Het klimaat als spelletje

Annemieke van Roekel

Jongen en meisje gamend in de duinen. Foto Nationale Beeldbank Nationale Beeldbank

‘Universiteiten kiezen er nog onvoldoende voor om wetenschappelijke kennis te presenteren met ondersteuning van multimedia’’, zegt Pier Vellinga, hoogleraar milieuwetenschappen aan de Vrije Universiteit en directeur van het aan de VU verbonden Klimaatcentrum. „Slechts enkele vakgebieden, zoals fysica en chemie, maken er gebruik van. Inmiddels weten we dat het aanbieden van kennis uit boekjes niet meer toereikend is voor de overdracht van wetenschappelijke kennis.”

Al twintig jaar is de Vrije Universiteit met het thema klimaatverandering bezig, zowel vanuit een politicologische als een aardwetenschappelijke invalshoek. Die ervaring is de inspiratie voor de klimaatgame, een computerspel waarmee de bedenkers vooral een jongere doelgroep, tot de leeftijd van een jaar of 25, op het oog hebben. „Het zijn juist jongeren die goed met een game bereikt kunnen worden, ook degenen die niet van huis uit in wetenschap geïnteresseerd zijn”, licht Vellinga toe. „Jonge mensen zijn razendsnel met computers. Ze pikken het erg snel op.” Het idee achter de klimaatgame is dat een laagdrempelig medium kan helpen om wetenschappelijke kennis te populariseren.

inzichten

„Bij wetenschappelijke publicaties zien we dat de samenleving nieuwe kennis en inzichten pas na een jaar of tien oppakt”, vervolgt Vellinga. „Met een game kun je honderdduizend, misschien zelfs wel een miljoen jongeren binnen een jaar bereiken met de kennis die wij als wetenschappers nú hebben zodat we nieuwe inzichten sneller kunnen verspreiden.”

De door de VU voorgestelde klimaatgame wordt gespeeld vanuit het perspectief van de speler die zich beweegt in twee arena’s. Allereerst een wetenschappelijke arena met al zijn onzekerheden, in de ‘werkelijkheid’ vertegenwoordigd door drieduizend klimaatwetenschappers verbonden aan het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). En daarnaast een politieke arena waarbinnen regeringsvertegenwoordigers, politici, bedrijfsleven en niet-gouvernementele organisaties actief zijn.

Vellinga maakt de politieke en wetenschappelijke arena van internationale klimaatonderhandelingen al jaren van dichtbij mee. Persoonlijk was hij betrokken bij de totstandkoming van het verdrag van Kyoto en bestudeerde hij de internationale aspecten ervan. Bij de internationale onderhandelingen worden perioden van vooruitgang afgewisseld met perioden waarin de besluitvorming voor langere tijd stagneert, is zijn ervaring. „In de jaren tachtig zaten we in een periode van versnelling. In relatief korte tijd is toen veel milieubeleid ontwikkeld. Als reactie hierop hebben de grote energiebedrijven, die zich sterk bedreigd voelden, zand gestrooid in de wetenschappelijke machine door de klimaatscepsis aan te wakkeren. Op dit moment staan we aan de vooravond van een doorbraak. Australië heeft nu al zoveel onder klimaatverandering te lijden dat het land er economisch schade van ondervindt. Al Gore en Bill Clinton pakken het probleem voortvarend op en ik verwacht dat een volgende Amerikaanse president, onafhankelijk van zijn politieke signatuur, mee zal werken aan een internationaal klimaatverdrag.”

„In de klimaatgame moeten alle verschillende actoren een plaats krijgen”, vertelt Vellinga. „De speler krijgt een centrale rol, bijvoorbeeld de rol van president. Het spel wordt vanuit zijn perspectief gespeeld. We creëren ‘good guys’ en ‘bad guys’, want mensen vinden het leuk om een rol te spelen, een goede of een slechte. Er zijn altijd mensen die de wereld naar de verdoemenis willen helpen. In het spel zou de ‘bad guy’ bijvoorbeeld veel broeikasgassen uitstoten.”

complex

Zijn de processen die binnen de internationale klimaatgame spelen niet te complex om binnen een computerspel een plek te geven? Volgens Vellinga valt die complexiteit wel mee. „Het is niet zozeer het kennisniveau, maar de interactie die de complexiteit bepaalt. En dat doet de speler zelf, omdat hij belangrijke beslissingen moet nemen terwijl de tijd voortschrijdt.’’ Vellinga ziet een intensieve samenwerking voor zich met de Nederlandse gaming industrie, waar de VU nu al goede contact mee heeft. „Een game biedt bovendien het voordeel dat wetenschappelijke onzekerheden goed afgedekt kunnen worden door gebruik te maken van meerdere scenario’s. Smelt Groenland bijvoorbeeld al over driehonderd jaar? De meeste onderzoekers denken eerder aan drieduizend jaar. In een computerspel kun je die verschillende scenario’s naast elkaar laten bestaan.’’