Koperdieven

1378

Als een mateloze kunstliefhebber De Denker van Rodin had gestolen om het beeld bij de collectie meesterwerken in zijn geheime beeldentuin te zetten, dan was het ook een zaak voor de politie geweest, maar in ieder geval had je het kunnen begrijpen. Als in de tuin van het Singer Museum een geschifte kunsthater aan het werk was geweest die bij nacht en ontij zeven beelden kort en klein had geslagen, dan was dat ook verschrikkelijk geweest, maar er zijn nu eenmaal zulke gekken op de wereld. Toen de nazi’s op 10 mei 1933 in Berlijn hun grote boekverbranding hielden, alles wat marxistisch of joods was op de brandstapel gooiden, was dat vooral hun eigen ontmaskering. Er bestaat een foto waarop je een jongeman in krankzinnige extase een boek in de vlammen ziet gooien. Voor mij het onthullendste document van deze gebeurtenis. Dan komt in 1937 in München nog de tentoonstelling Entartete Kunst, door Hitler persoonlijk geopend. Daar hing alles wat bij de nazi’s niet door de beugel kon. Een deel werd later verbrand, andere schilderijen aan het buitenland verkocht. En dan heb ik nog Archimedes op mijn lijstje. „Mijn cirkels, mijn cirkels!”, riep het 75-jarig genie tegen de Romeinse soldaten die hem vermoordden nadat ze zijn in het zand getekende wiskundige tekening hadden verwoest. En ten slotte het opblazen van de reusachtige, een paar duizend jaar oude Boeddhabeelden, door de Talibaan, ruim vijf jaar geleden. Het is gefilmd, op de televisie vertoond.

Nu hebben we deze mensen die zeven bronzen beelden uit de beeldentuin van het Singer Museum hebben gestolen. Eerst hebben ze met de auto het hek kapot gereden, daarna de beelden van hun sokkel getrokken (dat doe je op z’n hoogst met een gehaat dictator) en meegenomen om in de smeltoven te stoppen. Brons is een legering van koper en tin, en die metalen zijn veel geld waard. Ze wilden de gesmolten Denker en andere beelden waarschijnlijk voor een paar honderd euro verkopen.

Stel je voor dat je geld nodig hebt, en je weet absoluut geen manier om dat eerlijk te verdienen. Het komt voor. Probeert u zichzelf even in de plaats van zo’n ongelukkige te stellen. Wat doet u? Dat is misschien een verschrikkelijke gewetensvraag, of een vraag uit een realitykwis. Ook mogelijk. A zegt: in dat geval ga ik een paar fietsen stelen. Héél goed!, zegt de kwismaster. En u, mevrouw B? Nou, ik denk dat ik naar de supermarkt zou gaan, en dan... Ja mevrouw B, wát dán? Nou, dan ga ik gewoon proletarisch winkelen. Een paar blikjes meenemen. En wat zit er dan in die blikjes, mevrouw B. Nou, iets voedzaams. Puree. Dat is uitstekend geantwoord!, roept de kwismaster. Diefstal tot bevrediging van de directe levensbehoeften, we moeten het blijven afkeuren maar het valt te begrijpen.

Nu gaat op de wereldmarkt de koperprijs omhoog. Een paar dieven herinneren zich nog van de scheikundeles dat er een legering is die wel voor driekwart of meer uit koper kan bestaan. Brons! Van brons worden standbeelden gegoten. Standbeelden horen tot de weinige dingen die nog niet worden bewaakt, en bovendien staan veel standbeelden gewoon in de openlucht, op straat of op een plein. Het fortuin staat op straat! Dat veel van die dingen eeuwenoud zijn, dat ze door een kunstenaar zijn gemaakt, dat die er zijn ziel en zaligheid, zijn hele talent, eerzucht, historisch besef, nog veel meer in heeft gestopt, dat zo’n standbeeld door de jaren heen in zijn omgeving is gegroeid, het zal de dieven één grote rotzorg zijn. ’s Nachts komen ze met hun vrachtwagen, trekken het beeld van de sokkel en dan wordt het zo vlug mogelijk in stukken gezaagd en in de smeltoven gedaan. Zeshonderd euro verdiend!

Zo’n diefstal is vooral markant door de stupiditeit en de genadeloosheid van de hebzucht. Hetzelfde is het met het stelen van koperdraad op het spoor. Via koperen leidingen worden de treinen van stroom voorzien en wissels en seinen bediend. Al dat koper ligt klaar voor het afknippen. ’s Nachts komen de dieven, pakken wat het gemakkelijkst te pakken valt, en of u de volgende ochtend een uur vertraging hebt, of dat uw machinist op een andere trein botst omdat het rode sein niet meer werkt, dat lezen de dieven later wel in de krant. Ze hebben geïncasseerd en het koper is onderweg naar China.

Vernietiging van kunst uit politieke of godsdienstige motieven, soms valt het te begrijpen, meestal niet, en altijd is het tragisch want au fond is het een poging tot het herschrijven van de geschiedenis. Dus vergeefs. Principieel anders is het kapot maken van kunst uit hebzucht, uitsluitend omdat het materiaal voor een habbekrats kan worden verkocht. En trouwens ook als het goud waard was, dan nog.

Na de diefstal verscheen een mevrouw van het Singer Museum op de televisie. Verbijstering stond op haar gezicht te lezen. ‘Waarom?’ Die wanverhouding tussen de hebzucht en de gevolgen ging haar begrip te boven. Die niets ontziende stomheid is het weerzinwekkendste.

    • S. Montag