Echte mannen vissen

Loopbaan of gezin? Voor deze keuze zien veel werkende moeders zich geplaatst, zo bleek uit ‘Liever Moeder’ in het Zaterdags Bijvoegsel van vorige week. Het artikel leidde tot een stroom brieven, waarvan wij een selectie publiceren. „De autochtone pasja wordt door zijn druk redderende vrouw heerlijk ontzien.”

Vader van drie kinderen Hengelo Nederland, Amsterdam, 26 oktober 2006 Haarlemmerdijk, Centrum Jonge hippe vader op skeelers / rolschaatsen met zoon en kinderwagen. Foto: Thomas Schlijper Thomas Schlijper/Hollandse Hoogte

1

Waarom komen er in het stuk Liever Moeder in het Zaterdags Bijvoegsel van 13 januari geen mannen aan het woord? En waarom zijn er alleen voorbeelden van vrouwen die de combinatie werk en zorg te zwaar vonden met een man die fulltime werkt? En dan zo’n schoonmoeder zie zegt dat je alleen maar spijt kan krijgen van te weinig tijd met je kinderen besteden; wat een onzin! Waarom ontbreekt schoonpapa die wellicht spijt heeft dat hij ’s middags nooit de schoolverhalen uit de eerste hand kon horen bij een kopje thee? Al met al zijn dit zeker geen voorbeelden van vrijwillig moederen, al hebben deze vrouwen er misschien in tweede instantie wel zelf voor gekozen. Het lijkt mij zeer aannemelijk dat zij met een meer geëmancipeerde partner een andere keus gemaakt zouden hebben.

Ik weet uit eigen ervaring dat de zorg voor drie kinderen samen met twee banen van 32 uur per week goed te combineren valt. Met een geëmancipeerde man is het voor een vrouw niet moeilijk de emancipatie in praktijk te brengen. De kinderen gaan dan 3 dagen naar de crèche, als vader heb je de kans je kinderen ook zonder moeder mee te maken, je vrouw heeft nog eens wat melden bij het avondeten (gewoon om 18.30 gezellig met zijn allen aan tafel), prima te doen dus. Kinderopvang is helemaal niet duur (we betalen nog geen 25 procent van de werkelijke kosten en als je minder verdient betaal je nog minder), zeker niet als je kijkt naar wat je kinderen ervoor krijgen. Met andere woorden, alle voorwaarden zijn er om de emancipatie te laten slagen. Mensen, mannen én vrouwen, moeten het alleen wel willen en doen.

Jop Lopes CardozoVader van drie kinderenHengelo

2

Wil de emancipatie voor vrouwen een succes worden, dan zijn hier twee partijen voor nodig: de vrouw én de man. Als een van beiden geen trek heeft in de combinatie werk én zorg, zullen alle mooie plannen gedoemd zijn te mislukken. Willemijn van der Laan toont zich in het artikel een jammerlijk voorbeeld van de voortsukkelende vrouwenemancipatie. Want ja, als de vrouwen zelf al niet willen werken, maar willen blijven zorgen voor het kind („ik kon R. nooit naar de crèche brengen, dat moest mijn man allemaal doen, wat niet de bedoeling was geweest (!)”) en de discussie hierover niet aandurven, dan kunnen we beter massaal het schort weer ombinden, full-time wel te verstaan.

Je zou bijna medelijden met die arme echtgenoot krijgen die „liever wat meer tijd voor zichzelf heeft”. De autochtone pasja wordt door zijn druk redderende vrouw heerlijk ontzien. In feite is deze vrouw net zo ongeëmancipeerd als haar voorgangsters zo’n veertig tot vijftig jaar geleden, alleen wordt het nu – heel slim, mevrouw Brinkgreve – in een emancipatoir jasje gestoken.

