‘De koningin heeft gezien dat het goed was’

Rudi Wester (63) is directeur van het Institut Néerlandais, het Nederlands cultureel centrum in Parijs dat afgelopen week zijn 50-jarig bestaan vierde. Wester is gescheiden en heeft één dochter. „In de doorzichtige tent op de cour vloeit de champagne rijkelijk. Frans, Nederlands: alles kakelt door elkaar heen.”

Rudi Wester in Parijs: „Helaas, zelfs met de soldes blijven Dior en Gucci onbetaalbaar” Foto Vincent Mentzel Rudi WESTER, directeur Institut NŽerlandais en Ambassaderaad Culturele zaken voor Assemblee Nationale te Parijs. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Parijs,16 januari 2007 Mentzel, Vincent
Rudi Wester

Donderdag 11 januari

Een Franse politieagente rent met een enorme herdershond trap op trap af, zaal in zaal uit, op zoek naar... ja, wat eigenlijk? Het is tien uur, de eerste genodigden druppelen al binnen. Het bloemenmeisje Eva, dochter van de hulp in de huishouding van het Institut Néerlandais, poseert als een volleerd fotomodel voor de hordes ongeduldige fotografen, buiten in de Rue de Lille. Koningin Beatrix zal om elf uur aankomen om de feestelijke opening bij te wonen van het jaar 2007 waarin het Institut Néerlandais zijn 50-jarig bestaan viert met tientallen culturele activiteiten in heel Frankrijk.

Op 11 januari 1957 werd het IN geopend met een Rembrandt-tentoonstelling, in aanwezigheid van prins Bernhard en de Franse president René Coty. Nu zullen de Franse minister van Cultuur, Renaud Donnedieu de Vabres – president Chirac spreekt om elf uur zijn voeux uit voor het Franse volk – en de Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken, Bernard Bot, en van OCW, Maria van der Hoeven, aanwezig zijn.

Het is koud en het waait en ik wind me op over de Franse politie die de smalle Rue de Lille autovrij zou maken. Om half elf vegen ze één kant schoon. Donnedieu de Vabres en ik kijken uit op een pick-up met bouwafval en een bestelauto van Krupp Elektrizität. „We zijn hier wel in Europa!”, grapt hij. Eindelijk draait de lange stoet van auto’s de Rue de Lille in. Donnedieu de Vabres spurt naar voren, het bloemenmeisje en mij beduusd achterlatend. Maar zó gaat dat niet, de koningin neemt het boeket in ontvangst en grijpt de handjes van Eva: „Ach, wat heb je het koud.” We gaan naar de Gouden Salon van hôtel Turgot op de cour van het IN waar de collectie van Frits Lugt (1884 – 1970), die samen met de Nederlandse staat het IN heeft opgericht, is ondergebracht.

Mijn welkomstwoord begin ik in het Nederlands om de Fransen te laten horen hoe mooi het Nederlands klinkt. Nadat de koningin het eerste exemplaar van 121 Rue de Lille. Nederland aan de Seine van Pieter van den Blink in ontvangst heeft genomen, begint zij gretig te bladeren. De spannende geschiedenis van het IN staat erin beschreven, maar ook mooie anekdotes van en over de bezoekers, van W.F. Hermans tot Lucebert, van Willem Breuker tot Desiree Dolron, die met haar fototentoonstelling in november 2006 de hit was van Le Mois de la Photo. Ook de koningin heeft er als prinses gelogeerd, evenals haar zuster prinses Irene, en koningin Juliana was er in 1972. Kortom: de koninklijke familie draagt het IN een warm hart toe en dat blijkt ook uit de gesprekken die de koningin voert. Eerst met vier Franse cursisten die de Nederlandse taal onder de knie proberen te krijgen. Op de vraag van Hare Majesteit aan een van hen of hij vaak naar Nederland gaat, kan hij van schrik in eerste instantie niet antwoorden, maar daarna mompelt hij: „soms, maar meer naar Vlaanderen”. Gelukkig is dat eruit geknipt in het NOS-journaal. Als de koningin hen complimenteert met hun doorzettingsvermogen, besluit dezelfde cursist met een vlekkeloos: „oefening baart kunst”.

We dalen af met de mooie nieuwe lift naar de eerste etage met de Rembrandt-tekeningen uit het Kupferstichkabinett in Berlijn. Daar wachten geduldig oud-directeuren van het IN, Franse museumdirecteuren en leden van de Cercle d’ Amis de la Culture Néerlandaise (dertien grote Nederlandse ondernemingen met vestigingen in Parijs die alle het feestjaar 2007 financieel hebben ondersteund). Later vraagt een van de Franse directeuren of de koningin andere talen ook zo goed beheerst? Natuurlijk, antwoord ik trots. De Fransen moeten maar eens leren dat het niet zo raar is om ook andere talen te spreken.

Na de lunch op de residentie van ambassadeur Hugo Siblesz keert de koningin tevreden huiswaarts. Ze heeft gezien dat het goed was.

