De stelling van Gerrit Zalm: Dit kabinet was het meest hervormingsgezinde sinds 1806

Gerrit Zalm sluit zijn derde ambtsperiode af met verloren verkiezingen voor de VVD. De prijs voor de vroegtijdige val van het kabinet is een conservatief-links kabinet, zegt hij tegen Roel Janssen.

Gerrit Zalm VVD is demissionair minister van Financiën en vicepremier. Foto Roel Rozenburg Den Haag:17.1.7 Minister Zalm. © foto/Roel Rozenburg handen vouwen Rozenburg, Roel

U heeft in recordtijd de begroting op orde gebracht en anderen plukken daar nu de vruchten van.

„Iedereen moet zijn eigen verantwoordelijkheid nemen. Ik laat het goed achter en daar heb ik een prettig gevoel bij. En ik hoop dat anderen het overschot zullen continueren en niet gaan verjubelen.”

Maar u en uw partij hebben daar niet de credits voor gekregen en staan buiten spel als straks het geld uitgedeeld wordt.

„Dat is wel enigszins wrang, ja.”

Bent u daar treurig over?

„De verkiezingsuitslag was voor ons natuurlijk teleurstellend. Wij hebben de afgelopen jaren heel veel veranderingen ingezet waarvan de Nederlandse economie op de langere termijn profiteert. Het gaat nu economisch weer goed en dat leidt tot de reactie: nu even geen gedoe.”

En dan gaan uw politieke concurrenten er met de buit vandoor.

„Het is natuurlijk niet zo dat volgend jaar de economie instort omdat er een linksig kabinet komt. Maar als het vier jaar stilstand wordt en inkomenstoeslagen worden opgetuigd, zoals het CDA en de PvdA willen, dan zal dat de Nederlandse economie geen goed doen.”

Vanuit uw gezichtspunt moet het een ramp zijn geweest dat het kabinet afgelopen zomer is gevallen en daarna van de ene crisis in de andere is gestrompeld.

„Ja, dat maakt je niet populair.”

Het kostte de VVD haar regeringsdeelname en de coalitie haar meerderheid.

„Waarschijnlijk, ja.”

En belangrijke dossiers zijn door de val van het kabinet niet doorgegaan.

„Dat is waar, maar ik kijk ook naar de zegeningen. Belangrijke onderwerpen zijn vorig jaar wél doorgegaan, zoals de herziening van de vennootschapsbelasting. Dat is een verbetering van de fiscale concurrentiepositie van Nederland waar veel landen jaloers op zijn. Dus dat is ‘binnen’. Maar de ontslagwetgeving is blijven liggen, de privatisering van Schiphol is blijven liggen. Dat is jammer.”

Wie treft hiervoor de grootste schuld?

„De val van het kabinet was de schuld van D66. Ik vond het volkomen onterecht. Als de minister (Verdonk, red.) uiteindelijk doet wat je wilt, dan laat je het kabinet niet vallen. Het ging toen om die verklaring (over het Nederlanderschap van Ayaan Hirsi Ali, red.). Ik weet hoe dat gegaan is. De verklaring was geen dictaat, er kon in gewijzigd worden, ook door de advocaten. Maar men had weinig behoefte aan wijzigingen. Men vond het goed. En dan moet je daar later niet op terugkomen.”

Wist men dat bij D66 niet in te schatten?

„Blijkbaar zocht men een stok om de hond te slaan.”

Dat is wel een heel kostbare stok geworden.

„Ja, en niet alleen voor D66, maar voor alle partijen in het kabinet.”

Kunt u ramen hoeveel deze kabinetscrisis de Nederlandse economie heeft gekost?

„Dat is niet te zeggen. Het hangt er ook van af wat het nieuwe kabinet gaat doen.”

Maar het perspectief om de kiezers na vier jaar te laten zien wat je als coalitie bereikt hebt en daar electoraal voor beloond te worden, is getorpedeerd.

„Dat klopt. Het effect van het beleid op de inkomens van 2007 was bij de verkiezingen bijvoorbeeld nog niet zichtbaar, terwijl dat wel gunstig is. Ja, dat is jammer.”

Het lijkt mij moeilijk om dat te accepteren.

„Ach, je bent als politicus afhankelijk van het electoraat. Je ziet dat partijen ter linker- en rechterzijde die een behoudende toon aansloegen bij de verkiezingen, hebben gescoord. Maar de suggestie ‘Nederland is af’ is geen goede benadering. Nederland is helemaal niet af en de internationale omgeving verandert. Hier geldt: ‘als je niet beweegt dan ga je achteruit’.”

Wat moet er volgens u de komende jaren gebeuren?

