Maar ze kunnen wel goed praten

Scholieren en studenten hebben steeds meer moeite met spellen en grammatica. Logisch, zeggen docenten uit basis- en voortgezet onderwijs. Er is minder aandacht voor in de klas. „We moeten terug naar het rijtjes stampen.”

Taalles in groep acht van ‘juf’ Jolanda Meijers op de Utrechtse Schoolvereniging. Foto Bas Czwerwinski 19-01-2007, UTRECHT. TAALLES BIJ JOLANDA MEIJERS OP DE UTRECGTSE SCHOOLVERENIGING. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Scholieren en studenten kunnen heel goed praten. Daar is iedereen het over eens. Spreekbeurten, boekpresentaties, het kost ze amper moeite. „Als je ziet wat basisschoolleerlingen in groep 8 voor spreekbeurten neerzetten”, zegt Hans Christiaanse, directeur van basisschool De Heerdstee in Groningen. „Met een beamer en Power Point, het is soms ongelooflijk. Dat kon een scholier van die leeftijd tien jaar geleden absoluut niet.”

Wat scholieren en studenten steeds minder goed kunnen, daarover is echter ook iedereen het eens. Dat is spellen, werkwoorden vervoegen en het opbouwen van een helder betoog. Vorige week klaagden hoogleraren in deze krant dat studenten de laatste jaren steeds slordiger zijn gaan schrijven. Op tal van universiteiten en hogescholen worden bijspijkercursussen Nederlands aangeboden om het niveau op peil te krijgen. Deze week luidde de HBO-raad de noodklok over het taalniveau van aankomende leraren. Van de zesduizend studenten aan de lerarenopleidingen is tweederde gezakt voor de vorig jaar ingevoerde taaltoets.

Docenten en schooldirecteuren in het voortgezet- en basisonderwijs verbaast dat niets, zo blijkt uit een rondgang. Taalverloedering is overal, zo zeggen zij. Scholieren chatten met elkaar via MSN in morsetaal, ze lezen amper nog boeken en kranten. De beeldcultuur is dominant geworden.

Daarnaast staat het gezin onder druk en is ook daar weinig tijd voor taalverwerving, voor ongedwongen gesprekken, zegt Rita Dijkstra, directeur van basisschool de Utrechtse Schoolvereniging. „Ik hoor ouders regelmatig op commandotoon met hun kinderen communiceren, ‘we gaan’ en ‘loop door’, daar valt weinig taal aan te beleven.” „Ouders hebben minder tijd om samen met hun kinderen een boek te lezen”, zegt Hans Christiaanse.

Toch willen docenten en schooldirecteuren de hand ook best in eigen boezem steken. De laatste jaren is er minder aandacht voor spelling en grammatica in de klas, zeggen ze. „Spreekvaardigheid en creatief schrijven zijn steeds belangrijker geworden. Het oefenen met spelling, zinsbouw, grammatica en woordenschat is op de achtergrond geraakt”, bevestigt Jan van den Akker, onderwijsdirecteur van de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO), die leermethodes ontwikkelt voor basis-, beroeps-, en voortgezet onderwijs. „Dat was mede een wens van het hoger onderwijs en het bedrijfsleven. Zij wilden dat er in het onderwijs meer aandacht kwam voor het ontwikkelen van praktische, communicatieve taalvaardigheden. Maar als je dat doet, zal er minder accent komen te liggen op bijvoorbeeld spelling. Je kan niet álles binnen hetzelfde rooster.” Daarbij komt nog, zegt Rita Dijkstra, „dat scholen worden bestookt met allerlei vragen vanuit de samenleving en verplichtingen vanuit het ministerie. We moeten aandacht besteden aan burgerschapskunde, levensbeschouwing, sociaal emotionele ontwikkeling, Engels, techniek, noem maar op. Maar het rooster wás al vol.”

Ook in het voorgezet onderwijs is er niet altijd voldoende aandacht voor taal, zeggen de ondervraagden. „De leerlingen die op het eind van groep 8 een vwo-advies krijgen, hebben vaak gewoon een heel goed taalniveau”, zegt Ton Duif, voorzitter van de vereniging voor schooldirecteuren in het basisonderwijs, de AVS. „En dat wordt ook voortdurend getoetst door het Cito. Maar dat moet je in het voortgezet onderwijs wél onderhouden. En dat gebeurt niet altijd.”

Op het centraal schriftelijk examen Nederlands bijvoorbeeld, worden amper punten van het eindcijfer afgetrokken voor fouten in de spelling. Bij vakken als geschiedenis en aardrijkskunde wordt dat al helemaal niet meer gedaan, ook niet bij proefwerken. Op het mbo, waar veel pabo-studenten hun vooropleiding hebben genoten, wordt het vak Nederlands steeds vaker afgeschaft en „geïntegreerd in andere vakken”.

Martin Slagter geeft bijvoorbeeld Nederlands op HBO Nederland in Arnhem, onder de noemer ‘managementvaardigheden’, zegt hij. „Logisch dat leerlingen dan de indruk krijgen dat spelling niet belangrijk is”, zegt Jordan Martens, docent Nederlands op het Elzendaal college te Boxmeer.

Ook de invoering van het nieuwe leren, een lesmethode die van leerlingen verwacht dat ze meer zelfstandig kennis verwerven, heeft de taalvaardigheid geen goed gedaan. „Taal kán je niet zelfstandig verwerven”, zegt docent Martin Slagter. Bovendien wordt er op het aantal ‘contacturen’ tussen docent en scholier bezuinigd. „Ik heb nog maar twee contacturen per week voor Nederlands”, zegt docent Jordan Martens. „Daar moet alles in.” Maar het grootste probleem, zegt Slagter, „is dat onderwijs tegenwoordig vooral leuk moet zijn. Het mag absoluut niet moeilijk zijn. Herhalen, oefenen en discipline scoren niet hoog. Maar zijn wel essentieel wil je een taal leren beheersen.”

Wat nu overal gebeurt, zeggen Martens en Slagter, is dat docenten in het voorgezet onderwijs extra taalprogramma’s gaan opzetten. Zo neemt Slagter elke week een dictee af en geeft hij workshops Nederlands na schooltijd. Martens heeft twee jaar geleden een verplichte instaptoets ingevoerd voor scholieren die havo-4 en vwo-5 binnenkomen. „Ik merk dat ze eraan wennen, en weer heel fanatiek zijn geworden in het voorkomen van fouten”, zegt Martens.

„We hebben in het taalonderwijs een nieuwe balans nodig tussen traditionele en recentelijk geformuleerde doelen”, zegt SLO-directeur Jan van den Akker. „Het zou goed zijn als scholen zich weer gaan bezinnen op hun kerntaken: taal en rekenen”, zegt schooldirecteur Hans Christiaanse. „Die vakken moeten weer de plek krijgen die ze in het verleden hadden. Scholen moeten weer terug naar het rijtjes stampen.” „Kinderen vinden het juist leuk, om gedisciplineerd les te krijgen”, zegt Martin Slagter.

Brieven van lezers: pagina 37

    • Japke-d. Bouma