Dames, laten we onszelf niet voor de gek houden en laten we de discussie aangaan met meneer en niet meer zo tuttig om die kinderen heen darren alsjeblieft. Die worden ook heel gelukkig als ze vijf dagen per week in een crèche mogen verblijven en als professionele mensen de was doen als moeder en vader naar hun goed betaalde banen gaan. Of willen we achter de jarenvijftighallucinatie van mevrouw Brinkgreve blijven aanhollen?

Heleen Mees: go, go, go girl!

Moni EngelAmsterdam

3

Als dochter van de tweede feministische golf heb ik in de loop van mijn mensenleven – ik ben 36 – geleerd natuurdocumentaires op een bepaalde manier te beoordelen. Met name leeuwen moeten het bij mij en mijn vriendinnen ontgelden. Het zijn luie pasja’s die weinig meer doen dan geeuwen, slapen en eten. Het opvoeden van hun kroost laten ze aan de leeuwinnen over en ook het verdienen van de kost is bij de koninklijke familie van het dierenrijk een vrouwenaangelegenheid.

Mijn man bleek heel anders tegen die luie leeuwen en die afgetrainde leeuwinnen aan te kijken. „Waarom zou die leeuw van zijn kont komen als die wijfjes zo graag alles doen?”, zei hij na het aanhoren van mijn scheldkanonnade.

Blijkens het artikel ‘Liever Moeder’ in het Zaterdags Bijvoegsel van 13/14 januari is er in Nederland een feministische discussie gaande tussen dogmatici en realisten. De dogmatici (psycholoog en filosoof Kees Kraaijeveld, de publicisten Jolande Withuis en Heleen Mees en het old-girls network van Opzij) vinden dat de stagnerende emancipatie in Nederland met alle middelen weer op gang moet worden getrokken. Nauwelijks 40 procent van de Nederlandse vrouwen is namelijk economisch zelfstandig en in hoge functies zijn vrouwen schandalig ondervertegenwoordigd. Dat moet anders.

De realisten (onder wie de renegate feministe van het eerste uur Christien Brinkgreve) hebben de mensenmaatschappij in Nederland mede dankzij het feminisme zien veranderen in een leeuwenroedel. De dubbele shifts putten de werkende Nederlandse vrouw uit, met burn-out en arbeidsongeschiktheid tot gevolg. De Hollandse leeuwinnen zijn overbelast geraakt, terwijl hun mannen het zorgverlof opnemen om te gaan vissen.

Dat komt ervan, zou een onpartijdige lezer kunnen denken, als je de culturele en psychologische aspecten van je eigen revolte niet onder ogen ziet. Het feminisme heeft zich voornamelijk gericht op een economische ommekeer en dat was een veel te beperkte aanpak.

In mijn vriendinnenkring vallen de slachtoffers. Jonge, goed opgeleide vrouwen die zijn opgegroeid met de Opzij hebben goeddeels partners die aanzienlijk meer vaderen en moederen dan de babyboomers van wie ze afstammen. En toch sloven die meiden zich kapot. Ze voelen zich overal onmisbaar, kunnen hun perfectionisme niet verdringen en lijden voortdurend aan een ondraaglijk schuldgevoel. Ze komen te laat uit hun werk, maar nemen thuis manlief wel meteen de pollepel uit handen.

Welk beeld houden hun kinderen daaraan over? In eerste instantie toch dat mannen hooguit stand-in-moeders zijn. Echte zorg en goed huishouden kunnen alleen moeders. En in tweede instantie zien ze moeder chagrijnig worden en instorten. Ach ja, na de eerste feministische golf (die duurde tot circa 1920) was mama arbeidsongeschikt omdat ze was getrouwd, na de tweede feministische golf (grofweg 1967-1980) is ze het doordat ze twee kinderen heeft. Tel uit je winst. Het werkzame vrouwenleven is een paar jaar langer geworden, ten koste van onnoemelijk veel pijn en frustratie.

