Mededinging, autoriteiten en klokkenluiders

De Nederlandse Mededingingsautoriteit vindt dat klokkenluiders meer bescherming moeten krijgen. De NMa is volgens directeur Kalbfleisch afhankelijk van mensen die bereid zijn met hun verdenkingen naar hem toe te komen. Daartoe moeten zij een prikkel hebben en de NMa moet hun anonimiteit kunnen garanderen. Volgens hem is nu de wetgever aan zet om dat te regelen.

Het woord klokkenluider roept het beeld op van een gekwelde, nobele man of vrouw die in eenzaamheid en met een geprangd geweten moet werken in een omgeving waar kwalijke praktijken aan de orde zijn. Praktijken waar hij of zij vaak ook gedwongen zelf aan mee doet. In uiterste gewetensnood verzamelt hij of zij heimelijk een krat vol belastend materiaal, levert dat af bij de bevoegde instanties, en stelt zichzelf daarmee bloot aan allerlei civiel- en strafrechtelijke risico’s. Het oerbeeld van de klokkenluider is Ad Bos, die als administrateur van bouwbedrijf Koop Tjuchem de gegevens boven tafel bracht die aanleiding vormden tot de parlementaire enquête bouwfraude. Bos werd later veroordeeld omdat hij in zijn werk bij Koop had meegewerkt aan de omkoping van een ambtenaar, ook al kreeg hij geen straf wegens zijn „belangrijke verdiensten voor de samenleving”. Eerder had hij een financiële tegemoetkoming gevraagd bij de minister-president, maar die schreef hem een brief terug dat hij daar niet aan kon beginnen. Enkele leden van de Tweede Kamer waren het daar niet eens, die vonden dat de wetgevende vergadering van het land wel een regeling voor één man kon treffen.

Laten we aannemen dat Bos inderdaad een soort Heilige Antonius was, die oog in oog met duivelse kwellingen en beproevingen trouw bleef aan zijn hoogste principes. Zo iemand zal zich altijd melden bij het Openbaar Ministerie of de NMa, ongeacht de consequenties, en al helemaal ongeacht het vooruitzicht op anonimiteit, immuniteit van strafvervolging, of financiële regelingen. Een echte heilige is altijd trouw aan zijn principes en zijn geweten, en zal zich door faciliteiten of beloningen niet laten beïnvloeden. Dat zal ook de paradoxale uitkomst zijn van een klokkenluidersregeling, als die er ooit komt. Wat bedoeld is om tegemoet te komen aan bonafide gewetensbezwaarden, die de steile en gevaarlijke ladder naar de klokkenzolder hebben beklommen, wordt straks een automatische roltrap die allerlei soorten ander volk uitnodigt ook eens een ritje te proberen. Querulanten, wraakzuchtigen, gelijkhebbers en fanatici – de meeste organisaties hebben er daarvan wel een stuk of wat in huis, en die zouden straks allemaal een aanspraak krijgen op klokkenluidersimmuniteit. Het witte gewaad dat bedoeld was voor enkele heiligen, wordt dan opgeëist door een horde schijnheiligen. „Pak me dan als je kan”, wordt hun sarrende refrein tegen gedupeerde, soms niet brandschone maar lang niet altijd criminele bazen en collega’s.

„Ook in Amerika bestaan er faciliteiten om klokkenluiders te beschermen en te belonen”, was destijds voor enkele Kamerleden een argument om Bos een tegemoetkoming te gunnen. Laten we aannemen dat het klopt. Maar Amerika is ook het land van de premiejagers, waar burgers een beloning kunnen krijgen om voortvluchtige andere burgers op te pakken. En het is het land van de treble damages, waarmee een civiele partij niet alleen haar schade op een ander kan verhalen maar hem ook nog tot tweemaal dat bedrag kan straffen. Burger tegen burger, zo’n land zijn we niet. En het zou jammer zijn als we het werden.

De NMa van Kalbfleisch heet Mededingingsautoriteit, en autoriteit is gezag. Ik moet denken aan mijn oude bovenmeester. Die had gezag, en ook had hij een geweldige hekel aan klikspanen. Als er wangedrag op te sporen en te bestraffen was, dan deed hij dat zelf, daar had hij geen verklikkers voor nodig. Punt één wegens zijn eigen waardigheid, want hij vond dat wie zich hoog acht, geen laag volk gebruikt. En punt twee voor de sfeer op school. Hij wilde geen achterbaksheid en verraad, maar openheid en vertrouwen. En hij wist dat hij daar met zijn voorbeeld een belangrijke rol in speelde.

Kalbfleisch heeft zo te zien niet zo veel op met de sfeer op het schoolplein. Of hij beseft niet dat er niet alleen mededinging op zijn kaartje staat, maar ook autoriteit. Voor iemand met een naam als Kalbfleisch en een uitstraling die meer doet denken aan een slager dan aan een strenge maar rechtvaardige bovenmeester, is dat een punt van extra aandacht. De NMa heeft al te horen gekregen, onder andere vanuit de Tweede Kamer, dat het met het mededingingstoezicht uit de hand loopt. Kalbfleisch noemt dat kletskoek. Als het werk inderdaad in orde is, moet hij eens kijken of de kritiek misschien vooral te maken heeft met het aspect autoriteit.

Natuurlijk heeft Kalbfleisch gelijk als hij zegt dat de NMa afhankelijk is van mensen die bereid zijn met hun verdenkingen naar hem toe te komen. Maar laat hij dan vooral toegang geven aan mensen die een aanwijsbaar belang hebben bij het opbreken en bestraffen van kartels en prijsafspraken. Klanten dus, afnemers van bouwprojecten of medicijnen, van schoolboeken of van installatiematerialen. Daar heeft de NMa geen klokkenluidersregeling voor nodig, maar alerte actie van goede speurneuzen. Die moeten dan wel zelf hun krat met belastend materiaal gaan ophalen. Dat is voor de NMa moeilijker, maar oprechter.

Een heel ander verhaal is het natuurlijk als de klanten niet tot klagen in staat zijn. Dementerende patiënten in verzorgingshuizen bijvoorbeeld. De inspecteur-generaal voor de gezondheidszorg pleitte deze week voor een klokkenluidersfaciliteit in zijn sector. Daar gaat het om soms letterlijk geknevelde afnemers, die niet de kans hebben zich te laten horen over soms schandelijke dienstverlening. Dat verdient geen klokkenluidersregeling, met zijn connotaties van klikken en spionneren, maar een alarmbelregeling. En maak er geen faciliteit van, maar een verplichting!