Charlie Brown als folteraar

Voorstelling: Peanuts van Fausto Paravidino door De Theatercompagnie. Regie: Marcus Azzini. Gezien: 19/1 Compagnietheater, Amsterdam. Te zien t/m 17/2 aldaar. Inl.: 5205320; ww.theatercompagnie.nl

Daar stellen onsterfelijke stripfiguren zich voor op het toneel: Charlie Brown, Snoopy, Little Red Haired Girl. Allemaal ontsproten aan de fantasie van tekenaar Charles M. Schulz. In het toneelstuk van de Italiaan Fausto Paravidino zijn ze vrolijk en grotesk. Het stuk heet toepasselijk Peanuts (Noccioline). Buddy alias Charlie Brown is helemaal prima zoals Gijs Naber hem bij De Theatercompagnie speelt. Bezorgd, melancholiek.

Buddy staat overal buiten. Hij past op het huis van rijke mensen. Dan stormen zijn vrienden binnen en transformeren zonder enige vorm van genade alles tot een bende. Buddy is bang voor wraak, en die gaat komen. Zijn vrienden komen voor het gerecht, dat geen rechtvaardigheid kent, maar slechts martelmethoden. Van vrolijke strip naar angstaanjagende fysieke kwellingen: regisseur Marcus Azzini verbindt op verbluffende wijze deze tegengestelde werelden. Ook de speelstijl van de elf jonge acteurs verandert. Van feestelijke cartoons met een valhelm op, een papieren kroon of een sprookjesjurk aan zijn ze plots naakt, bebloed of in het bezit van martelwapens, zoals een waterslang, zware schoenen en pistool.

Paravidino liet zich door de politiek inspireren: op de G8-top in 2001 in Genua werd een 23-jarige demonstrant gedood door een 23-jarige politieman. Het verschil tussen slachtoffer en agent bleek minimaal. Een maatschappelijke gebeurtenis zorgde voor de rolwisseling. In artistiek opzicht is Paravidino schatplichtig aan Harold Pinter, die in One for the Road jaren geleden op indringende wijze de willekeur van martelingen in totalitaire regimes beschreef.

De tekst van Paravidino is kaal en strak. Azzini en zijn acteurs hebben tal van vondsten en stijlfiguren bedacht om vaart en theatrale kracht te geven. Housemuziek, drums en veel actie zorgen voor een stortvloed aan scènes. Maria Kraakman, die gelijkenis vertoont met Lucy, ontpopt zich als een ondervraagster met grove methoden. En eerder was ze nog het lieve meisjes Cindy met rood haar. Misschien zijn de naakte, gekromde lichamen van de slachtoffers te heftig neergezet, bepaald fijntjes is het niet, maar de beelden sorteren effect.

De bewakers zijn meesterlijk in het stellen van vragen met een irrationele en tegelijk verpletterende logica. Een slachtoffer, Marcie, geeft toe dat ze een tandenborstel als wapentuig heeft gebruikt.

Aan het slot overweegt Buddy zijn daden. Hijzelf is van schuchtere jongen een folteraar geworden. In alle onschuld vraagt hij zich af of hij er destijds goed aan had gedaan zijn vrienden uit te nodigen. Hun feestje van toen is hun dood van nu. Een voorstelling als leerschool over onschuld en bruutheid.