De dogmatisch feministen gaan rücksichtslos voorbij aan deze bijwerkingen van hun ideologie. Met oogkleppen op blijven ze vrouwen meedogenloos de doodlopende straat van de dubbele taken in sturen. Feminisme voor alles!

Het fundamentalistische feminisme is niet meer van deze tijd. Dat bewijst bijvoorbeeld Kraaijeveld door koste wat het kost vrouwen naar de arbeidsmarkt te jagen. Desnoods moet een gezin maar kleiner/goedkoper gaan wonen als dat de werk- en zorgtaken beter over man en vrouw verdeelt. Dan komt het de ‘verdiencapaciteit’ van de vrouw immers ten goede. Dat klinkt toch wel verdacht religieus: werk harder en leef soberder met een schitterend hiernamaals als beloning. Zelfs economisch gezien deugt het argument niet, want in een land van renteniers waar de huizenprijzen zo hard stijgen dat er nauwelijks tegenop valt te werken, daalt de vermogenspositie van je gezin fors als je goedkoper gaat wonen. Het is de vraag of een verdiencapaciteit dat compenseert.

Wie de cijfers op een rijtje legt, ziet dat de arbeidsparticipatie van Nederlandse vrouwen internationaal beschouwd laag is. Dat duiden de dogmatisch feministen als een achterstand, maar zonder factoren als welstand, geluk en gezondheid mee te wegen. In de meeste landen werken vrouwen overigens niet uit vrije verkiezing of om zich te ontplooien, maar domweg uit noodzaak. Dat heet onvrijheid en die kennen wij niet in die zin. We moeten onze luxepositie niet als armoe bestempelen.

Laten we in vredesnaam in Nederland ook niet verzanden in een Feministische Golfoorlog. Feminisme is niet heilig. Werk is niet heilig. En geen van beide maakt per definitie gelukkig. Laten we liever zoeken naar werkbare en leefbare definities van geluk en welzijn, in welke vorm dan ook. Dat is namelijk waar we in de geïndividualiseerde samenleving grote behoefte aan hebben, niet aan een versteende opvatting over gelijke taakverdeling.

In de huidige situatie worden jonge vrouwen maatschappelijk gechanteerd. Werk betekent economische zelfstandigheid en vormt daarmee dé bescherming tegen het bijstandsmoederschap dat voorbij de 45 dreigt. Ziedaar het dilemma waartoe de tweede feministische golf heeft geleid: nu het burn-outgevaar van de dubbele shifts voor lief nemen om straks de bijstand niet in te hoeven.

Is dat nou vrijheid?

Vrouwen die werk verkiezen boven kinderen mogen we uiteraard geen strobreed in de weg leggen – dat doen we ook niet, toch? Mannen en vrouwen die gezin en carrière willen combineren staan afdoende middelen ter beschikking, mits ze bereid zijn keuzes te maken. Zo zal de leeuwin moeten leren het uitruimen van de vaatwasser aan de leeuw over te laten, wil ze niet overjaagd raken.

Maar laten we in Aletta-Jacobsnaam geen dogma maken van gelijke verdeling van arbeid. In een wereld waarin iedereen vervroegd wil uittreden is dat ongeloofwaardig. En laten we ook maar niet streven naar de stompzinnige symboliek van een vrouwelijke premier: MP Rita Verdonk als pyrrusoverwinning van het Nederlandse feminisme.

Liever gelijke beloning; dat is tastbaar, reëel en nastrevenswaardig. En zoek een alternatieve oplossing voor die economische zelfstandigheid, maar laten we vooral prioriteit geven aan evenredige verdeling van geluk. Dat is belangrijk dan een dictatoriaal feminisme.

Tess FrankeFlorida, VS

4

Waar ik zo moe van wordt in de stukken als ‘Liever moeder’, is dat altijd dezelfde doelgroep aan het woord is. De dames hebben gestudeerd en zijn meestal dokter. Ook hun partners behoren tot het wat hogere segment en komen in het stukje helaas niet aan het woord. Over wat goed is voor de kinderen lees ik niets.

