Krenten uit de pap

illustratie anki posthumus Posthumus, Anki

Vrouwen waren ondervertegenwoordigd in de directiefuncties van het hoofdstedelijke onderwijs. De Amsterdamse wethouder Ada Wildekamp meende dit te moeten corrigeren door op de gemeentelijke basisscholen alleen nog vrouwen tot directeur te benoemen. Dit speelde zo’n vijftien jaar geleden. Ik heb me daar toen publiekelijk over verbaasd. Het onderwijzend personeel op de basisscholen was namelijk toen al dusdanig ontmand aan het raken dat vrouwen ook zonder beleid hun achterstand zouden inhalen. Het was pure symboolpolitiek om een proces, dat zich hoe dan ook bezig was te voltrekken, een ideologische lading te geven.

Een zelfde ontwikkeling zien we nu in de maatschappij als geheel. Ook nu valt overal de roep te horen om meer vrouwen in hogere functies te benoemen, terwijl duidelijk is dat vrouwen al volop bezig zijn die functies in te nemen. Althans voor zo ver zij die aantrekkelijk vinden.

Vorige week schreef ik over het feit dat meisjes het op alle niveaus van onderwijs beter doen dan jongens. Zij gaan vaker naar hogeschool en universiteit en ze behalen daar ook nog eens veel betere studieresultaten.

Overigens plaatsten sommige lezers hier kanttekeningen bij. Zij wezen erop dat meisjes weliswaar beter studeren, maar dat ze toch achter blijven waar het de intelligentie betreft. Dat zou zijn af te leiden uit het feit dat ze het op school minder goed doen dan de jongens waar het de exacte vakken betreft. Maar dat heeft niets met intelligentie te maken. Op meisjesscholen kozen indertijd meer meisjes voor een b- dan voor een a-pakket.

Het feit dat ze het in een gemengde omgeving wat die vakken betreft minder goed doen dan de jongens, heeft dus met andere factoren te maken. Bijvoorbeeld met de wijze waarop de leerstof wordt aangeboden. In een klas met jongens zou een leraar – voor die vakken ook bijna altijd een man – meer appelleren aan de interesses van jongens. Een andere verklaring houdt verband met de sociale druk, waardoor meisjes in een gemengde omgeving zich ook vrouwelijker gaan gedragen. Een exact vakkenpakket past daar niet bij.

Vaak wordt beweerd dat ondanks hun mindere studieprestaties jongens de meisjes overvleugelen doordat ze meer lef tonen en meisjes te bescheiden zouden zijn. Ik heb die indruk al lang niet meer. Ik vind lef, vaak grenzend aan zelfoverschatting, al lang niet meer een typisch mannelijke karaktertrek.

Maar het valt niet te ontkennen dat op veel terreinen mannen het voor het zeggen hebben, en dat het er voorlopig niet naar uitziet dat dit zal veranderen. Maar dat heeft niets te maken met het bestaan van een glazen plafond. Die plafonds houden alleen stand voor zover de dames daar geen bezwaar tegen hebben.

Want, laten we eerlijk zijn, de sectoren waar de vrouwen nu al evident bezig zijn de mannen te verdringen, dat zijn toch duidelijk de meest aantrekkelijke. Daarbij gaat het om beroepen waar je, in een hoge mate van onafhankelijkheid, inhoudelijk interessant en afwisselend werk kunt doen, en vaak ook nog eens je eigen werktijden kunt bepalen.

Waarom zou je gaan rat racen als je als eerste kunt kiezen? Dan pak je de krenten uit de pap: rechterlijke macht, allerlei soorten adviesfuncties, journalistiek, advocatuur, makelaardij, medisch specialist, huisarts. En laat je het rat racen graag over aan de mannen en de enkele vrouw die daar wonderlijk genoeg nog plezier aan schijnen te ontlenen ook.

Kortom, beleid dat erop gericht is meer vrouwen in hogere functies te benoemen getuigt van een schromelijke overschatting van de mannen.

lgm.prick@worldonline.nl

    • Leo Prick