Een tekenschool vol onvolwassenen

De gemiddelde mens blijft zijn hele leven verlangen naar de onhandigheid van zijn puberteit, ziet Dana Linssen bij Terry Zwigoff

EEN NIEUWE PICASSO? Max Minghella in ‘Art School Confidential’ In this undated publicity photo released by United Artists/Sony Pictures Classics in Los Angeles May 3, 2006, actor Max Minghella stars in "Art School Confidential". In this undated publicity photo released by United Artists/Sony Pictures Classics in Los Angeles May 3, 2006, actress Anjelica Huston stars as an art history teacher in "Art School Confidential". Take heart, art house movie fans: Big bad Tom Cruise and his Hollywood thriller "Mission: Impossible III" is not the only film in theaters on Friday. Small-time director Terry Zwigoff, whose low-budget films have won fans with quirky tales about people living on the edge of mainstream America, sees his comedy "Art School Confidential" open this week too. For people interested in art -- and not just movies, but painting, drawing and sculpting -- Zwigoff's dark and humorous "Art School" offers a wry take on artistic ambition. To match feature Leisure-Zwigoff. NO SALES NO ARCHIVES REUTERS/Suzanne Hanover/United Artists/Sony Pictures Classics/Handout REUTERS

Art School Confidential (op import-dvd verkrijgbaar, Sony Pictures Home Entertainment)Film: Extra’s:

Vijftig films werden er vorig jaar minder in Nederland uitgebracht dan in 2005, terwijl de bezoekcijfers juist stegen. Dat maakte de bioscoopbranche vorige week bekend. Meer mensen naar minder films dus. Een van de films die we in de bioscoop moesten missen was bijvoorbeeld de live action-film Art School Confidential van Terry Zwigoff naar de gelijknamige strip van Daniel Clowes. Het duo was al verantwoordelijk voor Ghost World, dankzij het Filmfestival Rotterdam vijf jaar geleden een succesje in Nederland. En met Art School Confidential vervolgen ze hun tragikomische struikeltocht door de melancholische jeugdherinneringen van Clowes. Niks gemaskerde mensenredders, maar gemankeerde mensenhaters. Niks superhelden, maar antihelden.

Art School Confidential (strip en film) is losjes gebaseerd op Clowes’ eigen kunstacademiejaren. Alter-ego (of droompersona) Jerome komt de schoolmuren binnen met een map met tekeningen waar talent en zelfvertrouwen vanaf spatten: „Ik wil de volgende Picasso zijn”, beweert hij dan ook. Waarschijnlijk gaat de rest van de film er simpelweg over dat hij – if anything – níet de nieuwe Picasso zal worden. Maar ondertussen hebben Clowes en Zwigoff de handen vrij om een inkijkje te geven in de geest van onzekere adolescenten met artistieke pretenties, zowel de culturele domheid van de gemiddelde Amerikaan als het intellectuele snobisme van de happy few pootje te lichten en net zoals in Ghost World sluitend bewijs te leveren voor de stelling dat de gemiddelde mens zijn hele volwassen leven lang blijft verlangen naar z’n zeventienjarige onhandigheid. Want ondanks dat de wereld toen groot en boos was, de mens onbegrijpelijk en het eigen lichaam een obstakel, was alles toch ook wel fijn overzichtelijk toen.

Dat bozige, over het verlies van die onschuld, en dan met weemoed kenmerkt ook Art School Confidential. Eigenlijk is de film verder vooral een portrettengalerij van volwassen onvolkomen rolmodellen: John Malkovich als egocentrische tekenleraar die onder schooltijd door z’n mobieltje een tentoonstelling voor zijn eigen werk probeert te regelen („Ik teken driehoeken”). Anjelica Huston in haar lessen kunstgeschiedenis: „Die dode witte mannen waar jullie zo op afgeven, zijn wel kunstenaars die hun beste werk maakten toen ze nog in leven waren.”. Horecabaas Steve Buscemi die de muren van zijn café als expositieruimte aan de studenten aanbiedt. En dan ieders angst: Jim Broadbent als de verlopen kunstenaar, ooit misschien de nieuwe Picasso, maar nu wanhopig het verlies van zijn hoop en dromen met alcohol verdovend, zich verschuilend achter in lyrisch-cynische oneliners.

Het is dat Art School Confidential een high school – pardon art school – film is en er daarom nog een zot plotje over een seriemoordenaar in moest. Want anders is hij natuurlijk weer het beste bewijs dat het leven de kunst imiteert (of was het toch andersom?). Of is het beter van plagiaat – een ander subplotje in de film – te spreken?