Voor ons is het feest nog niet afgelopen. De Stichting Custodia, die de unieke collectie van Frits Lugt beheert in hôtel Turgot, biedt via directrice Mària van Berge een waarlijk grootse receptie aan aan ruim driehonderd genodigden, vooral uit de Franse culturele wereld. In de doorzichtige tent op de cour vloeit de champagne rijkelijk. Frans, Nederlands: alles kakelt door elkaar heen. Het Institut Néerlandais als bijenkorf, dat was wat ik wilde toen ik hier in september 2003 directeur werd. En dat is het geworden.

Vrijdag

Iedereen mag uitslapen, maar bij de meesten zit de adrenaline nog zó in het bloed dat zij alweer trouw op hun post op de tweede verdieping zitten. En dat is maar goed ook, want het regent complimenten en gelukwensen. Ook Freek de Jonge belt op en roept met luide stem: „Zeg, wordt het niet eens tijd dat ik ook wat kom doen op het Institut?” Op mijn bedremmelde vraag of hij ook in het Frans kan spelen, want onze doelgroep zijn toch wel de Fransen, antwoordt hij opgewekt dat hij wel Franse les gaat nemen. Geweldig natuurlijk, zo’n aanbod.

Ik dwaal wat rond door de mooie zalen van het IN, tussen honderden bezoekers van de drie tentoonstellingen die gaande zijn. In de soussol zoemen tientallen muggen, ongetwijfeld een erfenis van de verbouwing waaronder we een jaar lang hebben gezucht. Alle slechte dingen wijten we aan de verbouwing. Alle goede ook.

Zaterdag

Ik ga naar mijn straatje Verlangen, de Rue St. Honoré. Maar helaas, zelfs met de soldes blijven Dior en Gucci onbetaalbaar. Uren loop ik door Parijs, want lopen is goed om na te denken. Ik besef dat ik een bevoorrecht mens ben dat ik in zo’n mooie stad mag wonen en zulk fantastisch werk mag doen. We kunnen het beste laten zien dat de Nederlandse cultuur te bieden heeft, en dat is heel wat, in tegenstelling tot wat veel Nederlanders denken. Tentoonstellingen van beeldende kunst, fotografie en architectuur. Topmusici. Literaire avonden en debatten op hoog niveau met Nederlandse en Franse intellectuelen. Of, zoals Michael Zeeman opmerkt in het boek: „Je bek valt open als je ziet wie ze tegenwoordig allemaal binnenhalen op het Institut”. En bijna altijd volle zalen. Al lopend broed ik op plannen om altijd volle zalen te hebben.

Zondag

Onze Lieve Heer had een andere bestemming met deze dag, maar ik moet toch werken. Met een dubbele baan kan dat niet anders. Bovendien staren de ongeopende brieven, stapels uitnodigingen en niet beantwoorde mails mij dwingend aan. Ook moet er nog een vierjarenplan voor het IN worden geschreven.

Maandag

’s Middags naar Robeco, dat mij heeft gevraagd een lezing te komen geven voor hun Franse afdelingsdirecteuren over de verschillen in cultuur tussen Frankrijk en Nederland. De Fransen vinden Nederlanders vaak wat lomp in hun benadering. Ook verbaast de Robeco-directeur zich erover, nu hij het veelzijdige programma heeft gezien van Haut les Pays-Bas!, hoe weinig Nederlanders over hun mooie cultuur praten. Dat ben ik met hem eens.

Dinsdag

De ruimte in dit dagboek is veel te kort om de tientallen dingen die ik op een gewone doordeweekse dag doe, te kunnen vermelden. Twee belangrijke bijeenkomsten dan toch. De ene is een vergadering van de FICEP, waarin 38 buitenlandse culturele centra in Parijs zijn vertegenwoordigd en waarvan ik vice-voorzitter ben. Voor de Semaine des Cultures Etrangères 2007 wordt het thema ‘Le cinéma des femmes’ vastgesteld.

’s Avonds naar de film Langer licht van het jonge talent David Lammers in de Cinéclub Néerlandais. Ik moet eerlijk bekennen dat ik in Parijs meer Nederlandse films heb gezien dan in Nederland en ook hier constateer ik dat we zeker niet onderdoen voor veel Franse films.

Woensdag

Zoals elke woensdag woon ik de stafvergadering op de ambassade bij waar de toestand in de wereld en de betekenis ervan voor Frankrijk en Nederland wordt doorgenomen. ’s Middags een gesprek met hoofdsponsor ABN Amro van de Rembrandt-tentoonstelling over twee sponsoravonden op het IN en Custodia en over twee werkontbijten. Voor de laatste probeer ik me te drukken. Ik houd niet van ontbijten, laat staan gecombineerd met werk.

Donderdag 18 januari

Hoogtepunt van de dag is een lezing over Rembrandt van Gary Schwartz in het Louvre. Daarna biedt het Louvre een diner aan in een Marokkaans restaurant, gelegen aan mijn geliefde Palais Royal-tuin. Het gezelschap bestaat uit in Parijs wonende Duitse kunsthistorici, het Frans-Nederlandse oud-ambassadeursechtpaar De Marchant et d’ Ansembourg, de Amerikaan Gary Schwartz, de Nederlandse fotografe Annette Held en de Louvre-medewerkster. „We zijn hier wel in Europa”, grapt een hen. Waar heb ik die zin eerder gehoord?

    • Rudi Wester