Alle kernwapens de wereld uit , dus ook uit Amerika

Kernwapens vormen op dit moment een ontstellend gevaar, maar bieden ook een historische kans. De Verenigde Staten zullen de wereld naar het volgende stadium moeten leiden – naar een hechte consensus over wereldwijde afschaffing van kernwapens als beslissende stap om te voorkomen dat ze eventueel in gevaarlijke handen vallen, en om uiteindelijk de wereld van dit gevaar te ontdoen.

IKV, Mient-Jan Faber en kruisraketten Eind jaren zeventig/begin jaren tachtig werd in Nederland massaal gedemonstreerd tegen de aanwezigheid van kernwapens. Dat gebeurde onder de leuze ‘Help de kernwapens de wereld uit, om te beginnen uit Nederland’. Die was afkomstig van het IKV, het Interkerkelijk Vredesberaad, dat onder leiding van Mient-Jan Faber fel actie voerde tegen bijvoorbeeld de plaatsing van nucleaire kruisraketten in Nederland en andere Europese landen. Het verzet tegen kernwapens sprak brede lagen van de bevolking aan en leidde tot demonstraties in Amsterdam en in Den Haag, waaraan honderdduizenden mensen deelnamen. De cartoonist Opland tekende ter ondersteuning de hiernaast afgebeelde prent, waarin velen zich herkenden. Opland

Henry A. Kissinger, Sam Nunn, William J. Perry en George P. Shultz

Henry A. Kissinger was minister van Buitenlandse Zaken van 1973 tot 1977; Sam Nunn is voormalig voorzitter van de Senaatscommissie voor de Strijdkrachten; William J. Perry was minister van Defensie van 1994 tot 1997; George P. Shultz, distinguished fellow aan het Hoover-instituut van Stanford, was minister van Buitenlandse Zaken van 1982 tot 1989.

Tijdens de Koude Oorlog waren kernwapens – door hun afschrikwekkende werking – noodzakelijk om de internationale vrede te bewaren. Sinds het einde van de Koude Oorlog is de leer van de wederzijdse Sovjet-Amerikaanse afschrikking achterhaald. Voor veel landen is in verband met de dreiging van andere landen afschrikking nog altijd relevant, maar kernwapens zijn voor dat doel een steeds gevaarlijker en steeds minder effectief middel.

De recente kernproef van Noord-Korea en de weigering van Iran om zijn programma om uranium te verrijken – mogelijk tot kernwapenkwaliteit – te staken, onderstrepen dat de wereld thans aan de rand van een nieuw, gevaarlijk nucleair tijdperk staat. Het meest verontrustende is dat de kans toeneemt dat niet aan een land gebonden terroristen kernwapens bemachtigen. In de oorlog tegen de wereldorde die terroristen thans voeren, zijn kernwapens het ultieme massavernietigingsmiddel. Niet aan landen gebonden terroristische groepen zijn in wezen immuun voor een afschrikkingsstrategie, en vormen daarom een lastig nieuw veiligheidsprobleem.

Nog afgezien van de dreiging van terroristen zullen de VS, als er niet spoedig actie wordt ondernomen, weldra genoopt zijn een nieuw nucleair tijdperk in te luiden dat riskanter, psychologisch ontwrichtender en economisch nog begrotelijker zal zijn dan de afschrikking uit de tijd van de Koude Oorlog. Het is lang niet zeker dat wij, geconfronteerd met een toenemend aantal potentiële nucleaire vijanden in heel de wereld, de oude Sovjet-Amerikaanse ‘wederzijds gegarandeerde vernietiging’ met succes opnieuw zullen kunnen inzetten zonder daarbij de kans dat kernwapens worden gebruikt, te vergroten.

Nieuwe kernmogendheden profiteren niet van de in de loop van vele jaren stukje bij beetje opgebouwde veiligheidsmechanismen die tijdens de Koude Oorlog nucleaire ongevallen, taxatiefouten of onbevoegde lanceringen voorkwamen. Zowel de Verenigde Staten als de Sovjet-Unie hebben van niet-noodlottige vergissingen geleerd. Beide landen hebben er nauwlettend voor gewaakt dat tijdens de Koude Oorlog opzettelijk of per ongeluk een kernwapen zou worden gebruikt. Zullen nieuwe kernmogendheden en de wereld er de komende vijftig jaar net zo goed afkomen als wij tijdens de Koude Oorlog?

