Cuba niet terug naar censuur jaren ’70

Het Cubaanse regime heeft donderdag de onrust kunnen wegnemen onder intellectuelen op het eiland. Zij vreesden een terugkeer van de stalinistische censuur nadat een beruchte culturele censor uit de jaren zeventig na jarenlange afwezigheid ineens weer op de staatstelevisie was verschenen. En dit net in een tijd waarin de geruchtenmachine over een spoedig overlijden van de zieke Cubaanse leider Fidel Castro op volle toeren draait.

Luis Pavón Tamayo leidde tussen 1971 en 1976 de Nationale Cultuurraad (CNC). Tijdens deze quinquenio gris (vijf grijze jaren) kreeg Pavón de vrije hand om honderden schrijvers en kunstenaars te censureren en te excommuniceren. Homoseksuelen werden gediscrimineerd, westerse invloeden uitgebannen, het werk van emigrantenkunstenaars genegeerd en kritiek op de revolutie het zwijgen opgelegd.

Tijdens de drie televisie-uitzendingen waarin Pavón sinds 7 januari verscheen werd van deze zuiveringsactiviteiten geen enkele melding gemaakt. Verscheidene prominente intellectuelen stelden een boos pamflet op en stapten naar minister van Cultuur, Abel Prieto. In de buitenlandse pers en op internet kwam de kwestie uitgebreid aan de orde. Op Cuba niet.

Na drie gesprekken met Prieto gaf het bestuur van de Castro-getrouwe schrijvers- en kunstenaarsbond donderdag een sussende verklaring uit. De critici voelden na de tv-uitzendingen met Pavón een „terechte verontwaardiging”, stelde de verklaring eerst. Om uiteindelijk in ouderwets revolutionair taalgebruik te vervallen: „De antidogmatische, scheppende en participerende politieke cultuur van Fidel en Raúl blijft onherroepelijk.” Tot slot werd verwezen naar een beroemde uitspraak van Fidel uit 1961: „Binnen de revolutie, alles; tegen de revolutie, niets”. (AP, AFP)