Kabinet: data beller 1,5 jaar bewaren

Het kabinet wil telecom- en internetproviders verplichten gegevens van het gedrag van klanten anderhalf jaar lang te bewaren. Dat staat in een conceptwetsvoorstel.

Het gaat om telefoonnummers, e-mailadressen, de plaats vanwaar iemand belt en de lengte van gesprekken, maar niet om de inhoud daarvan. Goede beschikbaarheid van deze informatie kan voor opsporingsdiensten nuttig zijn bij de bestrijding van terrorisme en zware criminaliteit. Het kabinet wil dat de plannen nog voor de zomer bij de Tweede Kamer liggen, zodat de Telecomwet eind dit jaar kan worden aangepast.

Het opslaan van de zogenoemde ‘verkeersgegevens’ vloeit voort uit afspraken die de Europese ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie in 2005 maakten. Zij kwamen een bewaarplicht van minimaal zes en maximaal 24 maanden overeen. Het kabinet kiest voor 18 maanden.

Veel Nederlandse telefoon-, kabel- en internetbedrijven hebben hun bezwaren kenbaar gemaakt in een brief die ze gisteren naar het ministerie van Economische Zaken hebben gestuurd. Zij hielden rekening met een bewaartermijn van maximaal een jaar, zoals onderzoekers van de Erasmus Universiteit toenmalig minister van Justitie Donner hadden geadviseerd.

Volgens de bedrijven is de noodzaak van lange opslag nooit aangetoond. Ze wijzen op privacybezwaren, problemen bij beveiliging van de grote hoeveelheid opgeslagen informatie en hogere kosten. Die komen volgens het voorstel voor rekening van de bedrijven. Berekeningen in opdracht van het ministerie van Justitie komen uit op 82 miljoen euro investeringskosten.

De verplichting om van mobiele bellers bij te houden waar ze zich tijdens een gesprek bevinden, stuit op bezwaren van KPN. „Dat betekent dat we al onze systemen moeten aanpassen”, aldus Gert Wabeke van KPN.