fiscaliteit

Volgens een topadviseur van de Hoge Raad kunnen veel meer aftrekposten worden opgevoerd dan de fiscus u voorspiegelt.

Topadviseur legt bom onder de belastingwet

In 2001 daalde het belastingtarief drastisch. Dat kon door de aftrek voor arbeidskosten te schrappen. Kosten die iemand voor zijn werk moet maken, krijgt hij vaak van zijn werkgever vergoed. Dat gebeurt dan belastingvrij. Maar diezelfde kosten worden sinds 2001 door de fiscus genegeerd als de werkgever ze niet vergoedt of als er geen werkgever is. Dan zijn de reiskosten, de gereedschappen of de advieskosten niet aftrekbaar. Op die manier worden belastingbetalers ongelijk behandeld. Het is de vraag of dat mag.

De aanleiding voor deze fundamentele vraag is de situatie van een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer die zijn congé kreeg. Hij schakelde een advocaat in om zijn werkplek terug te eisen. Dat lukte overigens niet.

Zijn tot voor de Hoge Raad gevoerde procedure kostte hem 6.000 euro. De claim van een fiscale aftrekpost voor dit bedrag bracht hem zelfs op de stoep bij de toenmalige staatssecretaris van Financiën, Wouter Bos. Die wilde van geen aftrekpost weten; zijn voorganger Willem Vermeend had niet voor niets de wet aangescherpt.

Uiteindelijk kwam ook zijn belastingzaak bij de Hoge Raad terecht. Die kan in dit geval voortborduren op het werk van een van zijn onafhankelijke topadviseurs: advocaat-generaal Cees van Ballegooijen.

Deze fiscalist heeft zich in de betrokken wetsbepalingen verdiept en komt tot de conclusie dat de wetgever in 2000 buiten zijn boekje is gegaan. Als de Hoge Raad deze mening deelt, steunt een van de pijlers van de zogenoemde belastingherziening 2001 op drijfzand.

In 2000 wilde het kabinet-Kok II de economie stimuleren door via een belastingverlaging de arbeidskosten terug te dringen. Tegelijk wilde de wetgever de complexe inkomstenbelasting vereenvoudigen. Een kaalslag die een eind moest maken aan het onrustbarend toenemende aantal conflicten over aftrekposten.

De daaruit resulterende ongelijkheid in de fiscale behandeling van de arbeidskosten was geen slordigheid van de wetgever, het negatieve gevolg is bewust op de koop toe genomen.

De rechter is er om recht te spreken, niet om de keuzen van de wetgever te corrigeren. Dat moet de kiezer maar doen. Maar een wetgever kan het ook te bont maken. Dan komt hij in conflict met onaantastbare beginselen zoals in de Grondwet en in verdragen vastgelegde plicht belastingbetalers gelijk te behandelen.

De Hoge Raad heeft in eerdere uitspraken de belastingherziening 2001 op dit punt welwillend behandeld door het gelijkheidsbeginsel opzij te zetten. Dat accepteert de Hoge Raad overigens alleen als er een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor zo’n ongelijkheid bestaat.

Een dergelijke rechtvaardiging ziet de Hoge Raad in verschillende gevallen van kleine aftrekposten zoals vakliteratuur. Dan gaat het om relatief kleine kostenposten die vaak door werkgevers worden vergoed en die voor veel conflicten tussen burger en fiscus zorgen. In dit geval ligt dat anders, zo meent Van Ballegooijen. Om te beginnen is 6.000 euro geen kleinigheid. Bovendien komt het zelden voor dat werkgevers de mogelijkheid aangrijpen ontslagen werknemers belastingvrij de kosten van een vruchteloze procedure te vergoeden.

Een derde punt is volgens Van Ballegooijen dat deze specifieke aftrekpost niet complex is en evenmin ooit tot veel fiscale geschillen aanleiding heeft gegeven. Kortom, was er in 2000 eigenlijk wel een acceptabele reden om deze aftrekpost de nek om te draaien en zo een ongelijke behandeling tussen belastingbetalers te veroorzaken? Nee dus, zo concludeert de advocaat-generaal. Wat kan de Hoge Raad met dit advies beginnen? Hij kan het straffeloos naast zich neerleggen.

Een andere mogelijkheid is dat de Hoge Raad vaststelt dat de wetsregel inderdaad niet deugt, terwijl hij anderzijds de belastingbetaler zijn aftrekpost niet toekent. De Raad geeft de regering dan nog een paar jaar de tijd om de wet weer op orde te brengen. Zulke halfslachtige rechtspraak is overigens uiterst zeldzaam.

Tenslotte kan de Raad het advies van zijn advocaat-generaal opvolgen. Zo’n beslissing heeft meteen gevolgen voor mensen die hun aangifte nog moeten invullen.

Trouwens ook voor iedereen die nog met de fiscus over zo’n aftrekpost overhoop ligt, ziet de zaak er in dat geval een stuk zonniger uit. Een domper op dit vooruitzicht is dat de beslissing van de Hoge Raad niet voor de zomer te verwachten is.

Aertjan Grotenhuis

    • Aertjan Grotenhuis