„We dreigen weer in een overspannen arbeidsmarkt terecht te komen. Dus je moet als nieuw kabinet snel maatregelen nemen om het arbeidsaanbod te verruimen. Dan moet je iets aan het ontslagrecht doen, verder gaan met de hervorming van de WW. Maar ik ben bang dat die zaken blijven liggen. Terwijl je dat nu kunt doen zonder dat je mensen gelijk het gevoel geeft dat ze er last van hebben. De arbeidsmarkt is ijzersterk. Voor je het weet komen we weer terecht in een situatie dat loonstijgingen de concurrentiepositie uithollen en dan begin het weer opnieuw.”

De politieke winst van het kabinetsbeleid is niet naar de VVD gegaan, maar naar het CDA. Dat heeft Balkenende knap gedaan.

„Balkenende heeft natuurlijk niet gewonnen. Maar zijn verlies bleef beperkt en hij bleef de grootste. Hij was ‘het gezicht van het kabinet’, hij was de enige lijsttrekker die persoonlijk iets met het succes te maken had. Door een samenloop van omstandigheden hadden wij een vrij jonge lijsttrekker die niet kon zeggen ‘dit kabinetsbeleid is dank zij mij tot stand gekomen’. Dus dat was lastig voor Rutte.”

Daar kwam bij dat de VVD niet bepaald een toonbeeld van eendrachtigheid was.

„Nee, dat was een andere handicap. De geur van verdeeldheid rond de partij was ook niet goed.”

Heeft u gedacht over een andere partij?

„Nee. Ik had meer het idee dat het tijd is om na twaalf jaar de politiek te verlaten dan om een nieuwe politieke beweging te beginnen.”

De erfenis van Zalm is de zalmnorm. Hoe denkt u dat het nieuwe kabinet met uw spelregels voor de begroting zal omgaan?

„Wat men afspreekt zal ik op twee punten beoordelen: blijft de scheiding tussen inkomsten en uitgaven gehandhaafd en komen de mee- en tegenvallers bij de inkomsten volledig voor rekening van het begrotingssaldo of niet.”

En als men dat allemaal loslaat?

„Met mijn systeem maak je één keer per jaar een begroting. Dat werkt plezierig, het geeft rust binnen het kabinet. Als je dat loslaat, heb je voortdurend debatten over wat je mag uitgeven en wat niet. Dan krijg je een instabiel kabinet. Het is voor de economie ook slecht omdat de voorspelbaarheid van het begrotingsbeleid afneemt.”

Moet het volgende kabinet vastleggen dat aan het einde van de kabinetsperiode een overschot van zoveel procent is?

„Men moet afspraken maken waar men wil eindigen. Een tijdpad is minder interessant, want je komt toch altijd ergens anders uit, vooral vanwege de onzekerheden aan de inkomenskant. Bij de aanvang van het kabinet-Balkenende dachten we bijvoorbeeld om uit te komen op een tekort van 0,6 procent en het is een overschot van 0,6 procent geworden.”

De schatkist stroomt over en u geeft de nieuwe coalitiepartijen de sleutel.

„Ja. Ze boffen, hè?”

Verandert iedere politicus, wie het ook is en van wat voor partij hij ook komt, zodra hij dit ministerie betreedt, niet in een zuinige minister van Financiën?

„Wie hier ook minister wordt, hij of zij zal zijn best doen om de zaak netjes te houden. Het hangt ook af van het regeerakkoord. De rol van Financiën is sterk op het gebied van begrotingsbeleid, maar als er geen hervormingsbeleid wordt gevoerd, wat minstens zo belangrijk is, dan wordt het moeilijker om de schatkist goed te beheren.”

Hervormingsbeleid is uit, constateert u zelf.

„Het geldt niet op alle terreinen. De vermindering van administratieve lasten bevindt zich in een opgaande fase. In de Europese Unie wordt dat breed gedragen. In Nederland kreeg ik er steun voor van de PvdA en ik zie het nieuwe kabinet op dit punt doorgaan. Ik hoop wel dat de taakverdeling beter wordt geregeld. Het moet in één hand komen, bij voorkeur op Financiën.”

Maar op andere terreinen is het streven naar marktwerking voorbij.

„Ik merkte dat het moeilijker werd. Bijvoorbeeld bij Connexxion. Er bestond het gevoel dat het fijn was een staatsbusmaatschappij te houden. Bij Schiphol hebben we het ook gezien: zelfs een minderheidsprivatisering lag moeilijk, terwijl luchthavens in landen om ons heen allemaal geprivatiseerd zijn.”

Heeft u er een verklaring voor?

„We hadden in de jaren zeventig het idee dat de overheid alles kon. Dat bleek niet het geval en toen hebben we ingezet op de markt. Dat bleek ook niet allemaal even prettig. Dan wordt de overheid weer van alles toegedicht en komt die weer prominent op. Het is een slingerbeweging. Het slingert straks wel weer de andere kant op.”

