De vrouw: de harde feiten

1. De levensverwachting bij geboorte in Nederland was in 2003 voor vrouwen 80,9 jaar. Naar verwachting zal hun levensverwachting in de periode 2004-2050 toenemen tot 82,6 jaar.

2. Een vrouw is gemiddeld 1,67 meter. Dit is 13 centimeter kleiner dan de gemiddelde man. Zij weegt gemiddeld twaalf kilo minder dan de man. Ongeveer vijfentwintig procent van het lichaamsgewicht van de vrouw is vetweefsel. De vrouw heeft gemiddeld dertig procent spierweefsel.

3. De hersenen van de gemiddelde vrouw zijn kleiner dan die van de gemiddelde man. Echter, er zijn aanwijzingen dat bepaalde gebieden bij vrouwen juist groter zijn dan bij mannen, bijvoorbeeld gebieden die een rol spelen bij taalvaardigheden.

4. Ondanks dat mannen en vrouwen vergelijkbare algemene cognitieve vaardigheden hebben, scoren vrouwen beter op testen voor bijvoorbeeld verbale vaardigheden en zijn zij beter in woorden leren en onthouden.

5. Vrouwen zijn gemiddeld beter in het gebruik van een routebeschrijving waar veel herkenbare punten (zogenaamde ‘landmarks’) op staan. Vrouwen hebben gemiddeld ook een beter geheugen voor (locatie van) objecten. (Weet ze daarom zo snel waar jij je sleutels hebt neergelegd?)

6. Gemiddeld zijn vrouwen zijn beter in de fijne motoriek. (Kunnen ze daarom zo netjes en vooral leesbaar schrijven?)

7. Vrouwen scoren gemiddeld beter op taken die sociale vaardigheden testen, ze hebben een beter ontwikkeld empathisch vermogen en kunnen beter de emotionele expressie van anderen herkennen.

8. Vrouwen hebben meer kans op bepaalde psychiatrische stoornissen zoals uni-polaire depressie, paniekstoornissen, fobieën, en eetstoornissen.

9. Meisjes spelen beter samen, zijn beter in het delen van hun speelgoed en kunnen beter op hun beurt wachten. Ook overleggen ze meer. Als meisjes mogen kiezen, kiezen ze vaker voor creatieve bezigheden zoals tekenen en schilderen.

10. Bij een vrouw komt iedere maand één eicel tot rijping.