens niet alleen door dat slechte spellen.

In dit opzicht is Nederland koploper: wij zijn het enige land ter wereld waar scholieren en studenten smeken om gedegener onderwijs, van docenten die weten waar ze over praten en die dat met enthousiasme doen. Een land met zulke gemotiveerde scholieren zou toch het kenniscentrum van de wereld moeten kunnen worden, zou je zeggen.

Van alle tekortkomingen in het onderwijs als gevolg van ‘slimme’ keuzes, springt die op het gebied van de spelling het meest in het oog. Die heeft ook vaak directe pijnlijke gevolgen. Een sollicitatiebrief met spelfouten verdwijnt in de prullenmand. Een betoog met spelfouten verliest veel van zijn kracht. Een scholier die slecht spelt wordt uitgelachen, al is het niet zijn schuld. Slecht spellen wordt ook maatschappelijk niet aanvaard, dat maken alle reacties op het rapport wel duidelijk. Een overheid die toelaat dat zijn jonge mensen zo worden gedupeerd, is asociaal.

En het hoeft allemaal niets te kosten, Overheid, alleen een paar maatregelen: voer in dat er op spelfouten wordt afgerekend, bij elk vak in elke les. Gegarandeerd dat het spelpeil met de dag gaat stijgen. Maak spelling net als veel andere belangrijke zaken (spreken van ABN bijvoorbeeld) onderdeel van (weer) een compleet Centraal Eindexamen, of laat het daar zwaar meetellen. Breng de leerling (zo nodig) schaamte bij over zijn spelfouten, want er zit een belangrijke sociale kant aan. Goed spellen heeft ook te maken met fatsoen en stijl tegenover de lezer, zoals je ook aandacht besteedt aan je uiterlijk en je gedrag tegenover een ander. Een slordige e-mail getuigt niet alleen van haast, maar ook van gebrek aan respect voor de ontvanger.

Leren spellen is in de eerste plaats het goed leren schrijven van de werkwoordsvormen. Al het andere is op te zoeken in een woordenboek of wordt geregeld door de spellingscorrector op de computer. De spelling van de werkwoordsvormen is helder omdat hij grammaticale functies zichtbaar maakt, en hij is bovendien in een uurtje te leren. Dat worden er overigens al gauw tien als de leerlingen onvoldoende grammaticale kennis hebben. Of het bijvoorbeeld ‘gebeurt’ moet zijn of ‘gebeurd’ hangt van de functie in de zin af of de woordsoort en die moet je herkennen en kunnen benoemen: persoonsvorm of voltooid deelwoord.

Goed spellen zonder grammaticale kennis is dus eigenlijk onmogelijk. Prima, want die kennis van de grammatica van je moedertaal is ook nodig voor het leren van andere talen en het hoort bij je status als intellectueel. Anderzijds zal wie zorg aan zijn spelling besteedt vanzelf ook zorgvuldiger gaan formuleren. Zo beschouwd is spelling het belangrijkste onderdeel van het schoolvak Nederlands. Daarvan lijkt iedereen wel overtuigd te zijn. Nu de politiek nog.

De auteur is taalkundige, die ervoor pleit het woordgeslacht alleen een rol te laten spelen in evidente gevallen: ‘de vrouw en haar kind’ maar: ‘de spelling en zijn functie’.