Fuerteventura: een woestijntje in de oceaan

Wie volgende maand rustig op een strand in de zon wil, moet naar Fuerteventura, een stil Canarisch eiland, weet Renate van der Zee

Een vakantie op de Canarische Eilanden, dat roept visioenen op van hordes roodverbrande Nederlanders in cafés met oud-Hollandse kleedjes waar bitterballen worden geserveerd. Een plek waar toeristen pindakaas op hun brood eisen en nog krijgen ook. Maar toch zijn er ook Canarische Eilanden waar nergens torenhoge toeristencomplexen aan de horizon opdoemen. En waar je met de beste wil van de wereld geen bitterbal kunt krijgen. Eilanden waar nog rust, stilte en eenzaamheid heersen.

Fuerteventura, het dunst bevolkte van de zeven Canarische Eilanden, is zo’n plek. Het is een woestijnachtig gebied dat wordt doorkruist door een vulkanische bergketen en aan de kust is voorzien van prachtige witte zandstranden. Vanwege die weergaloos mooie stranden en omdat het er altijd waait, vormt het een aantrekkelijke bestemming voor surfers. Maar behalve die stranden bezit het eiland geen noemenswaardige toeristische trekpleisters, nauwelijks musea of monumenten. De bewoners worden vanwege hun gebrek aan cultuur steevast door andere Spanjaarden bespot. Hun gastronomie bestaat uit geitenkaas, geitenstoofpot en in de schil gekookte aardappels met pepersaus. En als je een reisje door het binnenland van Fuerteventura maakt, weet je het meteen: je bevindt je in the middle of nowhere.

WOEST EN LEDIG

Ooit was Fuerteventura de graanschuur van de Canarische Eilanden, maar door vulkaanuitbarstingen en aanhoudende droogte ging die landbouw teloor. Sinds de achttiende eeuw resteert slechts een woest en ledig eiland, dat zo droog is dat het water van elders moet betrekken. Het is een gebied waar meer geiten dan mensen wonen en dat diverse Spaanse dictators een uitstekende plek vonden om lastige onderdanen naar toe te verbannen. Een van die bannelingen was de Spaanse schrijver Miguel de Unamuno, die in 1924 in Fuerteventura terechtkwam omdat dictator Primo de Rivero niet gecharmeerd was van zijn politieke denkbeelden. Ver verwijderd van alles dat met cultuur te maken had, had Unamuno toch nog oog voor de kwaliteiten van Fuerteventura. ‘Dit roodachtige, door dorst gepijnigde geraamte – en toch, welk een schoonheid’, schreef hij erover.

Sterke troef van Fuerteventura is het weer. De temperatuur schommelt er tussen de 20 en de 28 graden. Hoewel het er in de wintermaanden behoorlijk wil regenen, kun je met een beetje geluk in februari op het strand liggen. En dat is in Fuerteventura geen benauwde bedoening. De stranden zijn uitgestrekt en in het noorden worden ze geflankeerd door indrukwekkende witte duinen.

ZON EN STRAND

Dankzij die mooie stranden en het goede weer bezit Fuerteventura sinds de jaren zestig een bescheiden, maar groeiende toeristenindustrie. Vooral rond het noordelijke plaatsje Corralejo en de zuidelijke plaats Jandía zijn talloze toeristencomplexen uit de grond gestampt. Maar sinds enkele jaren zijn er ook accommodaties voor wie zich aan de kudde wil onttrekken: hoteles rurales, ofwel hotels in een landelijke omgeving.

Een mooi voorbeeld is het hotel Mahoh in het dorpje Villaverde dat vier jaar geleden nog een troosteloze ruïne was, maar nu sfeervol onderdak biedt aan mensen die gesteld zijn op rust. De eigenaar is zanger en geeft je bij het vertrek een bandje mee met nummers waarin hij de liefde voor zijn eiland bezingt.

Die liefde is alleen te bevatten voor mensen die van ruige, ongerepte natuur houden. Want ongerept is Fuerteventura. En toch kun je heerlijk met een autootje over het eiland crossen, want de infrastructuur is er voortreffelijk. Een tocht over Fuerteventura voert steevast door kaal gebergte, langs windmolens van het type dat Don Quijote bevocht en eindigt bijvoorbeeld bij een verlaten vissersplaatsje waar twee restaurantjes staan en de golven wild tegen de rotsen slaan. Dat dorpje blijkt dan El Puerto de los Molinos te heten, er wonen meer eenden dan mensen, maar je kunt er nog wel een glas wijn krijgen. Ze gaan sluiten, dus de jongen achter de bar vertrekt, of je zelf straks de lege glazen even wil wegzetten, zodat de zeewind ze ’s nachts niet van de tafel blaast. Adios.

drie soorten kaas

Midden op het eiland ligt het plaatsje Betancuria, een van de weinige bezienswaardigheden. Betancuria was ooit de hoofdstad van het eiland en heeft nu 738 inwoners. Er zijn zowaar twee musea en je kunt er een geitenkaasboerderij bezoeken.

Geitenkaas uit Fuerteventura is beroemd, maar alleen in Spanje, want de variaties zijn nogal beperkt. Je hebt verse kaas, kaas die wat langer heeft gelegen en kaas die nog wat langer heeft gelegen. Om uitdroging tegen te gaan wordt de korst van de kaas ingewreven met paprikapoeder of geroosterd maismeel.

Betancuria is een heel mooi plaatsje dat paradijselijk is gelegen in een vulkaankrater begroeid met palmbomen. Een stel Duitse dames runt er een uitspanning waar ze je royaal van tapas voorzien. Zittend op hun riante terras, je overgevend aan een glas rosé, valt het niet mee te bedenken dat het echt februari is, zo warm schijnt de zon op je gezicht. Op Fuerteventura schijnt dan ook Sahara-zon. Want hoewel de Canarische Eilanden bij Spanje horen, liggen ze voor de kust van Afrika.

Voor wie kinderen heeft of per se een toeristisch uitstapje wil maken, is er een openluchtmuseum in de buurt van Tefía dat herinnert aan de tijd dat er nog graan werd verbouwd op Fuerteventura en een heel mooi dierenpark bij de zuidelijke plaats La Lajita. Neem beslist een kijkje in de indrukwekkende aanpalende cactustuin.

Fuerteventura schijnt voor botanisten sowieso een walhalla te zijn omdat er bijzondere inheemse planten groeien. De euphorbia handiensis, een cactus met fikse witte stekels, komt bijvoorbeeld alleen op dit eiland voor.

Verder naar het zuiden, bij de plaats Cofete, ligt de geheimzinnige Villa Winter, in 1946 gebouwd door de Duitse ingenieur Gustav Winter. Over dit landhuis, dat op een verdacht verlaten plek staat, doen allerlei mythes de ronde op het eiland. Het zou gebruikt zijn om nazi-kopstukken naar Zuid-Amerika te loodsen. De betegelde ruimtes die in het huis zijn aangetroffen, zouden operatiekamers zijn waar plastisch chirurgen nazi’s zouden hebben voorzien van een nieuw, onherkenbaar gezicht.

Maar Villa Winter is niet te bezichtigen en nadat je een blik hebt geworpen op het witte gebouw, ben je weer overgeleverd aan de stilte van onherbergzaam Fuerteventura. Nee, voor mensen die intensief bezig gehouden willen worden, is dit eiland beslist geen goed idee. Maar wie het heerlijk vindt een tocht te maken door een eenzaam landschap waar je hooguit een kudde geiten, en met enig geluk hun goedhartige herder, tegenkomt, is dit karaktervolle eiland een machtige bestemming.

www.mahoh.com