Wat mankeert er trouwens aan het anderhalfverdieners-model met de man of vrouw in een halve baan, er is in het leven toch meer dan alleen maar werken? En er moet nu eenmaal thuis ook een hoop gedaan worden als je een gezin hebt en niet overspannen wil raken. Ik onderschrijf van harte wat Beatrijs Smulders zegt: dat vrouwen gek gemaakt worden onder het mom van emancipatie en dat er van keuzevrijheid bijna geen sprake meer kan zijn. Vrouwen die in een topbaan willen werken, kunnen beter geen moeder worden, omdat ze daar domweg geen tijd voor hebben. Dat is beter voor het kind en beter voor de vrouw. In het leven moet je nu eenmaal keuzes maken.

Caroline KuiperHaarlem

5

Met stijgende verbazing las ik in het artikel ‘Liever Moeder’ over de reacties van vooral een aantal vrouwen. In 1988 ben ik getrouwd, waarna ik binnen dat huwelijk drie zoons heb gekregen. Tot de geboorte van mijn oudste heb ik altijd fulltime gewerkt, maar met het uitgangspunt dat ik zou stoppen met werken als er kinderen kwamen. Naar dat vooruitzicht keek ik zelfs vol verwachting. Het leek me heerlijk om alleen maar thuis te ‘keutelen’ met mijn kinderen.

Maar toen de oudste naar de peuterschool ging, heb ik mij heel snel laten strikken om daar allerlei activiteiten te ondernemen. Invallen in het klasje van mijn zoon als er een juf ziek was, maar ook zitting in de activiteitencommissie en daarmee het organiseren van allerlei dingen voor de school. Toen zoon nummer twee naar school ging had ik inmiddels al verschillende vrijwilligersbaantjes die mij van mijn voornaamste taak (!) – het huishouden – hielden. Blijkbaar kroop het bloed toch waar het niet gaan kon.

Inmiddels ben ik sinds eind 2003 gescheiden. Ondanks dat ik er door de kinderen tien jaar tussenuit ben geweest, kostte het mij weinig moeite een baan te vinden (ik had een secretaresse-opleiding gevolgd en gelukkig is daar altijd behoefte aan). Inmiddels werk ik dus alweer drie jaar nagenoeg fulltime (30 uur per week: met drie kinderen van 14, 12 en 10 jaar is meer niet mogelijk). En ik vind het heerlijk zelfstandig en zelfredzaam te zijn. Ik tel mijn zegeningen waarschijnlijk extra omdat ik werkzaam ben bij de Sociale Dienst en daar dus goed kan zien hoe moeilijk het is voor alleenstaande moeders met een uitkering. Aan de andere kant kan ik ook bevestigen dat het die vrouwen een enorme kick geeft als ze uiteindelijk een baan vinden, ook al stijgt hun inkomen daardoor niet veel boven hun eerdere uitkering. Alleen al het idee dat ze zelf hun geld verdienen en niet meer hun hand hoeven ophouden zorgt daar al voor.

Mocht ik ooit weer een relatie aangaan, dan zal ik zeker blijven werken. Naast het enorme zelfvertrouwen dat ik uit de waardering voor wat ik doe krijg, het inkomen dat ik zelf bij elkaar weet te krijgen, is er nog het contact met collega’s dat ik nooit meer zou willen missen.

Caroline JansWezep

6

Waar gaat het allemaal om bij emancipatie? (‘Liever Moeder’, Zaterdags Bijvoegsel, 13/14 januari) Kiezen voor kinderen betekent voor mij in eerste aanleg kiezen voor een zorg-/werksituatie die vooral in het belang van het kind te verantwoorden is.

