‘Als je arm bent laat de Indiase politie je links liggen’

Een reeks gruwelijke moorden in de Noord-Indiase stad Noida heeft vragen opgeroepen over de politie. Trad die zo laks op omdat de slachtoffers uit sloppenwijken kwamen?

Aloki Haldar uit de sloppenwijk Nithari bij de Noord-Indiase stad Noida toont een foto van haar op gruwelijke wijze omgebrachte dochter Bina. Foto Sanjit Das Mrs Haldar shows the photo of her daughter, Bina Haldar Das, Sanjit

Nooit had Aloki Haldar verwacht dat het haar dochter zou overkomen. Verkracht. In mootjes gehakt. Verpakt in een plastic tas. Een meisje van dertien. Maar toen Haldar kort na de jaarwisseling op het politiebureau in Noida was, herkende ze direct de kleren die haar dochter Bina bijna twee jaar geleden op de dag van haar verdwijning aanhad.

Bina is een van de slachtoffers van de opzienbarende seriemoorden die India sinds 29 december in de greep houden. Zeventien schedels van voornamelijk jonge meisjes en een aantal vrouwen zijn gevonden in de open riolering achter het huis van een zakenman die, samen met zijn huishoudelijke hulp, de hoofdverdachte is. De twee mannen zouden zich schuldig gemaakt hebben aan moord, verkrachting en kannibalisme – de huishoudelijke hulp heeft al enkele moorden en verkrachtingen bekend. Deze week vond de politie bovendien nog eens veertig zakken met menselijke botten in de buurt van het huis.

Het huis van de zakenman, inmiddels door de Indiase pers omgedoopt tot het house of horror, ligt op vijftig meter afstand van de sloppenwijk Nithari, waar de meeste slachtoffers vandaan komen. Ruim twee jaar geleden had een aantal inwoners van Nithari al aangifte gedaan van vermissingen van hun kinderen; het officiële aantal aangiftes zou oplopen tot twintig, terwijl de inwoners zelf zeggen dat meer dan dertig kinderen en jonge vrouwen zijn verdwenen.

De affaire heeft de aandacht gevestigd op de apathie van de lokale politie. Ondanks het grote aantal heeft zij nooit enige serieuze stappen ondernomen om de vermissingen te onderzoeken. Aloki Haldar weet wel waarom: ,,Als we rijk waren geweest, dan hadden ze zich wel voor ons ingespannen. Maar als je arm bent, in een sloppenwijk woont, dan laten ze je gewoon links liggen.”

Nithari ligt aan een hoofdweg in sector 31 in Noida, een welvarende stad, ten oosten van New Delhi, met mooie winkelcentra en een bloeiend bedrijfsleven. In november vorig jaar ontvoerden twee criminelen in Noida nog het zoontje van de bestuursvoorzitter van computerbedrijf Adobe India. De politie kwam destijds met man en macht in actie, waardoor het zoontje uiteindelijk binnen een paar dagen weer vrijkwam.

Terwijl de landelijke media dagenlang voor het huis van de Adobe-baas bivakkeerden, waren ook ouders van de vermiste kinderen uit Nithari aanwezig, hopend op een luisterend oor van de aanwezige journalisten en politie. Niemand zag ze staan. Hun stem werd pas gehoord nadat op 29 december menselijke botten waren gevonden bij het huis van de zakenman.

Nithari bestaat voor een deel uit een doolhof van smalle straatjes met fietsriksja’s, kippen, spelende kinderen en rieten huisjes. Hier wonen veel immigranten uit Bangladesh. Een vuilstortplaats met koeien en opwaaiende plastic zakken scheidt de rieten woningen van het andere deel van Nithari waar vooral immigranten uit West-Bengalen wonen, zoals Aloki Haldar. Met grote families leven zij in krappe eenkamerwoningen in betonnen gebouwen. Op daken liggen felgekleurde kledingstukken te drogen in de zon, terwijl jongens uit de buurt er knikkeren.

In hetzelfde gebouw waar Aloki Haldar woont leeft ook Bandana Sarkar. Haar twintigjarige dochter kwam op een dag in oktober 2006 niet meer thuis van haar werk. Een bezoek aan de politie leverde niet veel op. Met suggesties dat haar dochter Pinky er met een man vandoor zou zijn gegaan, of in de prostitutie was beland, stuurde de politie haar weg. „Ik geloofde het niet”, zegt Sarkar, „omdat mijn dochter een kindje heeft van anderhalf. Dat laat je niet zomaar in de steek. Zij is ook vermoord door de seriemoordenaars. Op het politiebureau zag ik haar broek, een witte, volledig besmeurd met bloed.”

Inmiddels is Nithari een bedevaartsoord geworden van families met vermiste kinderen. Uit verschillende delen van India zijn mensen afgereisd naar Noida in de hoop hulp en financiële compensatie te krijgen – de ouders van de slachtoffers uit Nithari krijgen zo’n tienduizend euro en een stukje land van de regering van Uttar Pradesh, de deelstaat waar Noida deel van uit maakt. Volgens het National Centre for Missing Children raken er jaarlijks honderdduizenden kinderen vermist in India. „Wij krijgen medewerking van de politie. Ze zijn niet allemaal zo apathisch als die in Noida”, zegt Nidhi Bhargava, directeur van de organisatie die helpt bij de opsporing.

Het slappe optreden van de politie is inmiddels wel op de politieke agenda gekomen. Dus is de hoofdstraat voor Nithari de afgelopen weken ook het toneel geworden van dagelijkse politieke demonstraties. Binnenkort zijn er bovendien weer verkiezingen in Uttar Pradesh. Iedereen probeert er een slaatje uit te slaan.

Toch hebben de kindermoorden nog lang niet hetzelfde medeleven bij de Indiërs opgeroepen als bijvoorbeeld de moord op het model Jessica Lal uit Delhi. Toen de verdachte van de moord op Lal vorig jaar dreigde te ontsnappen aan zijn straf, leidde dat tot een heuse opstand van de middenklasse, gingen mensen met brandende kaarsen de straat op in Delhi om te protesteren.

„Het is voor de middenklasse makkelijker zich te identificeren met een fotomodel als Lal dan met mensen uit sloppenwijken”, zegt Virendra Dayal, voormalig VN-diplomaat en ex-bestuurder van de Nationale Commissie voor Mensenrechten. „Er bestaat nog steeds grote ongelijkheid in dit land. Arme mensen hebben minder makkelijk toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en gerechtigheid. Het kastensysteem veroorzaakt nog altijd discriminatie. We moeten hopen dat de economische groei van India uiteindelijk ook meer gelijkheid zal brengen.”