Vroeger hielden leiders zich met deze zaken bezig. Dwight D. Eisenhower heeft in zijn in 1953 voor de Verenigde Naties gehouden toespraak ‘Atomen voor de vrede’ verzekerd dat Amerika „het stellige voornemen had om het vreselijke atoomdilemma te helpen oplossen – om met heel zijn hart en vernuft te zoeken naar de manier om de wonderbaarlijke inventiviteit van de mens niet in dienst te stellen van zijn dood, maar van zijn leven’’. John F. Kennedy zei, in een poging de impasse over nucleaire ontwapening te doorbreken, dat „de wereld niet bedoeld was als een gevangenis waarin de mens zijn executie afwacht’’.

De Indiase leider Rajiv Gandhi deed in een toespraak tot de Algemene Vergadering van de VN op 9 juni 1988 de oproep: „Een kernoorlog zal niet uitlopen op de dood van honderd miljoen mensen, of zelfs duizend miljoen. Hij zal de uitroeiing betekenen van vierduizend miljoen mensen: het einde van het ons vertrouwde leven op de planeet aarde. Wij kloppen bij de Verenigde Naties aan om uw hulp. Wij roepen uw hulp in om een einde te maken aan deze waanzin.’’

Ronald Reagan riep op tot de afschaffing van „alle kernwapens’’, die volgens hem „volslagen irrationeel, volslagen onmenselijk [waren], alleen goed om mee te moorden, en wellicht noodlottig voor het leven op aarde en de beschaving’’. Sovjetleider Michaïl Gorbatsjov deelde die opvatting, die ook door eerdere Amerikaanse presidenten was uitgesproken.

Alhoewel Reagan en Gorbatsjov in Reykjavik (1986) niet tot een overeenkomst konden komen om alle kernwapens af te schaffen, wisten zij wel een ommekeer in de wapenwedloop te bewerkstelligen. Zij gaven de aanzet tot stappen naar een belangrijke vermindering van de opgestelde kernwapens voor de lange en middellange afstand, en zelfs de verwijdering van een complete categorie gevaarlijke raketten.

Wat is er nodig om de gezamelijke visie van Reagan en Gorbatsjov nieuw leven in te blazen? Is het mogelijk een wereldwijde consensus te smeden over een reeks praktische stappen naar een drastische inperking van het nucleaire gevaar? De moeilijke opgave die in deze twee vragen besloten ligt, schreeuwt om actie.

Het in 1968 gesloten Non-proliferatieverdrag (NPT) had als doel de afschaffing van alle kernwapens. Het houdt in: (a) dat landen die in 1967 nog geen kernwapens bezaten ze niet zullen verwerven, en (b) dat de landen die ze bezitten, ermee instemmen om zich er in de loop van de tijd van te ontdoen. Iedere Amerikaanse president sedert Richard Nixon, Democraat dan wel Republikein, heeft deze verdragsverplichtingen bekrachtigd, maar landen zonder kernwapens zijn allengs sceptischer geworden over de goede bedoelingen van de kernmogendheden.

Er zijn veel initiatieven gericht op non-proliferatie. Het Samenwerkingsprogramma om Dreiging te Verminderen (Cooperative Threat Reduction program), het Mondiale Initiatief om Dreiging te Verminderen (Global Threat Reduction Initiative), het Proliferatie-veiligheidsinitiatief (Proliferation Security Initiative) en de Aanvullende Protocollen (Additional Protocols) zijn vernieuwende projecten die krachtige nieuwe middelen verschaffen om activiteiten op te sporen die het Non-proliferatieverdrag schenden en de veiligheid van de wereld in gevaar brengen. Ze moeten volledig worden gerealiseerd. De onderhandelingen over proliferatie van kernwapens door Noord-Korea en Iran, waarbij alle permanente leden van de Veiligheidsraad en Duitsland en Japan betrokken zijn, zijn van het grootste belang en dienen met kracht te worden voortgezet.

