Lachen om andermans racisme

Joost Zwagerman bezocht de Borat-film in New York, waar de mensen er veel meer om moeten lachen dan wij hier dachten

ONHERKENBAAR: Sacha Baron Cohen neemt een Golden Globe in ontvangst voor zijn film-slash-alterego Borat. Foto AP Sasha Baron Cohen arrives for the Paramount and DreamWorks party following the 64th Annual Golden Globe Awards on Monday, Jan. 15, 2007, in Beverly Hills, Calif. (AP Photo/Dan Steinberg) Associated Press

Sacha Baron Cohen ontving deze week de Golden Globe voor de beste mannelijke hoofdrol in een speelfilm. De onderscheiding vormt, vermoed ik, de opmaat voor een triomf tijdens eerstvolgende de Oscar-uitreikingen. Baron Cohen wordt in de VS vanwege zijn succesfilm Borat: Cultural Learnings of America for Make Benefit Glorious Nation of Kazakhstan op handen gedragen. De Amerikanen zijn zowel verzot op de slapstick in de film als op de even listige en clowneske manier waarop hij de dubbele moraal en de onder de oppervlakte gistende xenofobie van de gemiddelde redneck in het middenwesten en de dorpse bourgeoisie blootlegt.

In Nederland kregen we van deze Amerikaanse bewieroking vooralsnog niet zo veel mee. Vóórdat Borat in Amerika in première ging, meldden sommige Nederlandse kranten dat de film slechts in vijf bioscopen over het hele land zou draaien. De distributeur van Borat verwachtte dat de Amerikaanse bioscoopbezoeker niet zo geporteerd zou zijn van de strapatsen van Baron Cohen in zijn vermomming van Kazachtstaanse reporter Borat. Maar in de Amerikaanse bioscopen vond al snel een wonderbaarlijke vermenigvuldiging plaats. In de New York Times staat Borat nu al wekenlang vermeld bij de aanraders. ‘Het publiek lacht niet alleen, het kreunt en siddert ook’, aldus de krant.

Borat begon aan een spectaculaire glorietocht, waarover in Nederland dan weer veel minder berichten verschenen.

Alleen al de aanprijzing in de New York Times maakte nieuwsgierig, niet alleen naar de film maar ook naar die kennelijke sidderingen onder het publiek. Wij bezochten een vrijdagavondvoorstelling in New York. Borat draaide er in zeven grote bioscopen; we kozen voor de bioscoop op Lincoln Square, pleisterplaats in de Upper West Side en doorgaans bevolkt of bezocht door werkende witte New Yorkers, type Meg Ryan en Billy Crystal. De zaal druppelde vol met een louter wit publiek, stelletjes, dertigers en veertigers, maar ook opmerkelijk veel alleengaanden van wie sommigen een plaatsje onder een lichtspotje in de zaal opzochten om er gedurende het voorprogramma te kunnen lezen in meegebrachte tijdschriften of boeken. Lezende mensen in een bioscoop – in Nederland nog nooit gezien. Dit waren duidelijk mensen die buiten de bioscoop niet snel in het ootje zouden worden genomen door de Kazachstaanse grapjurk met een Kader-Abdolahsnor.

Opvallend was dat niemand zich verkneukelde van voorpret. Eerder leken de meeste bezoekers een beetje huiverig voor wat komen zou. Sommigen leken bezig zich schrap te zetten voor één lange sessie van plaatsvervangende schaamte. Dat schrapzetten bleek hard nodig. Scène na scène presenteert Baron Cohen in Borat het beeld van de gemiddelde Amerikaan als een behulpzame burgerlul bij wie je een vernislaagje moet wegkrabben om te stuiten op roestplekken van xenofobie en racisme. Dat sommige figuranten in Borat behalve burgerlijk en bekrompen ook bijzonder beleefd en aardig waren, zou je bijna zijn ontgaan, gespitst als je bent op erupties van racisme en hysterisch patriottisme.

In Borat komen elementen van andere reality shows samen. Als Baron Cohen als Borat met zijn moddervette compaan Azamat Bagatov naakt in een luxe-hotel rondrent en ze met z’n tweeën gaan vechten en al rollebollend een congres verstoren, dan is dat vintage Jackass. De scène met Pamela Anderson lijkt te zijn geïnspireerd door MTV’s Punk’d, terwijl Borats maffe liedje dat hij zingt als hij tussen de afro-amerikaanse rapjongens staat, in mimiek en kolder doet denken aan de Marx Brothers.

Geïmponeerd door zoveel vertoon van superieure clownerie ben je geneigd over het hoofd te zien dat in Borat een tamelijk voorspelbaar traject wordt afgelegd. Het is vrij makkelijk om de benepenheid van de Amerikaan bloot te leggen als je alleen maar the ususal suspects opzoekt: een Republikeinse autohandelaar, een griezelige wapenverkoper, brullende rednecks in Texas.

Opmerkelijk is intussen dat onze Kazachstaanse clown op beslissende momenten in Borat zijn beledigingen en vernederingen voor zich houdt. Dat is wanneer hij in contact komt met de minderheden die door de rednecks en andere gruwzame types in de film worden geminacht en beledigd. Zo kust Baron Cohen in vermomming iedere vrijwel witte Amerikaan die hij voor de mal zal houden bij de begroeting twee keer op de wang. Dat laat hij echter na wanneer met zijn chauffeur Azamat Bagatov in ‘the hood’ belandt, een stadse wijk met op straat enkele zwarte jongens van een jaar of achttien, negentien.

Tegenover deze groep laat Borat zijn indirecte beledigingen en provocaties achterwege en beperkt hij zich tot het spelen van het Kazachstaanse Swiebertje op doorreis. ‘I like you peoples’, kwinkeleert Borat, en wijst op één van hen: ‘You loooke lika Michael Jackson.’ Geen pijnpuntje of provocatie te bekennen, daar. Persoonlijke beledigingen, krenkingen, gezuig en geprovoceer reserveert Borat voor de blanke middenklasse én voor intolerante blanken uit Texas.

Als onze Kazachstaanse vriend tegen het einde van de film en na het naargeestig overmeesteren van Pamela Anderson – het enige fragment dat met instemming van het lijdend voorwerp is geënsceneerd, is het vermoeden – berooid en gedesillusioneerd is, keert hij terug naar de enige persoon die hem in het hart had gesloten: de zwarte transseksuele prostitué. Hiermee neemt Borat een hoogromantische wending: de Afro-Amerikaanse hoer met het gouden hart is de enige die deugt. Politiek-correcter, op het sentimentele af, kun je het niet krijgen.

Juist vanwege die sentimentele poltieke correctheid was Borat voor de New Yorkse bioscoopbezoeker van die vrijdag zo te zien nergens écht confronterend. Baron Cohen maakt het de Amerikaanse kijker erg gemakkelijk om zichzelf te hullen in een zwemvest van morele verontwaardiging over allerlei domme, homofobe en xenofobe uitspraken en gedragingen van de in het ootje genomen figuranten in de film. Het kreunen en sidderen onder het publiek was dan ook direct na de speelfilm voorbij. Tevreden verlieten de bezoekers de bioscoop. Want met een uitstekend gevoel voor behaagzucht had Sacha Baron Cohen hen met Borat bevestigd in hun weldenkendheid. Ze hadden inderdaad gekreund en gesidderd – om de Grote, Domme Ander. Toegegeven, dat was zeer plezierig en ontspannend. Plaatsvervangende schaamte als zelffeliciterend tijdverdrijf: laat dat maar over aan de onweerstaanbaar geestige Sacha Baron Cohen.