De man: de harde feiten

1. De levensverwachting bij geboorte in Nederland was in 2003 voor mannen 76,2 jaar. Naar verwachting zal hun levensverwachting in de periode tot 2050 toenemen tot 79,6 jaar.

2. Een man is met een gemiddelde lengte van 1,80 meter 13 centimeter groter dan de gemiddelde vrouw. Hij is gemiddeld twaalf kilo zwaarder. Van het lichaamsgewicht van de man is ongeveer vijftien procent vetweefsel. De man heeft gemiddeld veertig procent spierweefsel.

3. Het gemiddelde volume van de hersenen van mannen is acht procent groter dan dat van vrouwen. Bij mannen lijken bepaalde gebieden in de hersenen extra groot te zijn

ten opzichte van vrouwen. Een specifiek gedeelte van de hypothalamus kan bijvoorbeeld wel tweemaal groter zijn dan bij vrouwen. Deze verschillen variëren met de leeftijd.

4. Ondanks het feit dat mannen en vrouwen vergelijkbare algemene cognitieve vaardigheden hebben, scoren mannen gemiddeld beter op testen die ruimtelijk inzicht meten en waarbij 3D-objecten mentaal geroteerd moeten worden. (Zijn ze daarom beter in kaartlezen?).

5. Mannen zijn in het algemeen beter in het oplossen van constructietaken en zijn vaardiger in het voorspellen en beheersen van technische problemen.

6. Mannen kunnen over het algemeen beter mikken. (Zouden ze daarom zo goed zijn in darten?)

7. Mannen vertonen in het algemeen meer fysieke agressie en zoeken vaker risicovolle uitdagingen.

8. Mannen hebben meer kans op bepaalde psychiatrische stoornissen zoals verslaving, antisociale stoornis, ADHD, mentale retardatie, en stoornissen in het autisme-spectrum.

9. Jongens spelen minder goed samen maar gaan meer de competitie aan. Ze pakken speelgoed af en meten hun krachten door te stoeien. Als jongens mogen kiezen, kiezen ze vaker voor actieve bezigheden zoals rennen, tikkertje en voetballen.

10. Een man maakt 100 miljoen zaadcellen per dag.