Nu vindt het politieke sentiment dat de markt harteloos is.

„Als je ziet over welke sectoren het meest geklaagd wordt, dan zijn dat vooral activiteiten die volledig in overheidshanden zijn. De kinderbescherming, de veiligheid, het onderwijs – allemaal 100 procent overheidsvoorzieningen.”

En toch verwachten de burgers het meest van de overheid. Waarom heeft een liberale partij die illusie dan niet doorgeprikt?

„Ja, het is wel ons thema. We hebben dat niet goed gedaan. Dat moet je op grond van de verkiezingsuitslag vaststellen.”

Toen de uitslagen bekend werden op de avond van 22 november kwam de interessantste opmerking van Jan Marijnissen. Hij zei: de socialisten zijn groter dan de liberalen.

„Ja.”

Het is een ideologische en politieke omslag van jewelste.

„Ja. Ja. Ja. Er zijn specifieke omstandigheden waardoor we een slechte uitslag hebben geboekt. En links is als geheel niet zoveel opgeschoven, de PvdA en SP zijn een beetje communicerende vaten.”

Feit is dat de liberalen de vierde partij zijn en de socialisten van de SP groter zijn. Dat moet de VVD te denken geven.

„Het is een treurige zaak en hopelijk van tijdelijke aard.”

Ik denk dat de SP beter heeft aangevoeld wat in Nederland leeft dan de VVD.

„Ja. En ze zijn niet bestreden, dat is een les voor de volgende keer. Vanuit de VVD was dat niet zo vreemd, omdat ze met ons niet zo concurreren. Maar de PvdA heeft geen vinger uitgestoken naar de SP onder het motto ‘die kiezers komen toch wel naar ons’. En dat is niet gebeurd. Het zal voor de PvdA een les zijn.”

Is het ook een les dat het liberalisme, als het in Nederland geen irrelevante factor wil worden, veel harder aan de weg moet timmeren?

„Daar is een oppositieperiode heel gezond voor. Als je 12 jaar continu in het kabinet zit, word je geïdentificeerd met alles wat misgaat en je hebt compromissen gesloten die je moet verdedigen. Het zuivere geluid is beter vanuit de oppositie te geven. Voor het land is het niet goed, maar oppositie is voor de VVD geen slechte zaak.”

We zijn getuige van de terugkeer van de christelijke politiek. Je kunt ook de terugkeer van het socialisme en de teloorgang van het liberalisme vaststellen. Is er sprake van een ideologische verschuiving, vergelijkbaar met die aan het begin van de 20ste eeuw, toen de liberalen in Europa gedurende decennia aan de kant werden geschoven?

„Nee, dat zie ik niet. De oppositionele krachten hebben nu gewonnen, maar dat kan bij de volgende verkiezingen weer de andere kant op gaan. Er is geen trendbreuk die het liberalisme heeft uitgeschakeld. In Duitsland hebben de liberalen het goed gedaan, in Zweden zijn de sociaal-democraten verslagen. Dus het is meer een beweging tegen de zittende machthebbers dan dat je kunt zeggen dat in heel Europa links oprukt en het liberalisme systematisch terugloopt.”

U heeft deel uitgemaakt van een links-liberaal kabinet en een christelijk-conservatief kabinet. Met welke samenstelling heeft u de beste ervaringen gehad?

„Op mijn terrein was het kabinet-Balkenende veruit het meest bevredigend. Ik heb geen slechte herinneringen aan de paarse kabinetten, maar de omvang van de hervormingen was bij dit kabinet veel groter. Op het gebied van sociale zekerheid, pensioenstelsel en gezondheidszorg is echt werk gemaakt van hervormingen. Mét het CDA en tegen de conservatieve krachten van de SP en de PvdA in. Als je alles op een rij zet heeft dit kabinet veruit de meeste grote hervormingen gedaan sinds 1806.”

1806!

„Dat was het jaar waarin het ministerie van Financiën ontstond en daarvoor hadden we in Nederland nog geen kabinet.”

Dan moet je toch verwachten dat als het kabinet de kans had gehad een jaar langer te regeren, de kiezers positiever waren geweest over het beleid.

„Ik vermoed dat we meer kansen hadden gehad als we langer hadden gezeten.”

Dus wat is de prijs van de kabinetscrisis van afgelopen zomer geweest?

„Waarschijnlijk dat de coalitiepartijen er slechter uit zijn gekomen dan anders het geval was geweest. Dat geldt voor D66, maar ook voor onszelf en wellicht ook voor het CDA. Het zorgt nu voor een conservatief links kabinet. Dat is de prijs die we betaald hebben.”