Geen van deze stappen is echter op zich afdoende om het gevaar te bezweren. Reagan en Gorbatsjov streefden op hun bijeenkomst in Reykjavik naar iets veel groters: de complete afschaffing van kernwapens. Hun toekomstdroom choqueerde de experts van de leer van de nucleaire afschrikking, maar schonk de wereldbevolking nieuwe hoop. De leiders van de twee landen met de grootste kernwapenarsenalen spraken over de afschaffing van hun machtigste wapens.

Wat moet er gebeuren? Kunnen de belofte van het Non-proliferatieverdrag en de mogelijkheden die in 1986 in Reykjavik zijn overwogen in vervulling gaan? De Verenigde Staten moeten het initiatief nemen dat resulteert in een positief, concreet gefaseerd antwoord.

Allereerst moet met de leiders van de landen die kernwapens bezitten indringend gepraat worden om de doelstelling van een wereld zonder kernwapens tot een gezamenlijke onderneming te maken. Door veranderingen teweeg te brengen in de houding van de landen die kernwapens bezitten, zou zo’n gezamenlijk project de pogingen om te voorkomen dat Noord-Korea en Iran kernwapens verwerven, extra kracht bijzetten.

Voorts moet overeenstemming worden bereikt over een reeks noodzakelijke stappen om de basis te leggen voor een wereld zonder nucleaire dreiging. Die stappen zouden onder meer zijn:

De Koude-Oorlogsbenadering van gevechtsklare kernwapens wijzigen om de waarschuwingstijd te verlengen, waardoor het gevaar kleiner wordt dat een kernwapen onbedoeld of door onbevoegden wordt gebruikt.

Doorgaan met een substantiële reductie van het kernwapenarsenaal in alle betrokken landen.

Afschaffing van korteafstandskernwapens voor gebruik aan het front.

In de Senaat met Republikeinen én Democraten een proces op gang brengen – dat onder meer afspraken inhoudt om het vertrouwen te vergroten en periodieke evaluatie te regelen – ter ratificatie van het Algemene Kernstopverdrag (Comprehensive Test Ban Treaty); hierbij moet worden geprofiteerd van recente technische ontwikkelingen en worden gestreefd naar ratificatie door andere strategisch belangrijke landen.

De hoogst mogelijke veiligheidsmaatstaven aanleggen voor alle wapenarsenalen, plutonium van wapenkwaliteit en hoogverrijkt uranium overal ter wereld.

Greep krijgen op het uraniumverrijkingsproces, in combinatie met de garantie dat uranium voor kernreactoren tegen een redelijke prijs verkrijgbaar zal zijn, eerst van de Nucleaire Leveranciersgroep en vervolgens van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) of van andere zorgvuldig beheerde internationale reserves. Het zal ook nodig zijn maatregelen te nemen inzake proliferatiekwesties als gevolg van afgewerkte brandstof van kernenergiecentrales.

Wereldwijd een einde maken aan de productie van wapensplijtstof; geleidelijk aan het gebruik van hoog verrijkt uranium in het civiele bedrijfsleven afbouwen, en uranium van wapenkwaliteit uit onderzoeksinstituten in heel de wereld weghalen en veilig opslaan.

Met verdubbelde inspanning proberen regionale confrontaties en conflicten die de opkomst van nieuwe nucleaire mogendheden in de hand werken, op te lossen.

Om te komen tot een wereld zonder kernwapens moeten bovendien doeltreffende maatregelen worden genomen om iedere actie die met nucleaire middelen verband houdt en die een potentieel gevaar vormt voor de veiligheid van om het even welk land of volk, te voorkomen of te pareren.

Een hernieuwd streven naar een wereld zonder kernwapens en naar praktische maatregelen om dat doel te realiseren zou een gedurfd initiatief zijn in de geest van de Amerikaanse morele traditie, en zou ook als zodanig worden opgevat. Dit streven zou de veiligheid van toekomstige generaties aanzienlijk kunnen vergroten. Zonder de gedurfde toekomstvisie zullen de daden niet billijk of urgent heten; zonder de daden zal de toekomstvisie niet realistisch of uitvoerbaar heten.

Wij pleiten voor een streven naar een wereld zonder kernwapens, en om al wat nodig is om dat doel te bereiken, te beginnen met de bovengenoemde maatregelen, energiek ter hand te nemen.

Dit artikel stond eerder in The Wall Street Journal (Dow Jones & Company).

    • Henry A. Kissinger
    • William J. Perry
    • Sam Nunn
    • George P. Shultz