Mijn hart huilt als ik lees over alle opvangsituaties voor kinderen. Crèches met extra lange openingstijden en voor- en naschoolse opvangmogelijkheden. Kinderen maken vaak al vanaf hun babytijd bijna fulltime ‘werkweken’. ’s Ochtends vroeg wakker moeten worden en ’s avonds vaak laat eten terwijl ze vaak al veel te moe zijn van zo’n hele dag van heel veel indrukken. Vervolgens in de weekeinden volgepropte programma’s omdat daar door de week geen tijd voor is geweest. En dat terwijl er mijns inziens in deze tijd ook nog heel veel hoogsensitieve kinderen zijn voor wie dit weekprogramma vaak een ramp is.

‘Rust en Regelmaat’ is een vaak gebruikte uitdrukking door oudere generaties ten aanzien van het laten opgroeien van evenwichtige kinderen. Daar komt vaak niets meer van. In de toekomst en nu al zal het duidelijk te merken zijn aan de jongere generatie. Nog even wachten en kinderen zullen al op de basisschool burn-outsymptomen vertonen. Ik vind het niet verwonderlijk. Wees nou eerlijk: welk kind zou vooraf kiezen om te leven in zo’n doordraaiende wereld?

Liliane Nederpelt, Eindhoven

7

Ik was aangenaam verrast dat in het artikel ‘Liever moeder’ in het Zaterdags Bijvoegsel van 13 januari eindelijk eens de stelling werd verdedigd dat vrouwenemancipatie bovenal bestaat in keuzevrijheid. Ik heb mij altijd geërgerd aan feministes voor wie emancipatie gelijkstaat aan de plicht om een maatschappelijke carrière op te bouwen.

Ik ben het er volkomen mee eens dat vrouwen niet verplicht moeten worden om thuis voor de kinderen te zorgen. De strijd die is geleverd om die traditionele rolverdeling te doorbreken, verdient groot respect en heeft alle vrouwen van nu grote vrijheid opgeleverd. Vrijheid om als moeder buitenshuis te werken, maar toch hopelijk ook de vrijheid om, als een vrouw dat zelf liever wil, prioriteit te geven aan de opvoeding van de kinderen. Waarom mag dat niet worden beschouwd als een verantwoorde, waardevolle levensinvulling? Emancipatie dreigt dan te ontaarden in een ideologie die anderen oplegt wat zij belangrijk horen te vinden. Daar wilden we toch juist vanaf?

Pauline de DieAmsterdam

8

Net als de meeste artikelen over dit onderwerp wordt ook ‘Liever Moeder’ in het Zaterdags Bijvoegsel van 13/14 januari door kortzichtigheid gekenmerkt. Het richt zich alleen op de werkende vrouw met kinderen in de crècheleeftijd. Ik mis het langere perspectief.

Een werkend vrouwenleven beslaat in mijn optiek dertig tot veertig jaar (ook volgens de laatste politieke plannen). De tijd van het ‘werkende moeder zijn’ omvat twaalf tot vijftien jaar. Resteert nog vijftien tot achtentwintig jaar van werkzaam leven, waarin desgewenst en zonder grote belemmeringen van kinderen voltijd of tot de mate van economische zelfstandigheid kan worden gewerkt! Eerder was dit model bekend onder de naam driefasenmodel.

Natuurlijk weet ik dat de maatschappij bij sollicitaties niet de voorkeur geeft aan oudere vrouwen. Maar als een vrouw in de moederfase heeft doorgewerkt op haar niveau, maakt ze aanmerkelijk meer kans om haar werkkring weer uit te breiden. Laten we daarom de parttime werkende moeders koesteren en waarderen, als de kinderen ouder zijn kan klein parttime weer groot parttime of fulltime worden.

Laten we ook blij zijn met iedere hoog opgeleide vrouw die nog durft kinderen te krijgen, en maak het haar niet onnodig zwaar door parttime werken belachelijk te maken, want het blijft een prestatie om werkende moeder te zijn!

Bettina HermelinkAmersfoort